Mensen kunnen wat meemaken!
1993-06-18
Dinsdagmorgen in Benidorm. Het is de ochtend, waarop ik volgens gewoonte alle Nederlands-sprekende patienten in het ziekenhuis opzoek.- Jaargang 37
- nummer 13
Het zijn er deze keer nogal wat.
En ik hoor weer veel.
De eerste, die ik ontmoet, vertelt hoe ze in het ziekenhuis belandde.
Ze zit op een laag muurtje lekker in het zonnetje wat te breien terwijl haar man in het medisch centrum bij de dokter is.
Hij komt naar buiten, wenkt haar en loopt naar de auto.
Als hij even later omkijkt om te zien waar z'n vrouw blijft ziet hij haar niet meer. Op slag verdwenen. Alsof de aarde haar heeft opgeslokt. En dat is ook zo. Een paar passen van het muurtje vandaan is ze door het plaveisel gezakt en in een zeven meter diepe put gevallen.
Als je je dat indenkt...! Wat gaat er door een mens heen wanneer je van het ene op het andere moment gewond en gehavend op de bodem van zo'n put ligt.
Stikdonker om je heen: zie je hoog boven je nog iets van het daglicht? En hoe kom je er ooit weer uit? Wie merkt het? Wie helpt?
"Uit de diepte roep ik.... tot U, o God".
Daar kan ik me als ik de ervaring van deze vrouw hoor iets bij voorstellen.
Een beeld is letterlijk voor haar werkelijkheid geworden.
De vrouw roept om hulp. En krijgt die.
Wat een bevrijding als iemand een ladder laat zakken, naar beneden klautert, zich over haar heen buigt, met zijn eigen lichaam haar beschermt tegen vallend puin, de ergste wonden verbindt en haar tenslotte met veel moeite eruithaalt....
Ik zie in m'n geest een parallel met die Mens, die neerdaalde in de diepte van ons gevallen bestaan, ons met eigen lijf en leven bedekte en ons meenam naar boven: naar het licht, het leven, de vrijheid.
De vrouw voelt een diepe dankbaarheid omdat ze de diepte, waarin ze gelegen heeft, heeft gepeild.
Soms moet ons ook iets overkomen om te zien waaruit we verlost zijn. Ook al komen we er wel gewond en beschadigd uit te voorschijn.
Even later tref ik een man, die in een van de straten in de buurt van hun appartement met zijn vrouw liep te wandelen. Plotseling werden ze overvallen door een jongen, die het op haar tasje had gemunt. 't Werd een vechtpartij, waarbij de overvaller een paar keer met een mes in de buik van de man stak.
Op enkele meters afstand stonden mensen vanaf hun balkon toe te kijken, maar niemand schoot tehulp, zelfs niet nadat de overvaller met de buit was verdwenen en daar twee gewonde mensen lagen. Toen tenslotte de politie gearriveerd was en hij een half uur later door een dokter onderzocht werd, bleek hij een levensgevaarlijke darmperforatie te hebben. Een spoedoperatie was noodzakelijk.
Als ik hem ontmoet is hij lichamelijk aardig aan het opknappen.
Mentaal zijn z'n vrouw en hij nog lang niet over de schok heen.
Dat niemand van al die mensen in de buurt - onder wie vrienden en bekenden - zich hun lot had aangetrokken, dat zit hun nog het meest dwars.
Geen "barmhartige Samaritaan" onder die allen....
Mijn laatste ontmoeting die morgen betreft een Belgische meneer, die al voor de derde maal in een maand tijd wegens longemfyzeem is opgenomen.
Hij vertelt me, dat hij tijdens het Kerstdiner in het hotel tegenover mensen zat, die de ene sigaret na de andere opstaken.
Omdat hij als longpatient absoluut niet tegen roken kan vroeg hij hen of ze er misschien mee wilden stoppen.
Wat was hun reactie? Ze scholden hem voor rotte vis en gingen onverminderd door met kettingrokenl Wat is het dan verleidelijk om op de een of andere manier je gram te halen en wraak te nemen.
Deze man heeft dat niet gedaan. Hij heeft het eten de volgende dag maar op zijn hotelkamer laten brengen.
Wat bereik je als je kwaad met kwaad vergeldt?
Wat anders dan "kwaad in het kwadraat"?
En hij is er toch niet minder vrolijk en levenslustig om.
"Zal ik u eens wat vertellen?", zegt hij tegen me en pakt m'n arm beet. "De belangrijkste reden dat ik geloof is, dat ik zo dankbaar ben! Nee, ik ga nog niet dood, want ik heb nog zoveel te geven.
De lieve Heer wil me vast nog niet laten gaan...."
Mooi is dat: als je zo in het leven staat, ook wanneer er van alles en nog wat tegenzit.
"Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?"
Is dat niet het geheim?
Zulke ziekenbezoeken doen je wel wat.
Je hebt weer wat om over na te denken.
En om door te geven.