Ik beloof je trouw!
1993-04-23
Bouwstenen voor een gelukkig huwelijk.- Jaargang 37
- nummer 9
L.M. Vreugdenhil. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer. 1992, 168 blz., prijs f 23,50
In dit geschrift geeft de schrijver, ds. L.M. Vreugdenhil, predikant te Vriezenveen, informaties en overwegingen waar aanstaande bruidsparen en jong-gehuwden hun voordeel mee kunnen doen. Op de achtergrond spelen daar de vele gesprekken mee, die Vreugdenhil gevoerd heeft met aanstaande bruidsparen en ook zijn ervaringen in het huwelijkspastoraat.
Terecht is de auteur van oordeel dat het van groot belang is niet onvoorbereid aan een huwelijk te beginnen.
Het boek begint met de gebruiksaanwijzing die de Here God voor de relatie van man en vrouw bij de schepping heeft bijgevoegd: In Genesis worden drie dingen genoemd, die voor het huwelijk noodzakelijk zijn: verlaten, aanhangen en tot één vlees worden.
Het huwelijk, zo concludeert hij, is door God ingesteld en is bedoeld als een verbond voor het leven. Er is dus, zo schrijft hij terecht, een wezenlijk verschil tussen het huwelijk en het ongehuwd samenwonen, dat zo in de mode is en waar helaas ook veel kerkelijke jongeren ondoordacht toe overgaan.
In hoofdstuk 3 gaat hij na wat de bouwstenen zijn voor een gelukkig huwelijk: veiligheid, beslotenheid, vrijheid, bevestiging, kameraadschap, duidelijkheid, overeenstemming, seksuele voldoening, communicatie en openheid.
De schrijver gaat hier uit van een situatie zonder storingen. Hij erkent, dat in elk gelukkig huwelijk wel regelmatig storingen optreden. Wie alleen maar tevreden is met een volmaakt huwelijk loopt de kans het ene huwelijk na het andere af te werken en wordt intussen steeds ongelukkiger.
Aardig is ook wat hij schrijft over het huwelijksonderhoud. Als je een huwelijk mooi wilt houden, moet je het bijhouden, net als het gazon in de tuin.
Interessant is hoofdstuk 4, dat handelt over de eigen plaats van man en vrouw, een vraagstuk waarover ook in gereformeerde kring nog al verschillend gedacht wordt. Het probleem ligt hier vooral bij wat Paulus schrijft in Ef. 5: 21-33. "En weest elkander onderdanig in de vreze des Here.... enz." Sommigen zeggen, dat het hier gaat om historisch bepaalde patriarchale gezlnsverhoudinqen, die in onze cultuur niet meer voorkomen, zodat wij aan de vermaning van d,eapostel geen boodschap hebben.
Anderen en o.m. de schrijver van dit boek gaan ervan! uit, dat de bedoeling van dit bijbelgedeelte verder reikt dan de historisch en cultureel bepaalde situatie van toen. Hij wil dus niet weten van een relativenen van de woorden van Paulus met een beroep op de historisch-culturele context waarin ze geschreven zijn. Zijn argumentatie vind ik op dit punt niet erg overtuigend.
Meer overtuigend vind ik zijn uitleg van Genesis 3:16, waar we kunnen lezen hoe als gevolg van de zonde ook de verhouding van man en vrouw is ontwricht.
Ze gaan over de vloek die de mens over zichzelf heeft afgeroepen door God de rug toe te keren.
Volgens het klassieke huwelijksformulier gaat het bij deze woorden om een 'ordinantie' (inzetting) van God. Vreugdenhil is van mening, dat die uitleg niet juist is. Mannen en vrouwen zijn na de zondeval elkaars concurrenten geworden, waarbij de sterkste (meestal de man) de ander overheerst of zelfs tiranniseert. Maar dat is nooit Gods bedoeling geweest, laat staan zijn 'ordinantie'. Maar het is wel de realiteit geworden, die zondige mensen ervan gemaakt hebben.
Leerzaam is ook hoofdstuk 5 over de spelregels voor communicatie.
Hierbij had ook kunnen worden betrokken de situatie, dat tussen de echtgenoten geen of vrijwel geen communicatie is. De schrijver merkt wel op, dat een mens niet kan leven zonder communicatie, maar wat als die communicatie minimaal is?
Vroeger, toen ik nog advocaat was heb ik die situaties nogal eens meegemaakt.
Het is erg moeilijk dan nog iets te doen om de verhoudingen te verbeteren.
Ook de volgende hoofdstukken gaan in op zeer actuele huwelijksproblemen.
Tenslotte geeft Vreugdenhil nog een proeve van een vernieuwd huwelijksformulier; en bespreekt hij de huwelijksvoorbereiding in de gemeente.
Dit geschrift lijkt me een zeer geslaagde poging aanstaande bruidsparen en jonggehuwden een handreiking te doen voor een gelukkig huwelijk.
De stijl is duidelijk en voor ieder begrijpelijk.
Tenslotte nog een citaat uit hoofdstuk 3 om te laten zien in welke stijl het boek geschreven is. "Er zijn veel slechte huwelijken", schrijft Simon Carmiggelt in zijn verhaal 'Het feestetentje', "maar gelukkig merken de meeste mensen niet dat hun huwelijk slecht is. Ze denken gewoon dat het zo hoort."
Even later roept een passerende tram een oude herinnering bij hem wakker: "En ik dacht aan de conducteur die, toen we in onze verlovingstijd op het lege voorbalkon van de tweede wagen een beetje tegen elkaar stonden te vrijen, door het luikje tegen me zei: "Ja, an 't begin ken je d'r wel opvreten en later hebbie spijt dat je 't niet gedaan heb".
Ik kan dit boek zeer ter lezing aanbevelen.
Niet alleen aan jongeren. Ook ouderen kunnen er nog best wat van leren.
Zo ging het ondergetekende tenminste, die al meer dan 40 jaar getrouwd is.