Blik op de toekomst
2007-08-31
Henk de Jong heeft in Opbouw 15 een goed verhaal geschreven over samenleven in een maatschappij waar verschillende geloven deel van uitmaken. Hij vergelijkt de relatie van christenen en islamieten met die van Israël en zijn broeder Edom. Er was al een conflict aan de gang tussen Jakob en Ezau (=Edom) vóór ze geboren werden. Toen botste het al. En later is dat in hun leven manifest geworden. Maar – dat was het punt – toch zegt de Heer tegen Zijn volk: ‘Gij zult de Edomiet niet verafschuwen!’- Jaargang 51
- nummer 17
Zo voelt ook de spanning tussen de islam en het christendom. We komen weliswaar niet uit hetzelfde nest, maar we hebben wel naast elkaar gelegen. Daarom vraagt God van ons in deze tijd volgens de Jong hetzelfde als wat Hij van Israël vroeg: ‘Kijk niet op die mensen neer. Ga normaal met ze om!’
Verleden en toekomst
Bij Henk de Jong worden de Schriften geopend. Dat vind ik wel heel mooi. Wat ik in deze reactie naar voren wil brengen is dan ook aanvullend bedoeld, niet beperkend. Ik heb geen kritiek, maar ik mis iets. Ik mis de eschatologie. U zult zeggen: Dat begrijpen wij. Daar heb je je doctoraal scriptie over geschreven. Maar in wat nu volgt wil ik laten zien dat wat de Bijbel over de toekomst zegt elementair is voor de omgang van het christelijk geloof met de islam.
Islam en de antichrist
We hebben naast elkaar gelegen - de islam en het christendom - en daar kun je het jodendom nog wel aan toevoegen. Mohammed was nogal weg van het monotheïsme dat hij in het jodendom en het christendom meende te zien. In feite zijn beide godsdiensten ook monotheïstisch. Mohammed heeft veel over genomen uit het Oude- en het Nieuwe Testament, maar op het punt van het Drie-eenheid volgt hij zijn eigen koers. Nadrukkelijk en meer dan eens neemt de islam in zijn heilige boek de Koran afstand van de mening dat God een zoon kan hebben. ‘Allah heeft geen kinderen’, zegt de Koran. Jezus krijgt wel een plek in de Koran als Isa en ook zijn moeder Mirjam komen we tegen naast andere grootheden uit het Oude Testament zoals Mozes en David en niet te vergeten Jozef. Maar hoe groot de waardering voor de persoon van Jezus ook mag zijn, het valt niet te ontkennen dat Jezus in de Koran Zijn zoon-van-God-zijn verliest.
De Koran en Mohammed zijn in wezen antichristelijk in die zin dat de islam Mohammed in plaats van Jezus stelt als laatste en hoogste profeet. Het Griekse voorvoegsel anti betekent ‘in plaats van’ maar ook ‘tegen’. Ze zijn ook antichristelijk in die zin dat ze tegen Jezus Christus zijn; ze nemen Jezus Zijn God-zijn af. De gevolgen zijn groot. Johannes zegt er het volgende over in zijn brief (1 Johannes 2:22-23) ‘Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de christus is? De antichrist is ieder die de Vader en de Zoon niet erkent. Ieder die de Zoon niet erkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader.’
Islam, jodendom en christendom
Wat ik mis bij de Jong is dat hij de vergelijking islam-christendom wel hecht aan het verleden (de parallel Israël-Edom) maar niet aan wat God over de toekomst zegt. Er is een diepe vervreemding om niet te zeggen vijandschap tussen de islam en het christendom. Die tegenstelling zit vast op de belijdenis dat Jezus Christus de Messias is, de Zoon van de Allerhoogste. Nu zult u zeggen dat daar ook het geschil met het jodendom zijn oorsprong heeft. Dat is juist.
Op het moment dat Jezus beaamde ten overstaan van het Sanhedrin dat Hij de Zoon van God was, stond het eindoordeel vast. ‘Dit is godslasterlijk. Zo iemand verdient het niet om te blijven leven!’ Het is waar dat zowel het jodendom als de islam over Jezus vallen. Maar er is ook een verschil: De Joodse gemeenschap staat er nog steeds vóór. Ze kunnen niet aannemen dat Jezus de Zoon van God is. Zij wilden het attribuut Christus niet naast Jezus zetten, zodat het werd Jezus Christus. De islam is niet alleen van na die tijd (600 na Christus) maar heeft Jezus openlijk en bewust zijn Zoonschap, dat Hij in het christendom bezat, weer afgenomen. Er stond Jezus Christus en dat laatste hebben ze doorgestreept, zodat het werd: Jezus. Het jodendom staat nog steeds vóór Christus. De islam is van na Christus.
Jezus in Marcus 13
In Marcus 13:14 heeft de Here Jezus gewaarschuwd voor – zeg maar – de antichrist. Dat is een persoon die zich op een bepaald moment in de geschiedenis in de plaats van Jezus Christus zal stellen. Hij zal Jezus Christus wegduwen, zich in Zijn plaats stellen en aanspraak maken op dezelfde verering. Maar vóór die tijd en rondom die tijd zullen er vele soorten en maten zijn van mensen die beweren dat zij kunnen geven wat alleen Jezus Christus kan geven.
Opmerkelijk is dat de antichrist in Marcus 13:14 wordt aangeduid met de uitdrukking ‘de “verwoestende gruwel” die staat waar hij niet hoort.’ In Marcus 13 wordt duidelijk aan een persoon gedacht en niet aan een voorwerp. Dat kun je uit het Grieks opmaken; uit het voornaamwoord ‘die’. Vandaar dat vele onderzoekers hier denken aan de antichrist. Dus in Marcus 13:14 wordt aan een persoon gedacht die zich in de plaats van Jezus stelt en Hem wegduwt. Maar Matteüs die deze rede van Jezus over de laatste dingen ook heeft opgenomen, ziet er juist een voorwerp in.
Matteüs 24:15 zegt: ‘Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (…).’ Matteüs zegt dat we voor de uitleg van de 'verwoestende gruwel' bij Daniël moeten zijn. Toen, bij Daniël was er sprake van een beeld van de god Zeus die de plaats van de God van Israël voor zich opeiste. De Griekse koning van die tijd had dat beeld namelijk opgesteld in de tempel van de Here in Jeruzalem. Die geschiedenis speelt zich af van 167-164 v Chr. Het is de periode van de tempelontwijding. Het is die gebeurtenis waar de uitdrukking 'verwoestende gruwel' naar verwijst. Jezus pakt die uitdrukking op en richt hem op de toekomst. Waar doelt Jezus op? Matteüs laat ons aan het tempelplein denken door te spreken van de plaats oftewel hamakom (mokum); dat is de plaats waar de tempel heeft gestaan. Op die plaats staat op dit moment al eeuwen de rotskoepel symbool van de islam. De rots waar Abraham zijn zoon Isaäk moest offeren. Op de plaats waar de tempel van de God van Israël stond, staat nu een islamitische moskee.
Omgaan met de islam
Het is belangrijk, meen ik, dat wij onze gedachten en ons leven niet alleen hechten aan het verleden, maar ook aan wat de Heer over de toekomst heeft gezegd. Bovenstaande aanvulling op het verhaal van de Jong werpt een onmisbaar licht op de islam en onze omgang met hen: Mensen dus met wie we normaal moeten omgaan. We moeten niet op ze neerzien. Maar tegelijkertijd is er een diepe vervreemding ja, Bijbels gezien diepe vijandschap tussen die godsdienst en de onze. En daar mag je wel op bedacht zijn.
Drs. G. de Lange is predikant van de NGK in Ede.