"Wij zijn maar mens..."
1992-01-03
Hij heeft altijd uit het geloof geleefd.- Jaargang 36
- nummer 1
Elke zondag ging hij ter kerke.
Jarenlang was hij organist en ook toen hij de zeventig gepasseerd was viel hij nog graag in.
Nu weet hij, dat z'n ziekte zó ernstig is dat hij niet lang meer zal leven.
Wat gaat er door een mens heen als hij dat weet?
Dan kun je je leven lang oprecht geloofd hebben, maar dat houdt niet in dat je wanneer je met het naderende einde geconfronteerd wordt geen twijfel en strijd kent.
Toen we daar samen over spraken zei hij: "Ja, je blijft toch maar mens hè".
Alsof hij zich voor z'n gevoelens van onzekerheid en angst en opzien tegen het afscheid nemen moest verontschuldigen...
Wat heb ik zulke uitlatingen vaak gehoord!
't Zit er kennelijk diep bij ons in, dat je je er eigenlijk voor moet schamen wanneer je zo op en neer en heen en weer gesmeten wordt.
"Als ik maar sterk genoeg gel66fdedan zou ik niet zo in de put zitten...", of: "dan zag ik er niet zo vreselijk tegenop... ", of: "dan was ik niet zo kapot van verdriet..."
"Maar ja, je blijft máár mèns..."
Een vrouw, die een periode van depressie doormaakte en er een tijdlang niet meer tegenop kon, kreeg van haar huisarts te horen: "Maar mevrouw, u hebt uw geloof toch?"
Ook dát nog!
Je ook nog schuldig voelen omdat je blijkbaar niet genoeg gelooft. Nog verder in de put geduwd worden...
Maar waarom maken we het onszelf en elkaar onnodig zo moeilijk? Wat denken we?
Dat het geloof van ons een soort ijzeren, ijzige robot maakt? Een constant glimlachend, onder alles even koud en onbewogen blijvend superwezen?
Als je echt gelooft, blijf je - Goddankwel aegelijk een mens met gevoelens.
Een mens die verdriet en pijn en teleurstelling en twijfel en spanning en woede en wat al niet meer kan kennen.
En daar behoeven we ons heus niet voor te genéren.
Voor de Here God behoef ik m'n gevoelens echt niet weg te stoppen. Hij laat die volledig tot hun recht komen.
Hij geeft er alle ruimte voor.
Ook in Zijn Woord.
Lees de Psalmen maar, waar wezoals Luther het al zei - "Gods heiligen in het hart mogen kijken".
Toen ik predikant in Rotterdam was, zei iemand eens tegen me: "Het is me opgevallen, dat er hier in de kerk zoveel wordt gehuild en wordt gelachen".
Ik weet niet of het kritisch bedoeld was. Er lag zeker bevreemding in.
Maar voor mezelf vond ik het in ieder geval een heel positieve opmerking.
Waar kunnen we nu beter onze gevoelens van verdriet of vreugde tonen dan wanneer we als Gods kinderen samenkomen "voor het aangezicht van onze Vader"?
Dat heb ik later, toen ik in het ziekenhuis werkte, nog heel wat keren gezegd tegen mensen, die zich in de kerk voor hun tranen van dankbaarheid of van droefheid verontschuldigden.
Mensen kunnen er diep door bewogen worden wanneer ze na een zware operatie of een ernstige hartaanval aan de beterende hand zijn en voor het eerst weer een kerkdienst meemaken!
Wij zijn in onze kringen - en in het algemeen in onze cultuur - niet erg sterk in het uiten van onze emoties.
Ik ook niet.
Maar ik vind het kostbaar wanneer het gebeurt.
Daar ben ik mens voor.