De idioot in het bad

1992-01-03
  • Jaargang 36
  • nummer 1
De idioot in het bad

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot in 't bad.

De damp, die van het warme water slaat,
maakt hem geruster: witte stoom...
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange bleke benen die reeds licht verdorden,
komen als berkestammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet dat sommige vruchten nimmer rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer dat hij uit 't bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord,
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water-leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

M. Vasalis

Waardoor is dit gedicht nu iets bijzonders?
Laten we het samen nog eens doornemen; ik geef mijn reacties en u moet dan maar eens zien of u het ermee eens bent.
De eerste strofe is vooral beschrijvend: zó gaat het elke week toe. Toch is de beschrijving niet zuiver objectief, zie de woorden lelijk en onbeholpen.
De tweede regel geeft ook iets meer dan alleen maar een tekening van iemand die geen stuur heeft over zijn lichaam: er is de suggestie van verlangen, van haast. In de tweede strofe is het suggestieve zelfs overheersend; er wordt niet alleen maar verteld, we worden ook enigszins verplaatst in de gevoelswereld van de idioot. Witte stoom... Ja, die kent hij. Een heel apart effect heeft: ... elk kledingstuk dat van hem afgaat. .. Dat is niet meer een afstandelijke beschrijving door de waarnemer, dat benadert een ervaring van binnen uit, een gevoel van bevrijding, verlossing. En de volgende regel houdt onze aandacht vast: wat is dat dan wel voor een droom? Het antwoord op die vraag krijgen we niet direct, het wordt langzaam opgebouwd.
We zien hoe de patiënt zich ontspant en hoe hij geniet van het bad.
Hij slaakt een zucht en het is van zijn gezicht te lezen hoe fijn hij het vindt.
Maar: "hij zucht als bij het lessen van zijn eerste dorst". Zo'n vergelijking staat er niet voor niets. Als je dit de eerste keer leest, ben je geneigd het maar een vreemde toevoeging te vinden.
Eerste dorst?
De vierde strofe geeft vooral de gevoelens van de toeschouwer weer: zó ziet zij het: mooi! Ik vind deze strofe de zwakste in het geheel, de beelden spreken mij niet erg aan, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.
De vijfde strofe brengt ons bij de kern.
De dichteres ziet het badwater als symbool van het vruchtwater. Hier hebben we de oud-vertrouwde droom uit strofe twee: de veilige geborgenheid in de moederschoot vóór de geboorte.
En in dit verband past ook dat lessen van de eerste dorst, al was dat wel ná de geboorte. Sommige 'vruchten' rijpen inderdaad nooit; is dat niet juist kenmerkend voor hen die wij geestelijk-gehandicapt noemen? Maar de wijsheid van het lichaam heeft hij behouden: met dat lichaam kan hij nóg steeds genieten. Toch, helaas, aan dat genieten komt een einde. Hij moet weer uit het bad. Zijn reactie is volkomen tegengesteld aan die in strofe twee. Hij laat niet met zich doen, hij verzet zich. Nu geen 'kledingstuk dat van hem afgaat', maar nu is er sprake van stijve, harde kleren waarin hij 'gesjord' wordt. Geen beleving van binnenuit, maar een waarneming van buitenaf. Geen droom, maar werkelijkheid.
De laatste strofe heeft geen toelichting meer nodig: elke week herhaalt zich het drama, elke week staat de harde werkelijkheid in een wreed contrast met de oud-vertrouwde droom.
Ja, ik vind dit een knap gedicht. Een goede opbouw, een treffende woordkeuze en vooral: het doet me iets voelen van het schrijnende lot van deze bange medemens. En nou hoop ik maar dat ook u het gedicht nog eens met waardering zult lezen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief