Marginaal?
1993-06-18
Prikkelend?- Jaargang 37
- nummer 13
Men kan niet met de ogen open op straat lopen zonder zich voortdurend te stoten aan wat men eufemistisch prikkelende reclame noemt. De seks staat daarbij bovenaan. Het vulgaire volgt onmiddellijk daarna. Tegen blasfemie aan, zo moeten veel volksgenoten de advertenties ervaren hebben van koffie na de dood, van onbevlekte ontvangenis en andere kwetsende en vloekende advertenties. Nederland is ruimhartig geworden. Men kan het ook laaghartig noemen, platvloers. Als men er niet zo beroerd van werd zou men de schouders ophalen. De economie noopt blijkbaar de overheid tot grootscheepse preventieve acties tegen aids en dergelijke gevolgen van een verkeerd op zich genomen verantwoordelijkheid.
Men vrijt in alle staten en posities, als het maar veilig is. Men bedrijve de zonde op grote schaal, als er maar niets van komt. Iemand zei: je raakt er aan gewend. Je ziet het nog wel, maar het ergert je niet meer zo.
Hoe komt het dat we er aan gewend raken? Een grootsopgezette metershoge reclame van een man die zijn behoefte deed. Daaronder een "prikkelende reclame" van een dagblad dat ruimdenkendheid in zijn journalistieke formule als nummer één heeft staan.
Dit is het rijke, verrijkte, van verveling spugende Nederland. Prikkelend vanwege de centen, zonder moraal zelfs.
Die reclame, stuitend.
De ergernissen rijzen de pan uit
Wee hen door wie de ergernissen komen. Maar er zonder gaat ook niet meer. Je kunt de ogen op straat niet dicht doen. Maar mag men het oog sluiten voor de werkelijkheid van een volslagen god-loze wereld waarin wij leven? Die wereld ligt in het boze. Als ik dit schrijf zal het ongetwijfeld worden uitgelegd als een uiting van fundamentalisme, dat verwerpelijk is, van preutsheid die hoort bij een verouderde dameskamer. Toch zal een christen de ogen wagen-wijd open moeten hebben voor het verderf dat op de middag verwoest. We raken er aan gewend, maar we kijken er niet langs heen. Onze kinderen weten straks niet anders dan dat dit de cultuur is, de beschaving waarvan zo hoog wordt opgegeven. Een gezonde natuurlijke kijk op het leven treft men dan niet meer aan. We zijn terug in de geschiedenis op de plaats waar de griekse en romeinse cultuur is ondergegaan aan al die verschijnselen die vandaag in alle toonaarden worden aangeprezen, prikkelend, schokkend, kwetsend en noem maar op. Plaats daartegenover de kleine christengemeenten uit die tijd. We lezen dat zij zich zelf bewaarden. Dat betekent dat ze niet probeerden hoe ver zij konden meedoen met de vergane cultuur van hun dagen. Maar zij hielden zich daarvan ver. En de boze had geen vat op hen. Zich onbesmet bewaren: dat betekent in zekere zin een isolement. Maar als het door alle christenen kon worden aangegaan, dan zou dit het geloof zijn dat de wereld in haar perversiteit en onbeschaamdheid overwint.
Dit stuk is van de hand van de bekende Prof. Dr. W. van 't Spijker.
Wij knipten het uit 'De Wekker'.
Het is een schot in de roos en verwoordt precies de perversiteit waaraan de moderne samenleving lijdt.
Als de apostel Paulus het in zijn brief aan de gemeente te Colosse heeft over het verband tussen Pasenén Hemelvaart (Hoofdstuk 3) en oproept zich te bezinnen op de dingen, die boven zijn en niet op de dingen, die op de aarde zijn, geeft hij vervolgens zèlf een nadere uitwerking via de woorden: "Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij. onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij om welke dingen de toorn Gods komt" (vs. 5). Maar de apostel blijft niet in een negatieve sfeer hangen. Want dàt is de sfeer van de benedendingen. Nee, hij geeft bovenal het positieve van de bovendingen aan, die een 'Sitz im Leben' bij de gelovigen moeten krijgen. Daarom schrijft hij: "Doet dan aan als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld" (vs. 12). Zo moeten wij op zoek gaan naar de voetstappen en de vingerafdrukken van de Here Christus. De bovendingen zijn de dingen van Christus, de benedendingen de dingen, die men verwacht en najaagt buiten de Christus om. De benedendingen liggen voor het oprapen. Maar wij moeten geen antenne hebben voor het seksschandaal van David met Bathseba, maar een zintuig voor David op zijn knieën in Psalm 51.
Dat eerste is een ding van beneden, dat tweede een ding van boven. Wij moeten niet zoeken wat op de aarde is, maar zoeken er te brengen wat er niet is: de muziek van de hemel! Dan wordt het pas echt feest!