Gerrit van Werkendam

1992-01-17
  • Jaargang 36
  • nummer 2
Dit opschrift klopt niet helemaal, want Gerrit heet eigenlijk anders. Ook heeft hij een andere achternaam, maar ik noem hem altijd... van Werkendam. De familie van Gerrit is nl. afkomstig uit de 'vrouwenhemel'. Ik zet dit woord maar tussen aanhalingstekens om misverstanden te voorkomen, want ik weet natuurlijk wel, dat er geen aparte hemel voor vrouwen is. Daarom heb ik ook nooit begrepen, waarom er in Jeruzalem een klaagmuur voor mannen en een klaagmuurtje voor vrouwen is. Ik heb mijn kennis over de
'vrouwenhemel' van mijn vrouw. Ze is afkomstig uit Giessendam, tegenwoordig heet het daar Hardinxveld-Giessendam.
En daar, in Giessendam dus, noemen ze Werkendam de 'vrouwenhemel'.
M'n vrouw heeft me jaren geleden al verteld, dat in Giessendam al heel lang zó over Werkendam wordt gesproken.
Ik twijfel daar niet aan, want ze komt uit een goed gereformeerd geslacht. En voor de lezers, die nu even de wenkbrauwen optrekken, vertel ik er bij, dat m'n vrouw in de rechte lijn een afstammelinge is van de eerste afgescheiden diaken van Giessendam, Gerrit van Noordennen.
lets dergelijks kan ik van mezelf niet zeggen, want als m'n ouders in 1922 niet gereformeerd waren geworden, was ik vandaag misschien wel nederlands hervormd geweest. Maar ter zake: Waarom noemen ze Werkendam de 'vrouwenhemel'? In vroeger tijden werkten bijna alle mannen buitenaf en waren er hoofdzakelijk vrouwen in het dorp. Vandaar! Jan van Oord, de voorzitter van de persvereniging Opbouwhij komt uit Werkendam en moet dus eigenlijk het fijne er van weten - doet er altijd wat geheimzinnig over.
Maar er is nog meer. In Giessendam noemen ze een bepaald soort muggen, de zg. meuzikkers - dit woord staat niet in Van Dale - 'werkendammers'.
Ook dit woord zet ik tussen aanhalingstekens, want ik wil met de Van Oords geen trammelant. Die meuzikkers kunnen nl. gemeen steken. Mij pakken ze nooit, maar m'n vrouw moeten ze wel hebben. En als dat gebeurt, zegt ze, niet altijd, maar toch wel af en toe: "Daar heb je weer zo'n... werkendammer". Op zo'n moment komen er geen aanhalingstekens meer aan te pas. Het bijvoeglijk naamwoord houd ik even voor me.
U vraagt zich natuurlijk af wat dit allemaal te maken heeft met de opbouw van het gereformeerde leven. Dat ga ik nu duidelijk maken, 'k zal het tenminste proberen.
Als ik aan Gerrit denk, moet ik aan de 'vrouwenhemel' denken en ook aan de 'werkendammers'. Nol heeft nl. altijd een blijde trek op z'n gezicht, zelfs als hij nijdig is. Hij is op mij nog nooit nijdig geweest; wel op de postbode, als die blauwe eriveloppen bij hem in de bus gooide. Maar àls Gerrit nijdig is, moet je hem even blijven aankijken en dan zie je opeens dat 'hemelse' trekje. Maar - en nu kom ik bij de andere kant van Gerrit - als hij nijdig is, kan hij ook knap stekelig doen. Niet tegen mij, maar tegen anderen.

Een goeie boer
Gerrit heeft een boerderij en volgens mij is hij één van de beste boeren in de Bommeierwaard. Hij houdt zich wel eens wat dom - of dat ook iets met Werkendam te maken heeft weet ik niet - maar gaat rustig z'n gang. Hij heeft een mooi bedrijf weten op te bouwen, heeft op geschikte momenten land bijgekocht, heeft zuinig geleefd en 'zit er best warmpjes bij'. Zo noemen we dat bij ons in de waard. En toen Gerrit een aantal jaren geleden een heel nieuw spul liet bouwen, heeft hij, toen het allemaal klaar was, echt wel een paar keer rond het huis en de stallen gelopen met een paar van die 'hemelse' trekjes, geen zelfgenoegzame trekjes wel te verstaan.
Maar ja, er zijn dagen, die niet zo leuk zijn voor Gerrit. Ik wees al op de blauwe enveloppen, die van tijd tot tijd bij hem in huis vallen. Gelukkig komt de post bij hem niet zo vroeg en heeft hij de eerste melkerij al achter de rug, als het weer eens zo ver is. Als hij de enveloppen open maakt, kan hij aardig mopperen, vooral tegen Sientje, die het leven met hem deelt. Als ik dan later bij hem kom - eigenlijk kwam, omdat ik er sinds een paar jaar niets meer mee te maken heb - en zeg, dat het niet zo gek is als je aardig wat belasting moet betalen, kan hij dat niet waarderen. Dan komt er een legertje werkendammers aan en ziet hij allerlei leeuwen en beren, als hij aan de betalingsdata denkt. En als ik hem dan even op dat ongedierte wijs, kijkt hij nog even nors, maar dan komt toch dat bepaalde trekje weer om de hoek kijken.
Ik zeg hem dan, dat de werkendammers het toch weer verloren hebben, hetgeen Gerrit doet opmerken, dat ik maar eens moet ophouden met dat verhaal,want dat kent hij zo langzamerhand wel. Op dat moment is het tijd voor een borreltje. Maar goed, Gerrit is een beste boer. Toen de superheffing kwam, heeft hij wel gemopperd, maar een jaar later viel het allemaal best mee.
Een spreekwoord zegt, dat boeren arm leven en rijk sterven. Daar zit wat in, want landerijen zijn heel wat waard, maar ze leveren niet zo veel op, als je ze nog in bedrijf hebt. Gerrit weet, dat hij later - hij heeft het liever over de hemel dan over de nieuwe aarde - met z'n vermogen niets kan doen. Volgens hem heeft dan niemand land en koeien en moet ook hij het hebben van 'God in allen'.
Gerrit weet wat dankbaarheid is, maar hij kan vaak ook aardig tobberig doen.
En als ik hem zie, denk ik altijd aan de 'vrouwenhemel' en aan de 'werkendammers'.
Eens zei Gerrit tegen me: "U weet nogal veel, maar zullen' er in de hemel ook van die rotmuggen zijn?" Hij denkt, dat ik veel weet en dus moest ik antwoorden. En dus sprak ik bedachtzaam: "Ik denk, dat er wel muggen zijn, maar geen meuzikkers".
Waarop Gerrit zei: "Dan is er voor mij ook wel plaats".
Dat denk ik ook.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief