Hij is ook een mens

1993-05-07
  • Jaargang 37
  • nummer 10
Tijdens de vlucht naar Alicante blader ik in een geïllustreerd tijdschrift, dat ik op Schiphol kocht.
Er staat een sensationeel verhaal in.
'MOORD UIT LIEFDE' - staat er in kapitale letters boven. Een 21-jarige militair maakte op een gruwelijke manier een einde aan het leven van een 15-jarig meisje. Hij was verliefd op haar en kon het niet verdragen dat ze zijn liefde niet beantwoordde. "Toen zij naar huis fietste, stond hij gewapend in de bosjes te wachten".
Het blad weet precies te vertellen hoe het gebeurd is. "Zijn donkere ogen speuren de dijk af. In zijn linkerhand heeft hij zijn dienstwapen, een Browning-pistool; in zijn rechterhand een grendelgeweer met een afgezaagde loop en kolf... M. is volstrekt kalm. Hij heeft zijn besluit genomen".
"Even later fietst het meisje langs en wordt door verschillende kogels dodelijk getroffen..."
Heel dat vreselijke gebeuren wordt in geuren en kleuren verteld. Wie het slachtoffer was, wat voor persoonlijkheid de dader is, wat de reacties in het dorp zijn - 't staat er allemaal in te lezen.
Wat moet dat niet voor de families die er bij betrokken zijn betekenen?
Nog maar enkele dagen daarvoor zat deze M. tegenover me op mijn kamer in 'Nieuwersluis'. Een heel gewone jongen. Erg stil. Het kost me moeite om me te realiseren dat hij zo'n verschrikkelijk misdrijf heeft gepleegd.
Uit ons gesprek krijg ik allerminst de indruk dat hij een rambofiguur is, een bikkelharde crimineel, een onmens zonder gevoel in z'n lijf.
Hij vindt het moeilijk over het gebeurde te praten. Ik merk dat hij diep onder de indruk is van wat hij zelf heeft aangericht. "Was ik dat die dat deed?"
's Nachts slaapt hij weinig. Dan komen al die gruwelijke beelden, die haarscherp op zijn netvlies zijn blijven zitten, weer terug.
Een kapot mens.

Toch heeft hij het gedaan.
Wat moeten rechters zo iemand voor straf geven?
Voor velen is het duidelijk: liefst lange gevangenisstraf. 't Kan niet gauw zwaar genoeg zijn...
Onlangs kwam de zaak voor.
Er lag een uitgebreid en gedegen rapport van het Pieter Baancentrum, waar hij een tijdlang in observatie is geweest. Conclusie: ontoerekeningsvatbaar.
Rechtbank en Officier van Justitie waren het erover eens: ontslag van rechtsvervolging (wat heel iets anders is dan vrijspraak!) en t.b.s. (ter beschikkingstelling) met dwangverpleging.
Dat wordt dus opname in een gesloten kliniek, waar hij een langdurige behandeling zal ondergaan.
Begrijpt de samenleving zoiets?
"Ja, 't zal wel weer de moeilijke jeugd zijn, waar alles op geschoven wordt...
Tegenwoordig wordt alles maar begrijpelijk gevonden! Mag zo'n moordenaar dan zo de dans ontspringen?"
Nee, dat gebeurt ook zeker niet.
Hoeveel jaren zal het duren eer deze jongen uitbehandeld is en de inrichting mag verlaten?
Ik weet van hem, dat hij enigszins beseft dat het bereiken van dat doel heel, heel veel tijd zal gaan kosten.
Waar moet hij nog allemaal doorheen?
Hoeveel wat in de loop van zijn leven scheefgegroeid is zal rechtgetrokken moeten worden?
Een lang en pijnlijk proces.
Een van mijn kinderen zei laatst: ik had vroeger eigenlijk liever een pak voor mijn broek dan dat jullie met me gingen praten. Dat sneed veel dieper in. Zoiets duizendmaal versterkt is t.b.s....

Wat ik bij mezelf opmerk is, dat het me niet moeilijk valt om zo iemand als mens te aanvaarden en in deze situatie naast hem te staan.
Maar begrijpen hoe hij tot zoiets in staat is doe ik niet.
Wat bezielt een mens op zo'n moment?
Wat is er bij hem misgegaan?
Ik weet, dat iemand op een verschrikkelijke manier door het lint kan gaan.
Het is ook een feitelijk gegeven, dat sommigen vooral emotioneel zó verwaarloosd zijn, dat ze niet in staat zijn om verantwoordelijkheid te beleven.
Er kan zoveel achter zitten.
Ik voel me niet geroepen om te oordelen.
Ik hoef ook niets goed te praten.
Mijn taak is om mensen, die op mijn weg geplaatst zijn, bij te staan.
In het licht van Gods barmhartigheid.

Daarnet las ik het bewuste artikel in dat sensatieblad nog eens over.
Er staat ook in, dat de dominee tijdens de rouwdienst bad: "We zouden ook voor de dader moeten bidden, maar Heer, neemt U dat van ons over, want wij kunnen het niet".
Als hij dat zo gezegd heeft kan ik daar heel goed inkomen. Zo is het toch?
Laat ik dan iemand mogen zijn - en hopelijk niet de enige - , die dat moeilijke gebed voor de dader overneemt.
Hij is toch ook een mens naar wie Gods liefde uitgaat?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief