Grootmoeder Anthonia
1992-01-03
Kun je houden van mensen die je nooit hebt gekend? Nou en of' Zonder enige moeite kan ik een rij mensen opnoemen voor wie ik genegenheid koester, zonder ze ooit ontmoet te hebben en ik neem aan dat dit voor de meesten van ons geldt.- Jaargang 36
- nummer 1
Het gaat dan altijd om mensen over wie anderen hebben verteld, of over mensen die je leert kennen in wat ze schrijven.
Tot die rij behoort voor mij de evangelist Lucas, Nathanael, de man in wie geen bedrog was (ik houd van iemand die op zijn gemak onder de vijgeboom zit) de schrijfster Anne Hepple, Anna Maria Schuurman en een moeder van een heel groot gezin uit Amsterdam.
Om maar eens een paar te noemen.
Waarom vind ik, om bij de laatste te beginnen, haar zo aardig? Af en toe lees ik iets van wat ze in de loop van de tijd aan haar kinderen en kleinkinderen heeft geschreven. Kleine opmerkingen, een gedicht... een verhaaltje.
Als ik dan het commentaar lees van haar kroost, denk ik steevast: "Dat móet een enig mens zijn!"
Tot die groep 'enige mensen' behoort ook mijn grootmoeder Anthonia. Ik ken haar alleen van horen zeggen. Ze was eigenlijk mijn overgrootmoeder, maar mijn vader, tantes en oud-tantes hadden het altijd over 'Grootmoeder Anthonia' en dat houd ik maar even zo vast.
Grootmoeder Anthonia was vrij jong weduwe geworden en dreef manmoedig de bakkerij die mijn overgrootvader haar had nagelaten. Ik kan u verzekeren dat dit in deze tijd al geen peuleschil zou zijn, en dat het omstreeks de eeuwwisseling nog veel minder een eenvoudige zaak was. Erg veel keus had ze niet, want er waren wél vier dochters en een zoon die te eten moesten hebben. De sociale voorzieningen waren niet van dien aard dat ze het er op haar gemak van kon nemen en met een bakkerij heb je, hoe je het ook bekijkt, een boterham.
Het was wel ongewoon in die tijd, een vrouw die een zaak dreef. Met de gewone knechts lukte het prima, maar de meesterknecht Hindrik, had er moeite mee verantwoording schuldig te zijn aan een vrouw. Hij had met nog wel meer dingen moeite en maakte daar geen geheim van. De zoon van het gezin, Jan, was nog erg jong, maar moest ook zijn steentje bijdragen in de bakkerij. Nu was Jan een flierefluiter en dat peperde de meesterknecht hem en vooral Anthonia in.
"Van de maand voor het laatst... "
voegde hij haar met regelmaat verbeten toe en luisterde vervolgens vergenoegd hoe grootmoeder hem zachtmoedig vroeg om het toch nog eens te proberen. Hij bleef altijd, maar het moest hem vriendelijk en 't liefst nederig gevraagd worden. Meesterknechts lagen niet voor het opscheppen, dus hij werd wat dat betreft op zijn wenken bediend.
Nu was grootmoeder Anthonia gelukkig een bijzonder goedmoedig en gelovig mens. Ze zuchtte, ze glimlachte wat over Hindrik, en ze voedde haar kinderen op met de gedachte dat God een Vader en een Bondgenoot was. Ze had daarbij een open hart en een open hand voor degenen die het slechter hadden dan zij.
Amsterdam was ook in die tijd niet wat je noemt een 'Bolwerk van Protestantisme' en Gereformeerden waren geen 'lievelingen des volks'. Iemand die van Godsdienst en Kerk niets moest hebben, vertelde aan een familielid het volgende verhaal: Eens, op een zondagmorgen ging grootmoeder met de tantes naar de kerk en ze werden uitgescholden door een opgeschoten jongen. "Ha... Ha... Die fijnen... Moeten jullie weer naar je kerrekie?" Grootmoeder draaide zich om en zei mild: "Ja zeker, mijn jongen, waarom ga je niet met ons mee... Het kost niets... en ze zullen blij zijn dat je komt." De vertelster voegde er aan toe: "Je Grootmoeder was een goed mens." Van iemand die vijandig tegenover het geloof stond, was dat niet minder dan een ridderorde.
Overigens, Hindrik, de meesterknecht, heeft net een keer te veel gedreigd met zijn vertrek: Inmiddels waren de andere knechts wat meer ervaren geworden en als werkverdeler was Hindrik bepaald niet geliefd. Eén van hen zei geruststellend: "We redden het wel zonder hem, niet?" Toen Hindrik weer eens in zijn chanteursrol stapte, zich breed maakte en "Deze maand voor het laatst" snauwde, zei grootmoeder: "Hindrik, dat moest je maar doen." Hindrik was ontzet. "Wat bedoelt u," vroeg hij. "Dat je maar moest gaan'" zei grootmoeder. De tantes, die Hindrik verafschuwden, waren verrukt! Hindrik ging.
Kun je houden van mensen die je nooit hebt gezien. Ja. Kun je een hekel hebben aan mensen die je nooit hebt gezien.
Helaas... ja.