God de eer!
1992-01-31
Vorig jaar schreef ik een stukje over m'n tante van 96 jaar. We zeiden als familieleden wel eens tot elkaar: "Je zult zien, ze wordt wel 100."- Jaargang 36
- nummer 3
Maar dat was niet zo. In de zomer van 1991 is ze toch nog vrij onverwacht gestorven. In mei van dat jaar was ze nog het middelpunt van een feestje: ze was 25 jaar in het verzorgingshuis.
Eigenlijk vond ze zich veel te eenvoudig voor een feestje met haar als middelpunt.
Op een paar jaar na was ze al die jaren heel actief: bloemen water geven, zieken voorlezen, boeken rondbrengen, de post bezorgen en koffie bij de mensen brengen.
Zelf vertelde ze: "Ik heb veel gemaakt voor verkopingen: een olifant, een hond, een konijn..." Op een keer haalde ze een jongetje uit de vijver bij het huis (ze was toen 76): "Ik ben er in mijn ondergoed naar toe gehold, want ik-was net uit bed. En toen heb ik hem er uit getrokken. Maar het is toch heel gewoon dat je dat doet."
De laatste jaren ging het allemaal niet meer zo gemakkelijk. Eigenlijk vond ze het al lang welletjes en wilde ze graag sterven. Ze zag het ouder worden niet alleen als een gave, maar ook als een opgave, een leerschool.
Ze was bereid om te sterven, maar wilde ook graag leven. Ze wist zich afhankelijk van de Heer, maar mopperde ook wel eens. En toen het duidelijk was, dat ze ging sterven, raakte ze in verwarring. Toen kon ze het zich niet indenken, dat het zover was. En ze zei op haar eigen manier, met een glimlachje om de mond: "Ze denken wel, dat ik gauw heenga, maar daar geloof ik niets van." Maar toen de dominee kwam en Psalm 73 voorlas en hij stopte bij vers 24, vulde ze zelf aan: "... en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen."
Haar wensen voor de begrafenis zette ze op papier: "Laat alles eenvoudig zijn. Geef God de eer! En als ik 't zeggen mag, laat dominee dan spreken over de enige troost in leven en sterven, gelijk het staat in de eerste Zondag van de Cathechismus. En wat mijn troost geweest is in mijn leven, ik bid dat dat ook mijn troost mag zijn in mijn sterven, uit genade..."
Na haar sterven vond ik een afscheidsbrief, die ze in 1982 schreef. Een gedeelte neem ik hier over: "Lieve allemaal!
'k Ga naar Jezus, die uit vrije genade voor mij zondaar Zijn leven gaf. De grootste vijand is de zonde, zolang een mens leeft, en de laatste vijand is de dood! Geloofd zij Jezus Christus. 'k Wens bij de begrafenis geen bloemen!!
'k Bid de Heere, dat mijn sterven Hem meer zal verheerlijken dan mijn leven, want daarin kwam ik veel tekort. Dat doet me veel verdriet. De apostel Paulus moest dat ook zeggen.
'k Dank de Geref. kerkeraad in zijn geheel - We kennen elkaar al zoveel jaren - voor al de liefde en vriendschap aan mij bewezen. Hun bezoekjes hebben me altijd weer goed gedaan.
Ook dank aan allen uit de Geref. Kerk Zaltbommel. 'k Heb veel liefde en vriendschap ontvangen. Elke week kwamen er wel 1 of 2 op bezoek."
Ze schreef deze brief op 22 januari 1982 en elk jaar pakte ze die brief en zette er dan een nieuwe datum bij, voor het laatst op 27 oktober 1988, toen ze 94 jaar was.
M'n tante maakte wel eens gedichtjes.
Eén volgt er hier:
"Bede.
Buig onzen wil,
Naar Uwen Wil.
Bewerk ons hart
En maak het stil.
Laat het 'waarom'
Toch zwijgen Heer.
En maak 't 'waartoe'
Tot Uwe eer.
Laat ons niets zijn.
Wees Gij het 'Al'.
Dan is het stil
Hoe 't stormen zal."