Ere wien ere toekomt
1993-05-21
In dit gezegde schuilt waarheid en wijsheid. Natuurlijk, er zijn mensen die voortdurend er op uit zijn om met wat ze zijn, zeggen en doen eer in te leggen.- Jaargang 37
- nummer 11
"Zij hebben hun loon reeds", zegt de bijbel.
Er zijn er ook, die in alle bescheidenheid trouw hun werk doen en om die reden gewaardeerd, en soms tot hun verrassing ook met woord en daad geëerd worden.
Dat overkwam op 29 april, de dag van de 'lintjesregen', Ds P. Dekker uit Ermelo.
Hij is, na zeven jaar de kerk van de Zaanstreek gediend te hebben, op 1 juni 1977 als legerpredikant in vaste dienst gekomen. Sinds die tijd is hij verbonden aan het Opleidings Centrum der Intendance in de Kolonel Palm-kazerne te Bussum.
Inderdaad: verbonden. Want in die zestien jaar is er een heel hechte band gegroeid tussen het OCINT en de dominee.
Door zijn grote inzet, trouwen wijsheid, en ik denk vooral ook door zijn echtheid, ook in zijn geloof, heeft hij zich in Bussum een unieke positie verworven en zich 'bij hoog en laag' geliefd gemaakt. Zózeer, dat het onderdeel zich al jaren ervoor heeft beijverd dat 'hun dominee' een onderscheiding zou krijgen.
En ziedaar, in het laatste jaar van zijn aktief dienen is het dan gebeurd!
Op de bewuste donderdag waren in Bussum alle verloven ingetrokken. De troepen stonden opgesteld. Alle cursisten aangetreden. Os Dekker moest uittreden om ten overstaan van zijn gezin (waar hij zo trots op is!), zijn familie, alle nog in leven zijnde oudcommandanten van het OCINT en de mensen van 'zijn' onderdeel, uit handen van de huidige commandant de versierselen te ontvangen van Officier in de Orde van Oranje Nassau.
In zijn geïmproviseerd dankwoord herinnerde Os Dekker aan het woord van Augustinus: "Als je datgene doet wat je moet doen! wat voor lof verdien je dan?" Dat typeert hem.
Hij zei dan ook de onderscheiding te zien als een blijk van erkenning en waardering van de plaats en het werk van de Geestelijke Verzorging binnen de krijgsmacht.
Inderdaad: juist in een tijd, waarin (opnieuw) de kritische vraag gesteld wordt, of Geestelijke Verzorging in het leger wel nodig is en maar niet beter drastisch ingekrdmpen zou moeten worden, blijkt uit wat in Bussum gebeurde, hoe geïntegreerd de G.V. in de krijgsmacht werkzaam kan zijn.
"Als het bedrijf in alle voegen kraakt, worden ook de mensen in dat bedrijf gekraakt. En dan Is pastorale opvang en ondersteuning bitterhard nodig"zo ongeveer typeerde Os Dekker het in zijn toespraak.
Zoals zijn collega aalmoezenier Dekkers het pas schreef: "Het laatste halfjaar heb ik meermalen van beroepsmilitairen te horen gekregen: 'Als er ooit een gelegenheid is dat jullie als geestelijke verzorging iets voor ons kunnen doen, dan is het nu. Doe iets. Want jullie kunnen het...'
Zo mogen geestelijke verzorgers in een krijgsmacht, waarbinnen het woelt en gist, in de Geest van hun Zender als vertrouwensman bezig zijn.
Os Dekker deed dat al die jaren. Hij zocht de eer niet, maar kreeg die tot zijn verbazing totaal onverwacht. En verdiend! We gunnen het hem van harte. En voelen het inderdaad als een opsteker voor het werk van de Geestelijke Verzorging in het algemeen.
Piet, namens de Commissie van de Nederlands Gereformeerde Kerken voor de Geestelijke Verzorging van militairen en namens je collega's wens ik je van harte geluk met deze koninklijke onderscheiding.
We zijn blij voor je en ook best een beetje trots op je!