Autoriteit ligt bij de Heer

1992-01-03
  • Jaargang 36
  • nummer 1
Deze uitspraak is de titel van een interview, dat een plaats kreeg in de rubriek OPEN OGEN in het 'Centraal Weekblad' d.d. 18 oktober 1991. Aan Pieter Boomsma, een kerstkind uit 1941, vader van een dochter en vier zoons, predikant te Apeldoorn en voorzitter van de gereformeerde synode, werd gevraagd aan de hand van de Tien Geboden iets over zichzelf te vertellen. We lichten uit het geheel enkele gedeelten:

7. Gij zult niet echtbreken.
"Wij hebben een fijn huwelijk. Ik vind het moeilijk om te accepteren dat er andere situaties bestaan. Als ik hoor dat een man van midden veertig zijn vrouw als een te oude auto inruilt voor een meid van dertig, maakt mij dat ontzettend kwaad! Juist omdat ik weet dat het zo anders kan zijn. Je moet er wel aan werken. Je moet er goed voor zorgen. Maar er kunnen dingen fout gaan. Een huwelijk kan - hoe je er ook voor vecht - vastlopen. Soms krijg ik de indruk dat er niet voor gevochten is. Hij - meestal is het de man - draait zich om en laat het gezin als een vuilniszak staan. Daar kan ik niet tegen. Ik vraag me ook altijd af: Waarom loopt het stuk? Ze zijn toch ooit verliefd geweest? Waar zitten die lekken? Als je het dan niet redt, als je toch uit elkaar moet, zul je op zoek moeten naar een nieuw begin. En die kans moet je jezelf, je kinderen, je nieuwe partner ook geven."

6. Gij zult niet doden.
"Een van de mooiste uitspraken die ik hierover gehoord heb, is van Han Lammers (PvdA). Hij zei: "Welk mens heeft het recht om een ander te euthaniseren?"
Ik vertrouw het geen mens toe! Daarmee ben ik het tot in het diepst van mijn wezen eens. Pijn kan bestreden worden. Mensen hebben er moeite mee dat een lichaam aftakelt, dat een geest aftakelt, dat je een mens ziet afglijden naar een onmenselijk niveau. Ik zeg: "Dat proces hoort bij het leven." Wie heeft wanneer het recht om te zeggen: Nu moet het afgelopen zijn?" Ik weet van een hoogbejaarde ongeneeslijke zieke, die een vreselijke pijnaanval kreeg... de behandelend geneesheer kijkt - heel even - naar het aanwezige familielid en geeft een injectie! Waar haalt zo'n arts het recht vandaan? De beslissing over leven en dood vertrouw ik geen mens toe. Hoe zorgvuldig, hoe hoogstaand, hoe humaan zo'n mens ook is, wie kan die macht aan? De mogelijkheid van euthanasie vind ik een science fiction-achtige dreiging. Er is een film waarin mensen van boven de 60 jaar geen medische behandeling meer krijgen. En dat klopt niet met wat ik in het zesde gebod lees."

5. Eert uw vader en uw moeder.
"Ik heb mijn vader nooit bewust gekend.
Hij stierf toen ik twee was. Als ik bij vriendjes at en er zat een man aan het hoofd van de tafel vond ik dat altijd een wonderlijke situatie. Wat gek, dacht ik, hij speelt ook nog de baas! Ik heb me pas gerealiseerd wat het is om een vader te hebben toen ikzelf vader werd. Mijn vader was overigens alle eer waardig. Hij is als hoofd van de L.O. Sneek in het verzet omgekomen.
Een van de zelfstandige stichtingen 40-45 is het district Sneek. En men heeft mij gevraagd om in het bestuur van die stichting zitting te nemen. Daar zit voor mij iets in van 'eert je vader'.
Op de een of andere manier ga ik door met zijn werk.
Ik vind het jammer dat je er zo lang over doet voordat je in de gaten krijgt wat een kostbaar mens een moeder is.
Toen ik een jaar of zestien was, had ik daar geen zicht op. Zij was er, betrouwbaar, aanwezig, maar het drong niet tot mij door. Na mijn twintigstetoen het geloof voor mij ging levenkreeg ik stap voor stap in de gaten hoe grandioos mijn moeder is. Mijn moeder is een Friezin en ik ben een diep Fries. Wij lopen niet met onze - beslist aanwezige - emoties te koop. Ik eer mijn moeder in kleine dingen. Langskomen als het even kan. Even een arm om haar heen. In die dingen laten zien hoe sterk je bij elkaar betrokken bent."

Een predikant vertelde eens in een imponerende preek over Mattheüs 11:28-30, dat zijn schoonvader altijd zei: "Stel je eens voor, dat je als man en vrouw in het huwelijk zover van elkaar afstaat, dat de één in deze hoek van de kamer staat en de ander staat in die uiterste hoek en Jezus staat in het midden en zegt tegen beiden: "Komt tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven"; wat zal dan hun reaktie zijn? Als zij metterdaad allebei naar Christus toegaan komen zij ook dichter bij elkaar. Dat is de rust voor die man en die vrouw in een spanningsvolle huwelijkssituatie."
Daarmee is niet ontkend, dat een echtscheiding een komplex gebeuren is.
Je hebt met mensen te doen als schepselen van de Here, als kinderen van God. Ieder vraagt in eigen omstandigheden en leefwereld een aparte benadering. Daarvoor is veel wijsheid van boven nodig! Maar dit is zeker: Wie niet bij Christus uitkomt, blijft nergens meer! U ziet, dat de opmerkingen van Ds. Boomsma mij aan het denken hebben gezet."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief