Een psalm van deze tijd

1993-06-04
  • Jaargang 37
  • nummer 12
Luther heeft over het boek der Psalmen gezegd: "Hier ziet men al Gods heiligen in het hart". Gelovigen van lang geleden laten zich nog altijd zo in het hart kijken, dat mensen van nu zich er in kunnen herkennen. Dat is vast ook de reden waarom het Psalmenboek zo geliefd is. Gelovigen grijpen er op beslissende momenten in hun leven naar en spreken er mee uit wat diep in hun hart leeft. Heel het menselijk bestaan in al zijn hoogte en diepte komen we er in tegen. Uitzichtloze duisternis, onzegbaar lijden, doffe wanhoop. Maar ook uitbundige vreugde, intens godsvertrouwen, diepe dankbaarheid. Alles wat zich tussen God en mens, en tussen mensen onderling afspeelt, wordt er in verwoord.

Dat gelovige mensen zich in hun hart laten kijken gebeurt overigens niet alleen in Israels Psalmenboek. Zingt ook Paulus aan het slot van Romeinen 8 - dat hoofdstuk over zonde en genade, zinloos lijden en zuchten van verlangen - niet een lied van rotsvast vertrouwen: "Wie zal ons scheiden van de liefde van God...?" Zo zijn er heel wat meer voorbeelden te geven, zowel uit de bijbelse geschriften als daarbuiten.

Vraag is, of er ook in deze tijd nog zulke Psalmen worden geboren. Laten mensen zich nog wel zo diep in het hart kijken? Onlangs maakte ik het mee. Iemand vroeg me, of ik in de kerkdienst een dankgebed voor haar wilde opdragen. Een jaar geleden had ze een hersenbloeding gekregen. Dat verwacht je toch helemaal niet wanneer je pas vijftig bent. Half verlamd en blind lag ze een tijdlang in het ziekenhuis.
Ze ging door een diep donker dal. Maar voelde zich daar toch niet alleen. Want haar God, Hij ging haar voor, Hij trok met haar de diepte door (Psalm 95). En haar geliefden bleven in de buurt en leefden intens mee. Ze herstelde wonderbaarlijk. "Nu bijna een jaar later voel ik mij nog steeds heel erg bevoorrecht en ben ik de Heer elke seconde dat ik leef dankbaar... " Daarom dat dankgebed: "Mijn naam hoeft niet genoemd te worden het is voldoende wanneer je het voor 'iemand' onder de aanwezigen wilt doen": Toen gaf ze me wat ze aan haar gelief den en vrienden had gestuurd om hen te laten delen in wat er in haar leefde Een heel persoonlijke ontboezeming.. Tegelijk ook zo herkenbaar voor wie iets vergelijkbaars meemaakte.

"Dertien" februari, daar lag ik geveld zo maar op een dag
Dat het mij kon gebeuren?
Daar had ik nooit aan gedacht
Wat was ik bang
dat ik nooit meer de lach om zijn mond
en zijn lieve ogen zou zien
Het grijs sloot als een gordijn om me heen

Hij, mijn lief, zat naast me
en had niets in de gaten
Geeft niet, zolang ik zijn hand op de mijne voelde
gaf mij dat een veilig gevoel

Ik bad:'"Heer laat ons nog niet van elkaar scheiden"
"Vergeef mij mijn fouten die ik in mijn leven heb gemaakt"
"Heer laat mij nog te midden van mijn dierbaren blijven".

Zonder afscheid van ze te nemen
zou ik ze achter moeten laten
temidden van verdriet en pijn

Uit het diepst van mijn hart
vroeg ik Hem mij te willen helpen
mijn angst weg te nemen
En ik bad: "Heer laat mij leven!"

Dertien dagen na het gebeurde zag ik twee paar ogen
daar stonden ze voor mijn ziekbed
twee paar ogen zo bruin
zoals de ogen van een ree
De lach om hun mond
Alle emoties maakten plaats
voor een gevoel van groot geluk dat stroomde tot het diepste van mijn ziel
Gevoel van dankbaarheid Het jubelde in mij: "Ik kan weer zien!"
Ook al wist ik dat nog niet alle gevaar voorbij was
Ik stroomde over van dankbaarheid
Dankbaar dat mijn smeekbeden waren verhoord
Dankbaar dat mijn liet al die lange dagen daar in het verre vreemde land mij elke dag verzorgde
Dankbaar dat mijn dochters 2300 km van huis
daar voor mijn bed stonden
Dankbaar dat er zoveel lieve vrienden uit alle windstreken mij in hun gebed opnamen en meeleefden

Het getal "de dertiende" zal voor mij geen ongeluksgetal meer zijn
Nu een meend later kan ik zeggen: "heerlijk ik leef!"
en lispel ik: "Dank U Heer'"

Ook een Psalm.
Van deze tijd.
Van een medegelovige, die ons in haar hart laat kijken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief