De 'Volkseer'
1993-06-18
De lijn van geloof naar politiek ligt hier voor de hand. Ik herinner me, dat de SGP dit bijbelvers eens bij een verkiezingscampagne heeft gebruikt. Gerechtigheid verhoogt een volk. De SV geeft dezelfde vertaling. Sommigen zijn doodsbang voor politiek in de kerk. Ik niet. Als je maar op een kerkelijke manier over politiek spreekt. In de kerk stemadviezen geven is uit den boze. In de kerk vertellen hoe de politiek alle punten en komma's bij de reorganisatie van de gezondheidszorg moet zetten, is een verwerpelijke vereenzelviging van kerk en politiek.- Jaargang 37
- nummer 13
Maar in de kerk kan het ook over de politiek gaan, want God spreekt in zijn woord over het openbare leven. Als we bij de profeten lezen over de samenleving, waar God met ons naar toe wil: nergens meer wapens te vinden, kinderen die veilig spelen op de pleinen en opa's die rustig zitten te keuvelen op de bankjes, dan is dat naar mijn besef geloof en politiek ten top; alles in het kader van Gods verlossend handelen. De allesomvattende heerschappij van Jezus Christus laat ons weinig ruimte voor afzijdigheid. Je moet alleen goed verdiskonteren, dat in het OT kerk en volk een zijn. De overheid moet nu het evangelie niet verkondigen, dat is een taak van de kerk. En de kerk moet niet uitmaken of een stoplicht rood of groen moet zijn.
In Spr. 14,34 wordt gesproken over de verhoging van een volk. Ik vertaal de eerste regel met: Gerechtigheid is de eer voor een volk. Dat heeft te maken met het ontvangen van eer; graag hoog willen eindigen, zoals in de sport. Ook met landen en volken is het vaak opgaan, neergaan en verzinken.
Nederland heeft vroeger internationaal een steviger partijtje meegeblazen dan tegenwoordig. Engeland heeft haar glorie ook achter zich liggen.
Duitsland is eigenlijk door de eeuwen heen machtig gebleven.
Wat zegt de tweede zin? Ik vertaal 34b als volgt: ...maar zonde is schande voor de stammen. Zoals zo vaak zegt in Spreuken de eerste zin van een vers hetzelfde als de tweede zin, maar dan met andere woorden, of in een tegenoverstelling; zo leggen ze elkaar uit. Wat zegt Spr. 14,34 dan? Gerechtigheid is tot eer van een volk; dat maakt een volk één en sterk; door gerechtigheid betekent een volk veel voor de zwakken. Maar zonde is een schande voor de stammen van dat volk; die komen niet tot een eenheid, die blijven verdeeld; een schande is het als ze voor de gerechtigheid de handen niet ineen kunnen slaan, maar werkeloos in groepjes toekijken bij het kwaad. Kleine volken en stammen binnen een volk hebben recht van bestaan. Maar... ze moeten ook wel eens wat gezamenlijk doen vanwege de gerechtigheid. Hierbij valt te denken aan Rusland: nooit geweten, dat daar zoveel volken woonden. In het voormalige Joegoslavië rollen bevolkingsgroepen rivaliserend en vechtend over de straat. In Nederland zijn we ook geen toonbeeld van eendracht.
Integendeel, discriminatie ligt op de loer.
Volken zoeken eer in zonden. Ze missen daarmee het doel, nl. de gerechtigheid, die God met hen voorheeft. Er wordt kracht gezocht in geweld, sterke ekonomie, macht, invloed, uitstraling.
In Nazi-Duitsland was de Übermensch de eer van de natie. Zonden hebben dat volk tot voor vier jaar letterlijk verdeeld. Zonden hebpen de volken in Zuid-Afrika verdeeld en apart gezet.
Het woord dat hier voor zonde wordt gebruikt betekent: het doel missen. Je verzet je dan tegen Gods goede weg.
De door God gestelde orde belooft zegeningen als gerechtigheid en eenheid.
Zonde geeft desintegratie, het bij God en elkaar vandaan groeien.
Zonde geeft chaos. Dan komen er andere machten aan bod en bij meer goden is de eenheid in het leven weg.
Want God is één; leven met God geeft een leven uit één stuk; zo kerk, zo samenleving. Zonde als revolutie geeft verdeeldheid. Over revolutie wordt wel eens romantisch gesproken, maar dat is dwaas. De revolutie verslindt haar eigen kinderen en bréngt grote destruktie, meestal groter dan bestreden werd. Daarom hoor je Jezus spreken over het geven aan de keizer, wat des keizers is; en Paulus over het eren van de overheid: hou die er maar aan, dat die een dienaar van God is, dan kan die ook niet onbelemmerd doen wat ze wil.
Wat wel tot eer van een volk is gerechtigheid; Bedoeld is hier de verhouding tussen mensen. De orde van God die er in de intermenselijke verhoudingen mag zijn. Daarin zet zich dan de gerechtigheid van God voort. B.V. het goede doen voor mensen; het leven in welzijn en samen genieten van wat het land oplevert; het delen met de armen; het helpen van ontrechten en vreemdelingen, tot en met het tegenstaan van de onderdrukkers van volken en mensen. God is de bron voor deze gerechtigheid. Want alleen in God is geen onrecht en Hij geeft dat heil als een geschenk aan zijn volk. Het is tot eer van een volk, als zij voor de sociaal zwakken opkomt; voor wie niet voor zichzelf kan opkomen. Zo is erveel te doen voor ongeboren, jong en oud leven; ziekenzorg: dienst aan gehandikapten; armen; enz. Niet de zorg voor het recht van de sterkste maakt een volk groot, maar het zorgen voor het recht van de zwakste. Het heeft er alle schijn van dat hier een van de wortels wordt blootgelegd van de 'ontbinding' van onze samenleving.
De orde van God is te weinig beheersend.
Waar de eer in zondige zaken wordt gezocht zal de destruktie toenemen.
We leren weer wat 'stammenoorlogen' zijn.