Er ging veel meer stuk
1993-05-07
Enkele maanden geleden stond in het Nederlands Dagblad, dat de beide vrijgemaakte jeugd bonden gaan fuseren.- Jaargang 37
- nummer 10
De vroegere jongelingsbond was al een bond van jeugdverenigingen, maar een deel van de meisjesverenigingen vormde nog de meisjesbond.
Dat is allemaal voorbij. Het CJB is al opgeheven (de kosten werden te hoog en de belangstelling te weinig) en De Poortwake stopt binnenkort ook.
Zo'n bericht roept herinneringen op.
De kwestie van de gemengde verenigingen heeft vanaf 1949/1950 nogal wat drukte veroorzaakt. Een klein begin op één van de jeugdcongressen, die na de Vrijmaking zo enthousiast werden georganiseerd, groeide uit tot een landelijke rel, waarbij het bestuur van de Meisjesbond (MBB) in samenwerking met een aantal adviseurs het bestuur van de Jongelingsbond (JBB) beschuldigde van veel, dat niet mooi was.
Laatstgenoemd bestuur stelde zich namelijk op het standpunt, dat het bestaan van gemengde verenigingen - niet kon worden veroordeeld op grond van de Schrift. Dat was niet goed in de ogen van de andere 'partij'. Het samen vergaderen van jongens en meisjes was volgens het MBB en de adviseurs in strijd met de eigen aard van het meisje...
Het was prof.dr. K. Schilder, die in 1952, kort voor zijn overlijden, de beide besturen tot een gezamenlijke verklaring wist te bewegen - voor het JBB was dit niet zo moeilijk, voor het MBB wel: en daarmee leek de rust weergekeerd. De na de Vrijmaking begonnen samenwerking tussen de beide bonden was echter kapot en bleef kapot. En K.C. van Spronsen, uitgever van De Reformatie, merkte mede in dit verband op (zie het boek 'Een kerk ging stuk' van de predikanten G. van den Brink en H.J. van der Kwast, blz. 25), dat, wat hem betreft het aantal vrijgemaakten met enkele tienduizenden kon worden verminderd.
Die konden wel opstappen. De aanval werd niet alleen ingezet in de kerk, maar ook in de organisaties.
Ik wil iets vertellen over hoe het toen verder ging. Ik maakte alles van nabij mee. Medio 1956 kwam het geschut van de dames weer in werking. Het gezamenlijk bondsbureau moest worden opgeheven. Hierbij kwam de positie van de bondsadministratrice Tini Kok in het geding. Men maakte zich tenslotte op een koele en onchristelijke manier los van haar. In De Poortwake van 31 mei 1957 gaf het MBB een uiteenzetting inzake de gang van zaken tussen de beide bonden. In deze publicatie werden zoveel onwaarheden naar voren gebracht en zoveel verdachtmakingen geuit, dat het JBB besloot op zeer korte termijn een weerwoord te schrijven. Binnen één week kregen alle verenigingsleden een uitvoerige brief.
Deze reaktie van het JBB kon natuurlijk geen genade vinden in de ogen van het MBB en de adviseurs. Twee van hen, A. Schilder en A. Zijlstra besloten de zaak anders aan te pakken.
Alle leden van het JBB kregen een brief van vele kantjes toegezonden, waarin ze werden beschuldigd van drie overtredingen van de 'Tien geboden' (ik weet niet meer precies welke) en aanklachten bij de betreffende kerkeraden werden in het vooruitzicht gesteld. Dat laatste is niet doorgegaan, maar begin 1958 verscheen er een brochure van Ds. E.T. van den Born (collega van Ds. J.A. Vink te Amersfoort, voorzitter van het JBB!), Prof. P. Deddens, Ds. J. Kamphuis, A. Schilder, Ds. F. de Vries en A. Zijlstra (erelid van het JBB!!). in deze brochure ('In trouw volharden Anno Domini 1958') werd-op blz. 18 gezegd: ..... het bestaan van twee organisaties... kan niet in discussie komen, zolang wij ons nog laten normeren door het Woord Gods inzake de gegeven plaats en roeping van onze jongens en meisjes in het scheppingsplan van de Vader..... Ds. J.A. Vink reageerde hierop o.a. met de volgende woorden: "Geen 'prinzipieën-reiterei', met alle bovenschriftuurlijke bindingen, die hiermee verbonden zijn.....
De leden van het JBB werden in de brochure beschuldigd van ontrouw aan de Vrijmaking op de manier, zoals W.G. de Vries dat vandaag nog steeds doet (zie Handboek van de vrijgemaakte kerken 1993).
Waar gaat het nu om?
De beschuldiging aan het JBB van 1958 ligt er nog steeds. Die is nooit terug genomen. In 1977 (na de breuk dus) besloot het JBB gemengde verenigingen toe te laten als lid van de bond. Zo ver ging het bestuur in 1958 lang niet. In 1992 besluiten de beide bonden tot fusie en de gemengde verenigingen zijn algemeen aanvaard.
Terecht! In 1977 reageerde Prof. J. Kamphuis nog, in 1993 doet hij dat niet meer.
Hij zwijgt...
Durft hij vandaag nog hetzelfde te zeggen en te schrijven als in 1958?
Blijkbaar niet!
Erkent hij, dat zijn beschuldiging in 1958 onjuist was?
Blijkbaar niet!
Was het standpunt van het JBB in 1958 zonde - zo zeiden de brochureschrijvers het immers - en hoe zit het dan vandaag?
Er ging veel stuk in de vrijgemaakte kerken en organisaties. Dit verhaal is slechts een klein onderdeel.
In 1958 werd dominee Kamphuis professor Kamphuis.
Ds. J.A. Vink schreef hierover in het CJB o.a.: "Bij een vak als kerkgeschiedenis zijn we met onze J.V.'s ook een beetje geïnteresseerd.
Prof. Kamphuis kan niet alles ineens en we zullen wel wat geduld moeten hebben. Maar we hopen toch, dat zijn bijdragen tot de bestudering der kerkgeschiedenis in de toekomst ons J.V.-werk ook ten goede kunnen komen.
We hebben ook nog een bepaalde hoop. Dat is deze: dat als Prof. Kamphuis goed kerkgeschiedenis studeert, hij op de duur wel zal inzien, dat de historie-beschrijving in de brochure 'In trouw volharden A.D. 1958', - waaraan zijn naam verbonden is, en die-we in ons blad moesten bestrijden, - nog wel eens correctie nodig heeft."
Ter overdenking!