Bestaat er wel een 'neutrale' overheid?

1993-05-21
  • Jaargang 37
  • nummer 11
Honderden predikanten applaudisseerden op de jubileumbijeenkomst van de Bond van Nederlandse predikanten in de Domkerk van Utrecht voor minister Dales. (Trouw, 21 april).
De minister pleitte in haar lezing krachtig voor scheiding van kerk en staat en dus tegen overheidsbemoeiing in de kerk. Ik vroeg haar tijdens discussie waarom zij niet had gesproken over de christelijke school en of zij zelf in de Tweede Kamer niet in strijd had gehandeld met haar eigen opvatting, namelijk bij de uitleg van de Wet gelijke behandeling. Mevrouw Dales antwoordde toen: "De overheid heeft daar alle recht toe; zij mag een bijbeluitleg die een groep mensen schaadt verbieden." Zij trok daarbij een parallel met... kindermishandeling.
Dit mag straks niet meer, zei ze.
En toen volgde dat applaus. Wat gebeurde hier nu eigenlijk?
De verslaggever van Trouw legt de lezers uit wat ikzelf zorgvuldig vermeed: dat het toen in de Kamer ging om het weren van homoseksuele leraren.
Ik denk daarom dat de predikanten hier hun pastorale hart lieten spreken.
Zij zijn wel de laatsten die een groep willen schaden. Zij zullen zich ook bevestigd hebben gevoeld in hun eigen opvatting, en dat nog wel door een minister.
Ik zou echter de collega's willen vragen: begint er bij een ministeriëel verbod van een bepaalde bijbel uitleg bij u geen rood lampje te branden? Als we nu eens - dat ware mij ook lievereen ander thema kozen als voorbeeld.
Een socialistisch regime verbood niet lang geleden en niet ver van ons vandaan een bepaalde bijbeluitleg over vredesvraagstukken: 'zwaarden omsmeden tot ploegscharen'. Hoe vond men dat daar in de kerk? Wij in het Westen kennen toch vrijheid van godsdienst?
En moet godsdienst binnen de kerkmuren blijven? Hebben wij in ons land geen vrijheid van onderwijs? Mag eenchristelijke school niet haar eigen levensstijl bepalen? Heeft de Raad van State de voorliggende wet daarom niet ontraden?
Men zal antwoorden dat hier een groep mensen wordt geschaad. Maar laten we nu eens gewoon feitelijk nagaan, waar dan precies, Op openbare scholen - waar een minister recht van spreken zou hebben - wordt niemand geweerd, Op de meeste christelijke scholen vraagt men al evenmin naar de levenspraktijk: daar is men de nieuwe moraal zelf al vaak toegedaan, Wat overblijft is een minderheid van orthodoxe scholen. Maar die trekken toch alleen orthodoxe sollicitanten aan? Die scholen zijn trouwens evenzeer tegen ongehuwd samenwonen als tegen homoseksuele praktijk. Zij zullen niemand weren om het enkele feit van de geaardheid. Zo gezien hoeft in de praktijk niemand ergens bang voor te zijn. Blijft alleen de mogelijkheid van opzettelijke provocatie.
Wil men daar nu voor opkomen? Moet er nu echt nog ingebroken worden in bijvoorbeeld die éne uit nood geboren reformatorische of die andere evangelische school in Amsterdam?

In eigen kring
De meerderheid van ons land, inclusief blijkbaar de leden van de grotere kerken, hoeft het toch niet eens te zijn met de normen en waarden van een bepaalde minderheid, om deze minderheid toch vrij te laten in eigen kring naar eigen normen te leven? Durft een minister dat te vergelijken met kindermishandeling?
Wie schaadt hier eigenlijk minderheden? Zou iemand een vinger durven uitsteken naar de orthodox-joodse school hier?
Of is hier iets anders aan de hand dan pastorale bewogenheid? Is het misschien zo dat de 'verlichte' meerderheid zich stoot aan de nog niet verlichte minderheid? Is het misschien zo, dat die meerderheid de overheidsmacht gaat gebruiken om de minderheid haar normen op te leggen? Is het dan toch waar dat de hooggeroemde 'neutrale' overheid nooit lang bestaat?
Is het dan toch waar dat een overheid die de christelijke normen en waarden loslaat, vroeg of laat een andere ideologie gaat aanhangen en doordrukken?
Dat socialisten en liberalen zoiets willen verwacht ik van ze. En dat christenen de dupe zullen worden hoeft hen niet te verbazen. Maar dat een christelijke minister zoiets doet is bitter. En dat een christelijke partij als het CDA meegaat is nóg bitterder. Wie voor de doorbraak koos zal de christelijke organisatie niet ontzien. Maar wie afstamt van ARP of CHU moet de geschiedenis kennen: de christelijke partij in Nederland ontstond in de strijd om de christelijke school. Waar is nog het theocratische besef van de CHU? En als dat dan echt niet meer kan, waar is dan de soevereiniteit in eigen kring van de ARP?

Dit is een gedeelte van een belangwekkend artikel, dat Drs. C. Blenk, Hervormd pred. (Geref. Bond) te Amsterdam schreef in 'TROUW'. Ongetwijfeld zijn er CDA'ers, die moeite zullen hebben met de laatste geciteerde zinnen. Maar niemand kan ontkennen, dat het in deze bewogen tijden noodzakelijk is zich in het kader van het geheel van de aangesneden materie te verdiepen in de vraag waar de grenzen liggen voor de overheid t.a.v. de kerk en de christelijke organisaties.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief