De terugkoppeling van de genadegaven naar de genade (1)

1993-06-18
  • Jaargang 37
  • nummer 13
Jaarlijks houdt de Theologische Studiebegeleiding (TSB) een studieweekend in de maand mei (dit keer van de 14e tot de 16e van de maand) waarmee de kursus van het jaarprogramma wordt afgesloten. Dat gebeurt in de bijbelschool 'De Wittenberg' te Zeist en beurtelings gaan dan op de zondag van dat weekend de begeleiders voor in de Nederlands gereformeerde kerk van die plaats. Om de lezers van ons blad een beetje te laten meeleven met dit werk van de TSB dat uiteraard voor het overgrote deel in de verborgenheid plaats vindt publiceer ik de preek waarmee ikzelf in de middagdienst het weekend afsloot. Ik moet trouwens zeggen dat het meer een bewerking is van de toen gehouden preek dan de preek zelf die over I Korintiërs 3 : 10 ging. Sommige punten heb ik breder uitgewerkt zodat het geheel beduidend langer is geworden en het al te preekmatige heb ik ervan afgesloopt. Wat nu volgt draag ik op aan de studenten van de TSB.

Inleiding
Het gaat vandaag in de kerken over de gemeente-opbouw. Veel wijsheid wordt van alle kanten aangedragen om die opbouw zo doelmatig mogelijk te doen zijn. Nauwkeurig wordt nagegaan wat voor genadegaven of charisma's er in de gemeente voorkomen en hoe die het best kunnen worden ingezet.
Ook op het studie-weekend van de TSB hebben wij ons daarmee bezig gehouden. Met de geestelijke opbouw van Christus' gemeente. Hoe wij in deze tijd de gemeente van Christus het meest effektief kunnen inrichten.
Een en ander bracht mij op het woord van Paulus dat we in onze tekst vinden dat hij namelijk als een kundig bouwmeester het fundament van de kerk gelegd heeft waarop anderen (ook wij dus in deze tijd) moeten voortbouwen.
Dat lijkt trouwens op het eerste gezicht een associatie die ons voor het onderwerp van de gemeente-opbouw niet veel verder brengt. Wij zouden immers van de apostel zo graag willen horen waar dat kundige bouwmeesterschap van hem nu praktisch in uitkwam en over wat voor organisatorisch talent hij precies beschikte. Daarin stelt de tekst zonder meer teleur. Om van andere plaatsen uit Paulus' brieven maar te zwijgen waaruit we de indruk zouden kunnen opdoen dat de gemeenteopbouw in de organisatorische zin van het woord niet eens zijn sterke punt was. Zijn administratie bijvoorbeeld vertoonde duidelijke leemtes. En toch, stelt Paulus in de breedte wat teleur, in de diepte van het gemeentewerk kan hij ons helpen. En wel in die zin dat hij ons hier zowel als op andere plaatsen van zijn brieven aanwijst waar de niet opdrogende bron voor zijn inspiratie gelegen was. De kunde van zijn bouwmeesterschap waar hij het hier over heeft staat daarmee in nauw verband. Dat klinkt misschien wat raadselachtig maar hopelijk heb ik hiermee toch uw aandacht gespannen.

'De genade en het apostelschap'
De tekst zoals hij daar ligt heeft iets bekends voor ons. Wij luisteren naar dit gedeelte van Paulus' brief aan de Korintiërs met graagte. Bekend maakt bemind en bemind maakt bekend.
Maar een nadeel daarvan is dat we niet meer zo scherp luisteren. Zo vraag ik me af of we niet gewoon wat heenhoren over de beginwoorden van de tekst: 'Naar de genade Gods die mij gegeven is...' We houden dat begin gemakkelijk voor een vrome zinswending en niets meer. Paulus zegt daarmee dan dat hij het resultaat van zijn arbeid aan de genadige hulp van de Here God toeschrijft. Mooi natuurlijk, maar niet zo nodig, niet zo funktioneel in de tekst. Zoiets denken we. Verstaan we hem dan mis? Ik denk het niet maar er zit meer in. De apostel beroept zich met deze woorden namelijk op zijn apostolisch ambt. Dat heeft hij gezien als 'de genade Gods die hem gegeven was'. Let wel, dat moeilijke ambt van hem waarin hij zoveel heeft moeten doorstaan, het was voor hem een genade, een gunst van God, een bediening die hem door de barmhartigheid van God was toevertrouwd (II Kor. 4 : 1). Ergens (Rom. 1 : 5) zegt hij dan ook dat hij van Christus de genade en het apostelschap ontvangen heeft. 'De genade en het apostelschap', twee woorden die één begrip vormen, je mag omschrijven 'de genade van het apostelschap' of 'het apostelschap als genade'. Zo heeft Paulus zijn zware dienst in het evangelie dus ervaren, als een onverdiende gunstverlening. En soms wanneer hij het gewicht van zijn ambtelijk gezag als apostel in de weegschaal wil leggen dan drukt hij zich zo uit: 'Krachtens de genade die mij geschonken is...' Bijvoorbeeld in Rom. 12 : 3: 'Krachtens de genade die mij gegeven is zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten hoger dan u voegen...' 'Krachtens mijn ambtelijk gezag als apostel', en dat drukt hij merkwaardigerwijs uit met het woord 'genade'. Hij zelf was daar zeer van onder de indruk, van die genade, en dat wilde hij op anderen overbrengen. Zijn ambt als genade.

Vergevende genade
Om dit opmerkelijke spraakgebruik te verstaan moeten we naar de eerste schriftlezing, die uit I Timoteüs 1. 'Ik breng dank aan Hem die mij kracht heeft gegeven, Christus Jezus onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was. Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de genade van onze Here geweest, met het geloof en de liefde in Christus Jezus' (I Tim. 1 : 12-14). In deze passage zie je prachtig hoe voor Paulus de genade en het apostelschap aan elkaar vastzaten.
Aan Paulus' dienst in het evangelie heeft de diepe ervaring van Gods vergevende genade ten grondslag gelegen.
Dat hij, als de voornaamste der zondaars, uit mocht gaan met de prediking van de goede boodschap, dat heeft hem blijvend verbaasd en gemotiveerd.
De opdracht om God in het evangelie te dienen is voor Paulus ook het zegel op de goddelijke vergeving geweest. Wij weten dat de pijn de gemeente vervolgd te hebben Paulus tot op het einde van zijn leven is blijven achtervolgen. Je kunt zelfs zeggen dat de wroeging daarover hem in toenemende mate geplaagd heeft. Maar steeds heeft hij verzachting van die pijn gevonden in het besef dat God hem toch, toch wilde gebruiken en inschakelen bij de komst van zijn koninkrijk.
En hoe groter de zegen op zijn apostolische arbeid was des te zekerder werd hij van de vergevende genade Gods. Hij schrijft het aan de Korintiërs zo: 'Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb. Maar door de genade Gods (weer die genade als de dragende grond van zijn ambt!) ben ik wat ik ben en zijn genade aan mij is niet tevergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik maar de genade Gods die met mij is' (I Kor. 15: 9 en 10).

Apostel der heidenen
Het is met name Paulus' bijzondere dienst als apostel der heidenen geweest die met die ontvangen genade samenhing. Paulus vertelt in Galaten 2 van zijn erkenning als apostel door de steunpilaren van de gemeente in Jeruzalem: Jakobus, Petrus en Johannes.
Hij schrijft: 'Toen zij zagen dat aan mij de prediking van het evangelie aan de heidenen toevertrouwd was...', dan komt er een tussenzin, waarna de apostel opnieuw begint: '...toen zij de genade die mij geschonken was opmerkten', toen reikten die drie mij de hand. 'De genade die mij geschonken was', dat was voor Paulus, zo merken we hier, zijn evangelie-bediening voor de heidenen, de onbesnedenen. De genade van het apostelschap, en wel van het apostelschap onder de heidenen, zo heeft Paulus zijn taak ervaren.
Zo verdedigt hij zich in de brief aan de Romeinen voor het feit dat hij die brief aan de gemeente van Rome die overwegend uit niet-joden bestond, in een tamelijk vrijmoedige toonzetting geschreven heeft in deze bewoording: '...krachtens de mij van God geschonken genade om een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen te zijn in de heilige dienst van het evangelie gods' (Rom. 15: 15 en 16). En tegen de Efeziërs zegt hij: 'Mij, verreweg de geringste van alle heiligen is deze genade te beurt gevallen aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen' (Ef. 3 : 8).
Steeds die koppeling van de genade aan de apostolische dienst, en dan met name aan die dienst, zoals die was toegespitst op de evangelieprediking aan de niet-joden. Ik denk dat we die laatste toespitsing zo moeten verstaan dat de apostel door de zeer diepe ervaring van de vergevende genade van God over zijn verleden van al zijn joodse pretenties afstand kon doen om zo met de heidenen op één nivo te komen. Hij moest voor dit werk van zijn joodse hoogte en arrogantie afkomen en de genadige ontferming van God over zijn zonde van kerkvervolging bewerkte dat.

Grondleggend
Genoeg! We hebben nu wel door wat Paulus met die standaarduitdrukking 'naar de genade Gods die mij gegeven is' bedoelt. Zijn ambt dus, zijn dienst als apostel. Zijn apostolisch ambt is geweest dat hij als een kundig bouwmeester het fundament van Gods kerk heeft gelegd. Maar dan zijn apostolisch ambt zoals dat gevuld was met, bepaald was door en doordrenkt was van zijn ervaring van de goddelijke genade die hem persoonlijk de schuld van zijn zonde vergaf. Die ervaring motiveerde hem, dreef hem om het evangelie van de genade der schuldvergeving met name aan de buitenstaanders te prediken. Het kleurde heel zijn apostolisch ambt. Zo werd die ervaring van Gods genade zelf tot fundament van de kerk. Zoals Petrus' belijdenis bij Caesarea Philippi 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God' de rots, de petra was waarop de Heer zijn gemeente gebouwd heeft (Matteüs 16: 16 en 18), zo is Paulus' ervaring van de vergeving van zijn zonden grond leggend voor de kerk geweest. Die belijdenis van Petrus en die ervaring van Paulus, ze komen samen in Christus. Hij is van beide de inhoud. Vandaar dat Paulus even voorbij onze tekst kan schrijven: 'Een ander fundament dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen' (vs 11). Christus is zelf het fundament.
Wij belijden Hem als zodanig zoals Petrus dat deed. Maar hebben wij Hem ook ervaren zoals Paulus hier vertelt?
Ervaren als degene die ons namens God de schulden kwijtscheldt? Zo niet dan zijn we als kerk van het apostolisch fundament afgegleden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief