De wet als altematief?

1993-05-07
  • Jaargang 37
  • nummer 10
Het opschrift boven deze bekende passage uit de brief aan de Galaten luidt: De wet of de belofte? Dit opschrift suggereert een gelijkwaardigheid tussen die twee. De wet als het redelfjke alternatief van de belofte. De wet als heilsweg naast die van de belofte. De joodse weg gelijkwaardig aan de christelijke weg.

Het is begonnen met de belofte. God heeft Abraham geroepen en hem de belofte gegeven: In u zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.
Een belofte, die onderbouwd wordt met de belofte van het land en het volk. Abraham geloofde God (hij ging op weg) en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend. Voor God was Abraham een rechtvaardige, niet omdat hij een volmaakt mens was, maar omdat hij volkomen op God vertrouwde.
Deze belofte aan Abraham is ook tot de heidenen gekomen in Jezus Christus.
Dat wil zeggen: heidenen behoren door het geloof tot het volk van God, hetgeen zichtbaar wordt in de gave van de Geest.

Waarom is de wet erbij gekomen? Dat is de vraag, die Paulus nu gaat beantwoorden.
En maakt die wet de belofte niet ongeldig, zoals een nieuw testament het oude ongeldig maakt?
Nee, zegt de apostel, de wet kan nooit de plaats innemen van de belofte. De wet is niet het redelijke en zedelijke alternatief van de belofte - een mens wordt immers gerechtvaardigd uit het geloof - en dat blijft zo. Dat gold voor Abraham, dat blijft ook nu van kracht, nu de wet er is bijgekomen.

Als de wet, de onderhouding van de wet, niet het alternatief is van een leven uit de belofte, van een leven door het geloof, wat is dan de funktie van de wet? Een logische vraag.
En dan spitst de apostel de betekenis van de wet op een specifieke wijze toe, zoals we dat ook tegenkomen in de brief aan de Romeinen. Ik denk door de discussie met het jodendom.
Hij zegt: Om de overtredingen te doen blijken is zij er bijgevoegd. De funktie van de wet is dus om de zonden, liever gezegd onze zondige aard, des te duidelijker aan het licht te brengen.
lets soortgelijks zegt Paulus in Rom.
5:20 en 7:7 vv, Zonder de wet zou ik de zonde niet hebben leren kennen. De wet maakte de zonde in mij wakker.
Door de wet begon de zonde in mij te leven. Door het gebod wordt de zonde bij uitstek zondig.
De wet toont dus zonneklaar aan wie we zijn. Ontdekt ons aan onze zonden, om een oude term te gebruiken.
Laat ik dat met een voorbeeld verduidelijken.
Als je niets gebiedt of verbiedt, kunnen mensen ook niet in de fout gaan. Je kunt er niets van zeggen, want ze weten niet beter. Het is hen dus ook niet aan te rekenen. Ga je echter gebieden of verbieden, dan wordt hun ware aard wakker. Daarmee prikkel je een mens tot zonde. Kinderen op wat oudere leeftijd willen het nog al eens laat maken, m.n. in het weekend. Weten ze zelf geen grenzen te stellen, dan denk je bij jezelf, daar moet ik wat aan doen, anders loopt het de spuigaten uit. Ze hebben hun slaap nodig en je ziet ze ook graag een beetje fris in de kerk verschijnen. Stel een tijd vast en de kat zit in de gordijnen.
Bent u nu helemaal mal! We kunnen zelf wel uitmaken hoe laat we thuis komen. De meesten onder ons kennen zulke discussies wel.
Het gebod is op zich goed, je wilt wat lijn brengen in het ongeregelde, maar dat blijkt in de praktijk een averechtse uitwerking te hebben.

We zitten nu heel dicht in de buurt van de betekenis van de wet, zoals Paulus er tegen aankijkt. Het gebod houdt ons een spiegel voor. Zo zien wij er dus uit. Zondige mensen, die uit zichzelf niet leven naar de wil van God. Die ontdekking moet ons uitdrijven naar Christus toe, naar het geloof in Hem, in wie de zegen van Abraham ons deel wordt.

De wet is geen alternatieve heilsweg.
De wet is wel dienstbaar aan de hei Isweg, die God heeft gegeven. Zo wordt de joodse gedachtengang, - de wet als heilsweg -, door Paulus heel resoluut afgewezen. Met grote stelligheid wijst de apostel op de beloften van God, die in Christus vervuld worden.
Vs. 29 "Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief