Tussen Ede en Apeldoorn (3)

1992-01-17
  • Jaargang 36
  • nummer 2
Spreken onder druk
De L.V. heeft dus besloten dat het gesprek met de Chr. Geref. Deputaten, wat ons betreft, voorlopig verder gaat.
Al staat het soms wel onder zware druk. Zo is het ontmoedigend te noemen, dat in het afgelopen jaar twee Chr. Geref. classes een verzoek van één van hun gemeenten om tot nauwere samenwerking te mogen komen met de plaatselijke Ned. Geref. kerk hebben afgewezen.
De classis Utrecht verbood de Chr. Geref. broeders en zusters in Houten om net als in Nieuwegein één gemeente te gaan vormen met de Houtense Ned. Gereformeerden.
En de classis Rotterdam nam een besluit dat de plaatselijke samenwerking tussen de Chr. Geref. kerk van Rotterdam-Centrum met onze gemeente van Rotterdam-Overschie blokkeert.
Het frustrerende van het laatstgenoemde besluit is, dat de kerk van Rotterdam-Centrum, ook volgens de classis, formeel heeft voldaan aan de regels, die het Chr. Geref. kerkverband stelt om aan die samenwerking vorm te geven. De enige reden om er toch niet positief op te reageren is, dat de classis vreesde dat een nauwer samenleven van de beide Rotterdamse kerken het samenleven in eigen kerkverband zou schaden. Door een nauwer samengaan met de Ned. Gereformeerden zou men bepaalde Chr. Gereformeerden binnen de classis van zich vervreemden.
In Rotterdam vraagt men zich af of hier niet eigenmachtig door de classis een extra maatstaf wordt gehanteerd, buiten Schrift en belijdenis en de regels van het kerkverband om.
Hoe dan ook, de genoemde gebeurtenissen tonen nog eens weer aan, dat de verdeeldheid binnen eigen kerk het zoeken van eenheid naar buiten danig belemmert. Het is ook niet voor niets, dat aan die onrustbarende verdeeldheid onlangs op een Chr. Geref. ambtsdragersconferentie in Amersfoort indringend aandacht werd besteed.
Uit het verslag daarvan in het nummer van 'De Wekker' van 11 okt. j.l. trof mij de opmerking van de inleider, Prof. Van 't Spijker: "Wat een bron van vitale inspiratie had kunnen zijn (nl. de samensprekingen met gereformeerde belijders, JCS) werd een bron van grote onrust in de kerken".

Overgang van ds. A. den Boer
Ook de overgang van ds. A. den Boer van Urk naar de Chr. Geref. Kerken is een gebeurtenis, die spanning heeft opgeroepen in de onderlinge verhouding tussen beide kerkgemeenschappen.
Want de argumenten die ds. Den Boer aanvoerde om zijn stap te rechtvaardigen, zullen ongetwijfeld de gedachten van juist die broeders in het Chr. Geref. kerkverband bevestigen, die met argusogen in onze richting kijken.
Immers, ds. Den Boer vond het nauwelijks nog verantwoord zijn kinderen naar een Ned. Geref. kerkdienst te sturen, vanwege het vanzelfsprekendheidsgeloof dat daar zondag aan zondag zou worden gevoed. En bovendien kreeg hij steeds meer moeite met de praktijk van ons kerkverbandelijk samenleven, dat veel te soepel en te tolerant is in zijn ogen.
Na wat ds. De Jong daarover geschreven heeft in het nummer van 13 sept. j.l., wil ik op de motivatie voor deze geruchtmakende stap niet meer zo uitgebreid ingaan. Veel van De Jongs moeite met de standpuntverklaring van ds. Den Boer kan ik zonder meer delen.
Bovendien geeft het mij te denken dat ds. Den Boer, voorzover ik weet, nooit ofte nimmer zijn moeite met de prediking of met de kerkordelijke praktijk in onze kerken heeft aangekaart, noch binnen de kring van collega's, nochen dat is heel wat kwalijker - op enige vergadering van onze kerken. Voor iemand die zegt zoveel waarde te hechten aan een goed geordend kerkverband, is dat toch op z'n minst merkwaardig te noemen.

Eenheidsgeschetter?
Inmiddels is ds. Den Boer door de Chr. Geref. classis Zwolle geaccepteerd en beroepbaar gesteld. Wat heeft dit voor gevolgen voor het zoeken naar eenheid, zoals dat door onze L.V. opnieuw is onderstreept?
Ook daarover heeft ds. De Jong in zijn hierboven vermeld commentaar het één en ander gezegd. Maar hoezeer ik zijn ergernis en verontwaardiging om de argumentatie van ds. Den Boer kan begrijpen, in zijn taxatie van de konsekwenties van zijn overgang kan ik hem toch beslist niet volgen. Dan schrijft hij wel heel zware woorden.
Ds. De Jong is van mening dat na een (toen nog eventuele) aanvaarding van ds. Den Boer door de classis "het voorlopig uit moet zijn met het eenheidsgeschetter dat we op elkaars landelijke vergadering of synode van tijd tot tijd ten gehore brengen. Dat is dan om z'n leugenachtigheid een gruwel voor God geworden."
Als lid van de Kommissie die van de L.V. de opdracht kreeg om het gesprek voort te zetten kan ik om deze woorden van collega De Jong niet heen. Zij halen, als het waar is wat hij schrijft, de basis onder die opdracht weg.
Nu hebben wij die opdracht uiteraard niet van hem ontvangen, maar toch wel van de L.V. waar ook hij deel van uitmaakte. En toen heeft hij, voorzover ik weet, in deze richting geen waarschuwing laten horen. Maar juist vanwege de ernst, die uit de van hem geciteerde woorden klinkt, had die waarschuwing toch juist daar moeten worden uitgesproken.
Ik kan overigens beslist ook niet meegaan in zijn beoordeling van de konsekwenties van de stap van ds. Den Boer en de reaktie daarop van de classis Zwolle. Dat ds. Den Boer door die classiskerken is geaccepteerd, zou volgens ds. De Jong zonneklaar aantonen, dat men helemaal niet uit is op een toekomstig samengaan met ons.
Want daardoor, zo schrijft hij, beklemtoont men niet de eenheid, maar de tweeheid van onze kerkverbanden.

Innerlijk verdeeld
Ik zie het anders. M.L accentueert het eerder nog eens temeer de innerlijke gespletenheid van het Chr. Geref. kerkverband.
Naar ik heb begrepen, is ds. Den Boer unaniem door alle kerken van de classis Zwolle geaccepteerd. D.w.z. dus ook door de volledig geïntegreerde kerken van Lelystad en Almere. En ook door de kerk van Emmeloord, die al zover op weg is met haar Ned. Geref. zusterkerken van Emmeloord en Marknesse.
Dat feit alleen al maakt duidelijk, dat deze acceptatie er niets mee van doen kan hebben, dat men niet eerlijk uit zou zijn op een toekomstig samengaan met ons. Ds. De Jong zal toch niet zover willen gaan de verklaring die deze samenwerkingsgemeenten onlangs lieten uitgaan, in het licht van hun houding in dezen, ook te zien als 'eenheidsgeschetter' en een 'gruwel voor God' om haar leugenachtigheid?
Wat wel keer op keer blijkt, is dat men bij onze Chr. Geref. broeders worstelt met de werkelijkheid, dat een deel van hen wel met ons verder wil en een ander deel dit inderdaad niet wil.
In wezen is ds. Den Boer dan ook niet overgegaan naar dé Chr. Geref. Kerken, maar slechts naar een déél ervan.
Ds. Den Boer zal zijn kinderen ongetwijfeld ook nu niet mee willen nemen naar alle kerken in wier midden hij nu beroepbaar is gesteld. En hij zal er zeker het element versterken, dat de eenwording met ons afwijst.
Maar dit hoeft ons roepen om en ons werken voor de eenheid niet tot onwaarachtigheid maken. Juist omwille van de kerken, waar de samenwerking al wel heel konkrete vormen heeft aangenomen, mogen we daar niet achter terug. We bewijzen met name de samenwerkingsgemeenten geen dienst, als we het landelijk gesprek zouden afbreken.
En juist met het oog op de interne problematiek van de Chr. Geref. kerken zou de federatie-gedachte, die onze L.V. opnieuw naar voren heeft gehaald, een zeker perspectief kunnen openen. Biedt dat onze zusterkerkenniet de ruimte om tegelijk te zoeken zowel naar de eenheid naar binnen als naar de eenheid naar buiten? Ik hoop van harte, dat hiervoor een open oor zal zijn.

Kontakt met de Vrijgemaakten
Tenslotte wil ik ook nog een mortrent kijken in de richting van de Vrijg. Geref. Kerken. Langs twee kanalen was immers aan de L.V. het verzoek gedaan ook het gesprek met deze kerken aan te gaan. Allereerst door de gemeente van Enschede-Noord en vervolgens ook door de regio Enschede-Zwolle. Maar de L.V. van Ede achtte daarvoor de tijd helaas nog steeds niet rijp.
Ook hier zien we de spanning tussen wat er plaatselijk en wat er landelijk zich afspeelt. Op diverse plaatsen zijn er vruchtbare gesprekken en groeit de herkenning. Het blijkt hier en daar mogelijk te zijn wat nuchter afstand te nemen van de hitte van de strijd in de jaren van de breuk.
Maar landelijk is er nog weinig zicht op een officieel kontakt tussen onze 'meeste vergaderingen'. Ik denk alleen maar aan het feit, dat afgevaardigden van de Geref. Kerken (Vrijg.) in binnen- en buitenland nog steeds kerkgemeenschappen, met wie wij kontakten onderhouden, proberen over te halen die te verbreken. Wie voor kontakt met hen kiest, moet per definitie tegen ons kiezen. Dat geeft al wel voldoende aan dat de vrieskou nog niet van de lucht is.
Ooit sprak de L.V. van Wezep van 1978/79 uit "dat een verzoek om samenspreking op synode- of deputatenniveau... vrucht zou moeten zijn van een veel bredere praktijk van plaatselijke herkenning en kontaktoefening dan waarvan thans sprake is. Zij vreest bovendien, dat een afwijzende reaktie van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken (vrijg) toenadering tussen kerkleden en plaatselijke kerken zal bemoeilijken."
God zij dank mogen we inderdaad op plaatselijk niveau al meer zien groeien dan destijds het geval was. En als ik me niet vergis, is er een klimaat groeiende dat een herkenning van elkaar zal kunnen bevorderen. Vandaar dat onze Kommissie dan ook de opdracht kreeg op dergelijke ontwikkelingen attent te zijn en desgevraagd hulp en advies te geven.
Ook in dit verband vraag ik, misschien ten overvloede, de diverse kerkeraden, die op dit terrein aktief zijn ons als Kommissie van informatie te voorzien, waarmee wij eventueel weer andere gemeenten zouden kunnen dienen.
En we hopen van harte dat de bede van de L.V. van Wezep mag worden verhoord "dat God deuren, die nu nog.
gesloten lijken, mag openen... zodat een volgende Landelijke Vergadering een verzoek als bovenbedoeld kan doen uitgaan."

Zo bevinden we ons tussen Ede en Apeldoorn. Het is maar een korte afstand, die deze beide plaatsen op de lieflijke Veluwe scheidt. De weg kan zo geweldig mooi zijn. Maar een weg dient om een doel te bereiken. Dat God het ons wil geven om aan te komen bij elkaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief