Christus' koningschap
1993-05-21
lets schrijven over het koningschap van Jezus Christus is niet eenvoudig.- Jaargang 37
- nummer 11
Want dat koningschap is allesomvattend.
Op de één of andere manier zijn alle dingen op deze aarde en in deze wereld bij dat koningschap betrokken.
Jezus zelf verklaarde immers na Zijn opstanding, aet alle macht in hemel en op aarde aan Hem is gegeven (Matth. 28: 18). Daar komt nog bij, dat dat koningschap, die heerschappij, geen einde heeft (Lucas 1 : 33).
Ik wil hier wat over schrijven en ik maak daarbij gebruik van een toespraak van wijlen Prof. C. Veenhof, die deze eens hield tijdens een Bondsdag van de vrijgemaakte jongelingsbond in Dordrecht. Het is dus wat oude koek, maar oude koek van Veenhof blijft altijd smaken.
God is koning van het heelal
Het koninkrijk van de Heiland is niet 'zo maar' uit de lucht komen vallen.
De komst ervan heeft een lange voorbereidingstijd gehad. Om dat te begrijpen moeten we eerst een antwoord hebben op de vraag wat eigenlijk een koninkrijk is. Dan hebben we te maken met vier punten: Een koninkrijk heeft een koning en die koning heeft heerschappij.
Die koning heeft ook onderdanen en tenslotte is er een gebied, waar koning en onderdanen wonen.
Welnu, het is duidelijk, dat God koning is. Hij heeft een onbegrensde macht, Hij is almachtig. Alle schepselen zijn aan Hem onderworpen. En het gebied van Gods koninkrijk is het heelal, niet alleen de aarde maar ook de ruimte..
Dat heelal bestaat uit twee delen, de hemel en de aarde. In de hemel wonen de engelen en de aarde is aan de mensen gegeven. God maakte Adam tot het hoofd van de schepping. De eerste mens was alleen verantwoording schuldig aan God. Zó mocht hij heersen over al het geschapene.
Maar toen?
Toen is er iets gebeurd.
De satan forceerde een revolutie.
Satan overste van deze wereld
Adam viel in zonde en in zijn val sleepte hij alles, waarover hij zeggenschap had, mee. Zó kwam de schepping in de macht van de satan. Zo werd de satan overste van deze wereld.
Zó heeft Jezus de satan genoemd (Joh. 12: 31); 14: 30; 16: 11). Satan loog niet, toen hij in de woestijn tegen Jezus zei, dat de koninkrijken der aarde aan hem werden overgegeven (Lucas 4 : 6).
De vorst der duisternis heeft door de zonde het licht verdrongen. Daarom is de wereld vol van ellende en zelfzucht, van corruptie en haat, van bederf en ondergang. Door de zonde is alles "doorgloeid van satanische haat tegen de levende God" (Veenhof).
Is dat nu het laatste woord?
Gelukkig niet.
Gods rijk wordt hersteld en is nabij
Er is meer.
God heeft het er niet bij laten zitten.
Hij wil de mensen, die Hij naar Zijn beeld heeft gemaakt, niet aan de satan overgeven. Hij gunt ze de satan niet.
Vanaf de zondeval heeft Hij zich voorgenomen de macht van de satan te breken en de mensheid 'en de hele schepping terug te brengen onder Zijn heerschappij van liefde en genade.
Hiervan is de bijbel vol.
In het Oude Testament wordt duidelijk gesproken over het nieuwe rijk, dat komt. Het koninkrijk van David mag een schaduw zijn van dàt nieuwe rijk (2 Kron. 13 : 8). De profeten spreken over het koninkrijk van God, dat komt.
Jesaja heeft het over een rijk van vrede (Jes. 11: 1 -10) en hij spreekt er zo levendig over dat het lijkt alsof dat rijk al gekomen is. En Daniel zegt, dat de heerschappij van de mensenzoon eeuwig zal duren (Dan. 7 : 13,14).
Ook de psalmen hebben het over de glans van het komende koninkrijk (bv. 93,96,97 en 99). En de hemelvaartspsalm (47) roept ons op om in de handen te klappen en te juichen, omdat God geducht is. Hij regeert over de volken, Hij is hoog verheven.
Het koninkrijk is nabij gekomen
De geschiedenis gaat door. Johannes de Doper treedt op. Hij probeert de mensen duidelijk te maken, dat het koninkrijk der hemelen nabij is gekomen (Matth. 3: 1). Die boodschap was bijzonder, was uniek. Er komt iets nieuws aan. Gods koninkrijk dringt ons leven binnen. Er komt een nieuwe tijd.
Aan de macht van de satan zal een einde komen.
De woorden van Johannes moeten zijn hoorders als mokerslagen in de oren hebben geklonken. Godiqaat zijn dorsvloer zuiveren. Om in dat koninkrijk van God te komen moeten mensen zich bekeren. Er is geloof nodig. Zo kan men deel krijgen aan het onvergankelijke rijk van God.