Dementie
1992-01-31
"Mijn schoonmoeder was op het eind van haar leven hartstikke dement," zei Garolien. "Ze woonde in de Gasthuisstraat.. allemaal kleine huisjes daar, je kent hèt wel hè, knus buurtje was het vroeger, maar jammer genoeg is de hele zaak daar plat gegooid."- Jaargang 36
- nummer 3
Ik knikte, want al ben ik geen geboren Alkmaarse, dat die straatjes tegen de vlakte gingen, heb ik nog meegemaakt.
Garolien verlegde een paar boeken, joeg de kat van een stoel en vervolgde: "Ze heeft heel lang alleen gewoond, maar het was al op het laatst niet meer vertrouwd. Ze zette lege pannen op het gas, gooide de sokken als ze nat waren op de kachel en ze vertikte het om zich te wassen...
Toestanden hebben we meegemaakt!
Als Pieter er 's avonds even langs ging, was hij altijd blij dat het huis er nog stond en niet in de fik was gevlogen.
Levensgevaarlijk, kind! En weet je wat nu zo beroerd was... Hij ging altijd tegen haar in. Als ze zei dat ze naar de kruidenier was geweest en op de boodschappen wees die Pieter net had neergezet, zei hij geduldig: Moeder, u vergist zich hoor, die heb ik gehaald. Dan werd ze razend. Het was me er één hoor, die schoonmoeder van me. Verdroeg geen tegenspraak.
Verder een best mens, daar niet van.
Maar autoritair hè. Altijd geweest.
Hoort bij de generatie."
"Hoe ging jij er dan mee om," vroeg ik. Garolien is namelijk iemand die in het algemeen heel bijzonder reageert, altijd iets meemaakt en daar dan ook smakelijk verslag van weet te doen.
Ze haalde haar schouders op. "Gewoon... Ik praatte mee. Als ze zei dat het regende, dan regende het, al scheen de zon recht in m'n gezicht. En als ze op woensdag zei dat het zaterdag was, dan wás het zaterdag hoor.
Ik heb eens meegemaakt dat ze tegen me zei: Garolien, zie je al dat water voor de deur?
Ik keek naar buiten. Kurkdroog. Geen druppel water te zien. Ik vroeg: Waar, moeder? Ze wees naar buiten en zei: Op straat. Kijk maar. Lieve deugd, wat een water!
Ik zei: Mens, kun je zwemmen? Nee?
Binnenblijven dan, anders verdrink je... Zij tevreden en ik ook.
Kijk en dat kon Pieter nou niet hé. Hij kon niet accepteren dat zijn moeder dement was. Ging er maar tegenin.
Doodmoe werden we er allemaal van."
De kat was inmiddels dichterbij gekomen en loerde naar Garoliens druk bewegende handen.
"Straks krijg je een haai," voorspelde ik terwijl ik me uit veiligheidsoverwegingen alvast terugtrok.
"Wat zit je gemeen te staren, Muis," zei Garolien opgewekt. "Mag niet van de vrouw!"
"Noem je die kat 'Muis'," vroeg ik.
"Ja... ik weet ook niet waarom," antwoorde ze vaag. "De naam past niet echt bij hem, hè."
"Kun je wel zeggen," beaamde ik terwijl ik beducht naar de roofdierkop van de kat keek.
Toen ik terugfietste, dacht ik na over de manier waarop je het best om kan gaan met mensen die dementeren.
Moet je serieus op hun woorden en daden-ingaan en negeren dat een gedeelte van hun persoonlijkheid is vervaagd? Moet je meepraten en hen dus eigenlijk niet meer serieus nemen?
Ik ben in feite leek op dit gebied. De meesten die met dementerende mensen te maken krijgen zijn trouwens 'leek'.
Het nare is alleen, dat als iemand in je omgeving dement wordt, het niet zo is dat die persoon dat proces even kan stoppen om ons de gelegenheid te geven uitgebreid studie van het onderwerp te maken. Zij of hij wordt dement, of wij ons er nu tegen opgewassen voelen, of niet.
Ik denk even aan het boek dat ik eind vorig jaar heb gelezen en dat veel indruk op me heeft gemaakt.
Schrijfster van dat boek is Thilly Kuipers en de titel geeft meteen al een probleem aan. "Help... Ze wil geen hulp."
De volgende keer wil ik hier verder op ingaan...