De zegen meegeven

1992-01-17
  • Jaargang 36
  • nummer 2
Marjan woonde al 3 jaar in het tehuis.
Drie jaar lang vertelde ze dat ze weer thuis zou gaan wonen als haar vader haar kamer op zolder klaar zou hebben.
In al die 3 jaar was haar vader nooit in het tehuis komen kijken. Thuis ging het niet, maar hij was het er ook niet mee eens dat zijn dochter in het tehuis woonde.
De behandeling van Marjan bleek in het tehuis niet goed aan te slaan. Dat was geen wonder. Marjan woonde er immers voor haar eigen idee maar tijdelijk. Straks zou ze weer thuis gaan wonen. Ze had zelfs weinig zin om haar eigen kamer in te richten. Het was voor haar een logeerkamer. En daar doe je niet zoveel aan. De doelen die de 'behandelaars' hadden en de ideeën die Marjan had over haar toekomst sloten niet op elkaar aan.
Een therapeut van Marjan vatte haar situatie als volgt samen: "Wat is dat erg, als je de zegen van je ouders niet mee krijgt. Eigenlijk krijg je dan geen toestemming om verder te groeien".
Inderdaad: geef je een kind dat de deur uit gaat de zegen mee? Dat was heel treffend getypeerd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief