Heerlijke gedachtenis...! (1)

1993-05-07
  • Jaargang 37
  • nummer 10
Ik wil graag enkele dingen over het Heilig Avondmaal en over de viering daarvan naar voren brengen. Ze zijn niet nieuw. Ik heb zelf nogal wat geleerd van Prof. K. Schilder, uit zijn boek 'Christus in zijn lijden', uit zijn Schriftoverdenkingen. Maar ik denk wel, dat deze werken en hun inhoud voor vele jongere lezers niet bepaald geregelde kost betekenen.
Het kan goed zijn nog eens iets uit een voortreffelijke 'oude doos' naar voren te brengen. Het kan ons vandaag van nut zijn.

Brood en wijn
Ik weet nog goed hoe ik in het begin zat te tobben over de catechismuszondagen 29 en 30 (a). Daarin wordt zeer terecht geponeerd, dat brood en wijn in het Avondmaal niet veranderen in het lichaam en bloed van Christus enin nauw verband daarmee natuurlijkdat het Avondmaal geen offer is (onbloedige herhaling van Christus' offer aan het kruis), maar een maaltijd. Ik was het deze met zondagen eens. Ik twijfelde er niet aan. Maar ik zat met de veel gehoorde en veel gestelde domineesvraag: Hoe maak je daar nou een preek van? Een preek, waardoor de gemeente gesticht wordt en gebouwd in haar geloof. Dat is nog iets anders dan dat de gemeente nog eens heel goed aan de weet komt, dat zij protestants is en niet rooms. Ja, hoe maak je daar nou een preek van? Een preek, die bediening is van het Woord van God en niet alleen maar uitdeling van een hoofdstuk van onze gereformeerde dogmatiek!

Op dat punt nu heb ik veelte danken aan de gereformeerde dogmaticus (!) K. Schilder. Omdat hij veel meer was dan een dogmaticus alleen. Omdat hij de Schriften kende en verstond.
Hij wees erop, dat de Here het Heilig Avondmaal heeft ingesteld toen Hij met zijn discipelen aanzat aan de maaltijd van het Pascha-feest. Op de tafel was in verband met dat feest heel wat aanwezig: het geslachte Paaslam, dat gegeten werd; bittere kruiden ter herinnering aan Israëls nood in de verdrukking van Egypte; dan ook brood als het gewone dagelijkse hoofdvoedsel; ook de wijn waarmee de Here voor zijn verlossing en zijn gaven werd gedankt.
Wat moest de Here nu kiezen als een teken voor zijn ltchaarn, dat op het punt stond geofferd te worden aan het kruis? Wij zouden het wel weten en we zouden het vlug zeggen ook: Natuurlijk dat paaslam! Dat lam, dat geslacht is, wordt nu vervuld in het ware paaslam Christus! Paulus zegt dat toch ook heel duidelijk: "Want ook ons paaslam is geslacht: Christus" (1 Kor. 5:7). Wat zou nu sprekender kunnen zijn dan dat paaslam, als het over de Here Jezus en over de gedachtenis van zijn offer gaat?
En juist daarom moet het ons tot op vandaag zo geweldig opvallen, dat de Here niet kiest wat volgens ons zo voor de hand ligt, maar iets dat op zichzelf heel ver van elke gedachte aan een zoen- of schuld-offer verwijderd is. Brood is zo gewoon, het is zo neutraal. Het heeft zo'n heel erg voor de hand liggende betekenis: "ja, brood, dat het hart des mensen versterkt" (Psalm 104:15).

In datzelfde verband van die oude psalm komen we trouwens ook de wijn tegen, de wijn die door de Here werd gesteld tot een teken van zijn bloed!
Maar dan gaat het ons eigenlijk nog wat meer verbazen. Want van die wijn zegt de oude psalm iets, dat toch wel zo ver als maar mogelijk is afstaat van de uitstorting van Christus' bloed voor onze zonden: ......en wijn die het hart des mensen verheugt"! Dat doet ons haast schrikken. We zouden het haast profaan willen noemen! Brood en wijn!
Kracht en vreugde! Dat is de spraak die van brood en wijn uitgaat! Niets herinnert aan de grote bitterheid van het offer! En moeten wij dan dáárbij gedenken het offer van Christus voor ons aan het kruis gebracht?
Dan denken we ook aan wat we aan het Avondmaal 'altijd weer horen zeggen: "de drinkbeker der dankzegging".
Ach, we hoorden dat al zo vaak, dat we het eigenlijk helemaal niet meer horen! Maar nu we het dan toch nog eens tot ons laten doordringen, ... hoe vreemd is dat! Hoe vreemd is die keus van de Here Jezus... Drinkbeker der dankzegging": Een feestelijke dankzeggende viering en een feestelijke vierende dankzegging... om de verlossing door de Here gegeven, om zijn grote gaven! Opvallend en verbazend!

