Menno

1992-01-31
  • Jaargang 36
  • nummer 3
Menno heeft een prachtige baan, rijdt in een luxe Volvo en heeft een computer met ongekende mogelijkheden.
Zijn huis is perfekt ingericht. Er staat mooi meubilair en de muziekinstallatie is het beste van het beste. Veel kan hij er niet van genieten, want hij is zelden thuis. Er moet immers geld verdiend worden?
Alleen: hoe zit het met zijn geloof? Zijn ouders zijn lid van een rechtzinnige gereformeerde kerk. In zijn huis moet wel een bijbel liggen (hij heeft er tenminste wel ooit een van zijn ouders kado gekregen). Die bijbel is nergens te vinden, laat staat dat hij hem open zal slaan. Hij gaat op zondag niet naar de kerk. En van bidden komt natuurlijk ook niet veel. .
Vreemd eigenlijk, kerkse ouders, en zelf doe je er niets aan. "Het doet me niks", zegt Menno. Waarom dan niet?
Ja, het moest allemaal. Die saaie preken die werden voorgelezen door een ouderling die geen preek kon lezen.
De catechismus uit je hoofd leren. Zijn ouders die wel iedere zondag naar de kerk gingen, maar ondertussen op alles en iedereen kritiek hadden.
Vrienden die op zaterdag tot diep in de nacht in de kroeg zaten en toch belijdenis deden. Nee, dat hoeft allemaal niet meer van hem.
Is het onzin wat Menno zegt? Nee, er kan veel van waar zijn. Het is een grondfout in het pastoraat als je tegenover zulke kritiek meteen in de verdediging schiet. Je zult als gemeentelid deze kritiek serieus moeten nemen.
Preken zijn niet altijd boeiend, de houding van christenen kan onecht zijn, de catechismus uit je hoofd leren ligt ook niet iedereen.
En toch klopt er iets niet in de redenering van Menno. Zo verwijt hij zijn ouders dat ze altijd op iedereen kritiek hadden. Ze vonden dat je in de kerk niet 'op niveau' kon diskussiëren.
Ondertussen doet Menno precies hetzelfde.
"Die mensen bij ons uit de kerk, moet ik dááruit mijn vrienden kiezen?" zegt hij. "En dan die catechisatie, moet je horen wat voor vragen ze daar stellen! Dat zijn mensen die niet eens hebben geleerd om na te denken. Ik wil best meedoen, maar dan moet het wel interessant zijn!"
Eigenlijk is het vreemd wat er met Menno gebeurt. Hij heeft de mond vol over 'eigen schuld'. Wie werkloos is, heeft dat aan zichzelf te wijten, vindt hij. En als je in de WAO komt dan had je meestal toch al geen zin om te werken.
Maar als het over de kerk gaat, dan is opeens een ander de schuld. Hij weet precies waarom hij niet naar de kerk gaat. Dat ligt niet aan hem, maar aan de kerk.
Als Menno zijn eigen uitgangspunten serieus zou nemen, zou hij niet op deze manier tegen de kerk aan kijken.
Dan zou hij zélf aan de slag moeten gaan. Zeker, je kunt als jongere in de kerk ontmoedigd raken. Maar er dan mee kappen is een slechte keuze. In de psychologie is al jaren bekend dat 'vluchtgedrag' je niet veel verder helpt. Je kunt beter kijken wat je er aan kunt doen, dan dat je wegloopt.
Menno is zo ver niet gekomen. Hij weet wel waarom hij niet naar de kerk gaat, maar het is een negatieve keuze.
Dat is jammer. Ergens vóór kunnen kiezen is sterker dan alleen maar tégen iets kiezen. Dat is des te belangrijker als het om zaken van levensbelang gaat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief