De taal van het elektrospel
1993-05-07
"Elke schrijver heeft gedurende zijn gehele carrière maar één thema. Mulisch: macht en aanzien (voor hemzelf, wel te verstaan); Campert: leegte (Helaas is diens thema ook zijn motief, zodat zijn werk niets inhoudt); Reve: verlossing; Hermans: identiteit." Dit schrijft Gerard Reve in zijn laatst verschenen brievenbundel, Brieven van een aardappeleter. J. Bernlef komt in deze opsomming niet voor, maar ook in zijn schrijverschap valt zo'n alles omvattend thema aan te wijzen: de raadsels van het menselijk brein.- Jaargang 37
- nummer 10
In de meeste (proza-)boeken van Bernlef speelt het al dan niet goed functioneren van de hersenen van de hoofdpersonen een belangrijke rol. Al in zijn eerste verhalenbundel Stenen spoelen komt een demente bejaarde voor. In zijn bekende roman Hersenschimmen raakt de hoofdpersoon door 'de ziekte van Altzheimer, langzaam, maar onafwendbaar de controle over zijn brein kwijt. Het bijzondere aan dat laatste boek was dat dit proces van degeneratie vanuit de hoofdpersoon werd beschreven.
Met de deur in huis
In een interview met Trouw zei Bernlef onlangs: "Na Hersenschimmen ben ik me steeds meer gaan interesseren voor de werking van het brein, voor alles wat met neurologie te maken heeft. Ik vind dat het meest fascinerende wat er bestaat." In zijn nieuwste roman, Eclips, beschrijft Bernlef de lotgevallen van een man die door een hersenbloeding de greep over de linker helft van zijn lichaam en een deel van zijn verstandelijke vermogens kwijtraakt. Al lezend worden we met de deur in huis geworpen; "Ik moet naar rechts, van de weg af. Omdat de linkerkant van de wereld verdwenen is, plotseling weg. Daarom moet ik wel naar rechts, de kaarsrechte vaart in.
De achterbumper slaat met een harde klap op de wallekant. Dan begint het zinken." De hoofdpersoon, van wie we later vernemen dat hij Kees Zomer heet, weet zich ternauwernood uit de in een sloot zinkende automobiel te redden. Stinkend en met waggelende tred vervolgt hij lopend zijn weg die al nergens meer heen voert. Hij is zijn geheugen kwijt, evenals zijn waardigheid en de beheersing over zijn linker lichaamshelft. Hij tast als het ware rond in het duister van zijn breinverduistering, de eclips. Zodra hij zich bij een tuinhuisje wil fatsoeneren, blijkt er nog iets verduisterd te zijn: zijn taal.
Een oude man wil weten wat Kees Zomer in het huisje doet. (p.10) "Ja ziet u, dat komt, ik weet het zelf ook op dit moment nog precies zo, zo precies nog, zo niet. Ook. Precies. Precies bedoel. Juist, precies bedoel. Dat." Tot zijn verbijstering komen uit zijn mond heel andere woorden en zinnen dan hij zich voorgesteld had. Vanaf dat moment is Zomer veroordeeld tot een leven aan de zelfkant. Hij begint een zwerftocht langs zonderlingen, woninglozen, zwervers, autoslopers en andere bizarre buitenbeentjes. Een radiootje, dat hij in het tuinhuisje vindt ('Een omroepstation,' fluistert mijn stem. 'Een zendgemachtigde"') doet hem af en toe de verloren linkerkant van zijn lichaam hervinden. Muziek blijkt een bijzondere; heilzame werking te hebben: "Dan begint de muziek.
Een piano, en opeens voel ik mijn linkeroor! Trefzeker grijp ik het vast.
Waar komt het opeens vandaan? Met mijn vingers masseer ik de tintelende oorrand, het lelletje. Het is er weer, mijn linkerkant." Later zegt hij tegen één van zijn lotgenoten: "Toen ik half was, hielp het, muziek, om mij vooruit te brengen in de wereld. Groter kracht dan van woorden. Accepteer dat maar van mij."
Vuilnisbelt
Aan de hand van zwerfster Toos leert Kees Zomer zich in leven te houden met wat de beschaafde wereld weg gooit. Ze scharrelen op de vuilnisbelt, maar wanneer Toos een oude naaimachine vindt, gaat ze ervandoor om die te gelde te maken. "Als het maar antiek is", zegt ze. "Mensen willen wat van vroeger in huis hebben. Eerst· flikkeren ze alles weg en dan willen ze het weer terug." Kees is weer alleen.
Op de vuilnisbelt vindt hij nog een elektrospel. Een spel waarmee je de juiste naam met het juiste voorwerp in verband moet brengen, pas dan gaat het lampje branden. En juist die verbanden kan Kees Zomer niet meer leggen. Niet geheel toevallig is op het omslag van het boek een fotografie van het elektrospel afgedrukt - wat weer een leuke vraag oplevert voor leraren Nederlands: verklaar het omslag.
Super en Hieper
Als Toos met de Singer naaimachine vertrokken is, wordt Kees ontdekt door een soort Bul Super en Hiep Hieper: aan lager wal geraakte zakenlieden die de kost verdienen met de handel in gestolen auto's en onderdelen van auto's. Ze nemen hem mee en hij mag bij hen in hun sloperij blijven. Zijn verminkte taalgebruik zorgt voor veel komische situaties. 'Ik ben in spraakverwarring geraakt. Alle explicatie valt mij zwaar.' En weer kiest mijn spraakvermogen, het anonieme centrum dat dat tegenwoordig regelt, voor een omslachtige, veel te plechtige versie van wat ik wil zeggen. 'Of hij is een professor of hij is maf. Een van de twee,' concludeert de jongen." Beginnend bij het verste verleden krijgt hij langzamerhand meer greep op de geschiedenis van zijn leven. Voorwerpen, woorden en vooral muziek laten hem zichzelf weer vinden.
Uitgeverij
Als Zomer later in een boekhandel belandt waar men hem blijkt te kennen van zijn werk bij de uitgeverij waar hij kennelijk werkzaam was, krijgt hij nog een diepe inzinking. Het enige wat hij op gestelde vragen nog kan antwoorden is een echo van de vraag. "Dit is erger dan het geweest is. Vroeger kon ik mij met behulp van benaderende zinnen, spreekwoorden en synoniemen nog enigszins duidelijk maken.
Nu ben ik de gevangene van het taalgebruik van anderen gèworden!" Door zijn 'behindering' raakt Zomer steeds meer gefixeerd op taal en taalgebruik.
Hij verwondert zich over de teksten die de truien en shirts van de mensen sieren: ze onderhouden geen enkele relatie met de drager. En over de borden met opschriften, die vaak zo onnauwkeurig zijn; bijvoorbeeld 'Heden verse worst' op een kraam die bij het vallen van de avond reeds gesloten is.
Combinatie
In het eerder genoemde interview in Trouw zegt Bernlef over de medische betrouwbaarheid van het 'geval Zomer' in Eclips: "Een neuroloog zal al na twintig bladzijden zeggen: ja maar meneer, u hebt een rechtszijdige en een linkszijdige hersenbloeding gebruikt en bij de ene hersenbloeding treedt die stoornis op, bij de andere die. U combineert dat maar ... Ik heb dat met opzet gedaan. Het blijft een literaire uitwerking van een neurologisch thema. Ik behoud mij die literaire vrijheid voor. Ik vind het een voor de literatuur zeer geschikt gebied dat mij buitengewoon intrigeert en waarop ik nog lang niet ben uitgekeken."
Gelukkig maar. Eigenlijk is het enige bezwaar tegen het boek dat het niet ingenaaid is, zodat het gemakkelijk uit elkaar valt. Bovendien lijkt het alsof vanaf pagina 168 het papier op was.
Gelukkig is die pagina ook de laatste, maar de uiterlijke verzorging verdient beslist geen schoonheidsprijs. Men heeft bij uitgeverij Querido kennelijk niet de middelen gevonden het boek fatsoenlijk af te werken. Maar deze overwegingen zijn kleinigheden vergeleken bij wat Bernlef ons te bieden heeft.
J. Bernlef, Eclips, Querido, 168 pagina's, prijs f 29,90.