Bittere dood - Héérlijke gedachtenis
In ons oude, al te lange maar prachtige Avondmaalsformulier vinden we in het gebed de merkwaardige formulering: "(dit Avondmaal) waarin wij oefenen de heerlijke gedachtenis van de bittere dood van uw lieve Zoon Jezus Christus". De héérlijke gedachtenis van de bittere dood! Voor de Here was het offer een zeer grote bitterheid: "Mijn God mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" (Matth. 27:46). Maar de gedáchtenis van die bittere dood, onze gedachtenis, mag en moet heerlijk zijn. Oorzaak van vreugde en dank. Natuurlijk, de overweging van het feit, dat "ik Hem al die slagen, die smarten en die hoon kostte" geeft ons beschaamdheid en droefheid.
Zeker! Maar de Here zegt ons, dat we daarin niet moeten blijven steken!
Dan zouden we ook blijven steken in de 'bitterheid' van Petrus (Matth. 27:75), in een gal-bittere walging over onszelf! Dat mag niet! Opstaan tot de vreugde! Een genadig evangelisch bevel! Bitterheid en benauwdheid voor Hèm. Dat offer!
Maar vanuit dat bittere offer komt naar u toe louter kracht en vreugde. Dat is de vrucht voor U. En dat is dan ook de taal van brood en wijn. Ja, het is toch voortreffelijk geformuleerd: "de héérlijke gedachtenis van zijn bittere dood"! Kracht om voor God te leven Vreugde in Gods gemeenschap en vrede... dat komt naar mij toe vanuit dat offer met zijn overgrote bitterheid!
Dan zijn we er dankbaar voor, dat de Here de afstand tussen zijn offer en de gedachtenistekenen daarvan juist zo gróót heeft gemaakt.
Zouden we dan toch weer een lam willen slachten? Met de daarbij ingesloten bloedstorting? Ja, dan waren wij wel vlakbij het offer van Christus!
Wij waren er dan veel tè dichtbij! Wat zou er dan naar ons toekomen? Kracht en vreugde? Maar dat zou overstemd worden door bloed en dood! Wat zouden wij daarmee moeten? De bitterheid zou nooit van ons wijken! Het zou nooit volbracht zijn! Nooit volbracht!
En dan zien we, hoe goed de Here Jezus in die wonderlijke keus van de tekenen voor ons heeft gezorgd!
Maar om dat weer goed te zien had ik voor mij die kostbare verwijzing van Prof. K. Schilder nodig! Die verwijzing naar het oude Pascha en naar die volle Pascha-tafel!

Dogma en prediking
Brood en wijn niet veranderd! Maaltijd en geen offer! Voortreffelijke samenvatting.
Een niet op te geven dogma.
Maar het dogma is altijd weer een geconcentreerde samenvatting. Ik zou het wat oneerbiedig willen vergelijken met een moderne geconcentreerde voedselpil. Alles zit er in. Maar wil dat alles 'genietbaar' zijn, dan moet je die pil toch weer oplossen in water of een andere vloeistof. Zo moeten we de dogmatische samenvatting om die voor de gemeente 'genietbaar' te maken toch altijd weer 'oplossen' in het levende water van het Schriftverhaal zèlf en van de geschiedenis, waarin Gods heil zich voltrekt. Dat heb ik dan van de dogmaticus (!) K. Schilder mogen leren in verband met het Avondmaal.
Toen ik er zo over preekte werd ik geprezen om het nieuwe, dat ik naar voren had gebracht. Ik had toen de eerlijkheid te antwoorden met het bekende woord van de Elisa-leerling "Ach, mijn heer, het was geleend!" (2 kon. 6:5). Maar ook met een geléénd ijzer valt in de kring van de profeten opbouwend werk te verrichten, zoals uit het bedoelde Schriftgedeelte blijkt.
Ik hoop, dat dit 'nieuws uit de oude doos' onze Avondmaalsviering positief mag beïnvloeden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief