Christus' koningschap II

1993-06-04
  • Jaargang 37
  • nummer 12
Het koninkrijk is er
Na Johannes de Doper komt Jezus. In en met Hem - en daar gaat het nu om - komt het koninkrijk van God, het koninkrijk der hemelen in volle werkelijkheid de wereld binnen. Bij Zijn optreden in Nazareth (Lucas 4: 14 e.v.) legt Hij er de nadruk op, dat de profetieën met Zijn komst in vervulling gaan. Gods Geest is op Hem. Hij is gezonden door Zijn ader om het genadejaar van de Heer af te kondigen.
Die boodschap heeft de Heiland in allerlei woorden naar voren gebracht.
De tijd is vervuld. De tijd van wachten is voorbij. Gods tijd is 'vol'. Het koninkrijk der hemelen breekt zich met geweid baan (Matth. 11 : 12), het is er (Lucas 11 : 20).

Satans macht wordt gebroken
Vanzelfsprekend komt nu de vraag naar voren, wat dat nu betekent. Wat gebeurt er nu eigenlijk door de komstvan dat koninkrijk? Waarin manifesteert zich de komst van het rijk der hemelen? Wat is het effect van die komst? Het eerste waaruit de aanwezigheid van het koninkrijk van God onder de mensen blijkt, is wel dit, dat de macht van de satan en de duivelen wordt gebroken. Overal waar Jezus komt werpt Hij duivelen uit. Zij moeten zich, ondanks hun verzet, buigen onder Zijn wil. Jezus gaat het huis van de sterke binnen, bindt hem en rooft zijn huisraad (Marcus 3 : 27) en als vrucht van Zijn prediking ziet Hij de satan als een bi iksem uit de hemel vallen (Luc. 10: 18). Aan het kruis vindt de definitieve beslissing plaats.
De Heiland draagt daar de volle last van de toorn van God. Hij betaalt de schuld, die de mensen bij God hebben gemaakt. Aan het kruis ontrukt Jezus Christus de satan de bevoegdheid om over de wereld te heersen. Nu de schuld is afbetaald, is de satan zijn rechtsgreep op de wereld en de mensen kwijt. De rechtsvloer is onder zijn voeten stuk geslagen, maar hij is er nog wel. Hij gaat nog rond als een brullende leeuw (1 Petr. 5 : 8), maar overste van de wereld is hij niet meer.
De totale ondergang van de satan is aanstaande.

Tekenen van het koninkrijk
Jezus laat zien, dat Hij macht heeft. Hij doet wonderen en tekenen. Hij geneest zieken, Hij heft ellende op. Hij gebiedt over de zee en de dieren in de woestijn dienen Hem, als hij de verzoekingen van de satan heeft doorstaan.
Zelfs roept Hij doden weer tot leven.
Door al deze daden laat Jezus de kracht van het nieuwe rijk zien. Hij verlost het leven metterdaad van het verderf en kroont het met goedertierenheid en barmhartigheid. Zo flitst tijdens het leven en werken van de Heiland telkens iets op van de nieuwe levensorde, die met het koninkrijk van God op aarde is gekomen.
Maar dat is nog niet alles. Het allerbelangrijkste is de prediking van de Heiland.
Het koninkrijk breekt zich baan door de prediking. Zijn prediking is het evangelie van het koninkrijk. Die blijde boodschap houdt niet in een beschouwing of uiteenzetting van Gods rijk.
Het is ook niet de ontwikkeling van een 'theorie daarover. Neen, het is een woord van blijdschap, waardoor het koninkrijk wordt verwerkelijkt, waardoor het het leven van mensen binnendringt.
Het evangelie van het koninkrijk is, anders gezegd, het woord, waardoor Christus ons onder de heerschappij van Gods genade brengt, ons hart daarvoor open maakt en ons deel geeft aan de rijkdommen, die in dat rijk worden ontvangen en genoten (Veenhof).
Als een koning in zijn ambt iets zegt, gebeurt het. Door zijn woorden maakt hij oorlog of sluit hij vrede. En zo maakt Jezus door zijn gepredikte woord het rijk tot werkelijkheid. Hij trekt mensen het rijk binnen, Hij deelt de schatten van het rijk uit: het volle heil, genade en vergeving.

Het Koninkrijk is er in Jezus Christus
Dit is dus het belangrijkste, dat we moeten vasthouden, dat het koninkrijk van God aanwezig is in Jezus Christus.
Hij is niet de verkondiger van het rijk, maar Hij is als het ware het rijk zelf. In de Mensenzoon is het rijk aanwezig.
God vervult Zijn belofte in deze tijd, op onze aarde, onder de mensen van deze bedeling uitsluitend door Zijn Zoon. Het nieuwe koninkrijk is in Jezus Christus geconcentreerd. In Hem is het vlees en bloed geworden. Alle macht, die eigen is aan Gods koninkrijk, is aan Jezus geSChonken en wordt door Hem uitgeoefend. Hij is de bron van alle heil en rijkdom, die in het koninkrijk der hemelen wordt genoten.
Van de schatten van het rijk kan slechts worden genoten in gemeenschap met Hem.
Deel hebben aan het rijk, burger zijn van dat rijk, kan alleen doordat we in Christus worden ingelijfd.
Jezus Christus breekt de macht van de satan. Hij realiseert het koninkrijk van de Vader. Hij vergeeft de zonden, Hij spreekt zalig, Hij doet ingaan in het eeuwige rijk.
Jezus Christus in in Zichzelf het koninkrijk.
Hij is zonder meer dat koninkrijk Zelf.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief