Dokters maken niet altijd beter
1993-05-07
Het slecht-nieuws-gesprek - Jaargang 37
- nummer 10
Een dokter moet aan een patiënt vertellen dat hij of zij niet meer beter wordt.
Dat is een moeilijke opgave. En niet alle dokters zijn even bekwaam om het op een taktische en zorgvuldige wijze te doen. Helaas. Daar hebben ze in hun lange opleiding maar weinig oefening in gehad en het hangt van de mensenkennis en de wijsheid van de individuele dokter af of hij of zij het er goed van af brengt. In ieder geval vindt iedere dokter het moeilijk. Niet alleen voor de patiënt, maar ook voor zichzelf. Het geeft bij hem (of haar) een gevoel van 'falen'. Ik had de patiënt beter willen maken, echter, ook ik sta machteloos. En door dat eigen gevoel van 'gefaald te hebben' kan een dokter soms kortaf, 'gevoelloos' overkomen bij de patiënt. En hij of zij komt er dan ook niet of weinig aan toe, zich in te leven in de situatie van de patiënt, die dit nare bericht tot zich door moet laten dringen.
Het hangt ook af van de vertrouwensband, die is ontstaan tussen de patiënt en de arts. Als er maar iets is misgelopen, of als iets ook anders had gekund, dan zal de patiënt, of in ieder geval de naaststaande gaan klagen: het is zijn schuld, had hij maar... En de dokter, die zich ook al onzeker voelt, kan daardoor geïrriteerd raken: hij had echt zijn best gedaan, hij wilde toch ook dat de patiënt beter werd? Zo kan de band tussen de patiënt en de arts verslechteren. Soms heeft de patiënt gelijk. De arts is slordig geweest, hij was nalatig geweest, hij had iets echt anders kunnen aanpakken. En dan is het belangrijk dat de arts dat erkent.
Maar dat is voor een specialist vaak een moeilijke zaak. Eigen fouten erkennen.
Het kan gelukkig ook anders, als de vertrouwensband hecht is, zal de patiënt ook meer kunnen verdragen van de arts, zelfs als hij een foutje heeft gemaakt, of de diagnose eerst verkeerd had gesteld. Mevrouw K. heeft een wijze dokter. Hij vraagt een gesprek aan waarbij zowel zij, haar man alsook de twee kinderen aanwezig zijn. Hij legt zorgvuldig uit dat er geen genezing meer mogelijk is. Het enige wat hij nog kan doen is de pijn verzachten, en misschien de groei van de kankercellen tegengaan. Maar zo'n behandeling geeft ook weer veel bijwerkingen.
Mevrouw K. besluit, samen met haar familie, om niet meer "van alles te proberen" om het leven te rekken. Het is een moeilijke beslissing. En dokter Y. respecteert het. Mevrouw K. gaat na een paar weken naar huis. Met gezinszorg en wijkzorg.
Echter na twee maanden moet ze weer opgenomen worden. Ze heeft een longontsteking gekregen en is heel erg benauwd. Als ik in deze fase met haar in gesprek kom, vertelt ze me dat ze heel erg is vereenzaamd thuis.
Eenzaamheid
Het gebeurt regelmatig dat mensen die ongeneeslijk ziek zijn, vereenzamen.
In de eerste periode van het ziek-zijn komen allerlei mensen nog wel langs 'om moed in te spreken'.
Echter de situatie verslechtert alleen maar. En de opwekkende verhalen zijn niet meer op hun plaats. Mensen durven vaak niet meer te komen, en soms is de zieke ook te moe van al dat bezoek.
Van 'steeds weer hetzelfde verhaal te moeten vertellen'.
Wat een zieke, en ook de mensen die rond het ziekbed staan, werkelijk nodig hebben is een luisterend oor. Niet iemand die 'alles precies wil weten'.
Een luisterend oor naar de kleine gebeurtenissen van iedere dag, de kleine vreugden, het diepe verdriet. Ook hebben veel mensen in deze situatie er behoefte aan te spreken over hun beleving van het geloof. Dit is veranderd, verdiept meestal.
Als er dan al iemand van de kerk langskomt, dan zal hij of zij in ieder geval daar de voelhorens voor uit moeten hebben staan. Niet zelf preken en troosten met bijbelteksten, maar vragen naar de beleving van het geloof.
Of er misschien iets over valt te vertellen, of er misschien iets samen beleefd kan worden in het lezen van een psalm misschien, die voor de zieke veel betekent. Of voor de partner.
Mevrouw K. had ervaren, dat mensen niet meer durfden komen. Ze was erg teleurgesteld over al die 'goede bekenden', die nu weer kaartjes stuurden, nu ze weer in het ziekenhuis lag, - wel aardig hoor, maar waarom willen ze niet meer met me práten?-; ze zag ze niet meer.
Trouw
Het is heel erg belangrijk om bezoeken vol te houden bij iemand, die ongeneeslijk ziek is. Het is maar al te waar dat de mensen wegblijven. En als ze wel komen, bestaat het gevaar dat er slechts oppervlakkiq gesproken wordt. En dáár is de zieke meestal te moe voor. Als je blijft komen, zul je zorgvuldig met de tijd om moeten gaan. Tijd, waarin iets wezenlijks kan gaan gebeuren tussen jou, de patiënt en de mensen rond het bed. Immers, juist in deze levensfase komen mensen tot bezinning over het leven, tot verdieping van levensbeschouwing, tot wezenlijke vragen over het geloof.
Waarin ook twijfel en onzekerheid een rol kunnen spelen. Of een inspirerend sterk geloofsvertrouwen.
Dit is een gedeelte van een artikel, dat onder bovengenoemde titel geschreven. werd door Nelleke Boonstra en gepubliceerd werd in de 'Friese Kerkbode'.
Via het 'Gereformeerd Kerkblad voor Drenthe en Overijssel' namen wij er kennis van. Een zieke voelt zich vaak eenzaam. De medemens weet vaak niet welke houding hij moet aannemen aan het ziekbed wanneer hij een patiënt(e) bezoekt. Hij komt van buiten af uit het volle leven binnenwaaien en wordt gekonfronteerd met iemand, die bivakkeert in een beperkte ruimte en gekoncentreerd is op zijn lichamelijke moeite. Dat schat je niet in als je het zèlf niet hebt ondervonden. Maar het lijden van de zieke wordt vergroot wanneer men als bezoeker helemaal verstek laat gaan.
Een stukje meeleven kan zo verkwikkend zijn en je hebt er in de neergang van je menselijk bestaan zo'n intense behoefte aan. Maar als de mensen het laten afweten word je als kind van God teruggeworpen op je geloof in de Heiland.
Een hoogleraar in de theologie, die ettelijke teleurstellingen had moeten inkasseren en zich aan het einde van zijn leven door zijn vrienden van vroeger verlaten voelde, vond troost in de Schriftuurlijke belijdenis: CHRISTUS UNICA SPES - CHRISTUS, DE ENIGE HOOP! God geve ons een antenne voor de mens in nood!!