De nieuwe tijd en wij
1992-02-14
Dit denken vormt het grondpatroon van zeer vele godsdiensten in de wereld; eigenlijk alleen het geïnstitutionaliseerde christendom en de islam vormen er uitzonderingen op, hoewel elementen van dit denken daarin wel voorkomen.- Jaargang 36
- nummer 4
Jan Karel Hylkema(1)
Als men de verschillende ketters veroordeelt, onder welke naam ze zich ook aandienen, geldt dit: ze hebben wel verschillende gezichten, maar (net als de vossen in het verhaal van Simson) met hun staart zitten ze allemaal aan elkaar verbonden.
St. Bernard (2)
Het gemeenschappelijke
Zoals gezegd, willen we in dit artikel en de komende artikelen nog een keer een ronde maken door het wereldje van de New Age filosofie en daaraan verwante occulte en gnostieke leringen. Met deze zin is feitelijk het thema voor het verhaal dit keer al gegeven. Want er (b)lijkt een soort 'grondpatroon' te zijn, dat in vele stromingen steeds weer terugkeert.
Het woord 'grondpatroon' ontleen ik onder andere aan het hierboven al geciteerde boek van Jan Karel Hylkema, Kosmos, Kennis en Samenhang.
Het is een uitgave van Bres in Amsterdam.
Bres is al vele jaren ook uitgever van het gelijknamige blad, waarin aan iedere denkbare soort van esoterie aandacht wordt besteed.
Hylkema, die dus sterk 'pro' New Age denken schrijft, vervolgt zijn hierboven aangehaalde zin met het volgende: "Het kenmerkende verschil tussen christendom en islam en andere godsdiensten is dat bij de eerste twee het proces van 'terugkeer naar de oorsprong' op gang gebracht wordt door een geïndividualiseerde godheid, die een 'verlosser' stuurt die de verlossing voor de mensen verricht, terwijl in de andere godsdienstige stelsels de gedachte overheerst dat in elke entiteit de potentie schuilt en tot ontwikkeling komt om zichzelf te verlossen of 'verlichting' te brengen. Daarbij kan een andere entiteit wel een geweldig voorbeeld zijn, maar deze doet het je dan voor, en niet voor jou."
We kunnen hier dus, ook naar het zeggen van mensen uit de esoterische traditie, een duidelijk onderscheid maken.
Als men de religies der mensheid met elkaar vergelijkt, blijkt er een Grote Scheidslijn te zijn.
Aan de ene kant van die grote scheidslijn staan (het hier niet vermelde Jodendom), het Christelijk geloof en de Islam.
Aan de andere kant staan het Hindoeïsme, het Boeddhisme, het Taoïsme, de overige religies van het Oosten, de sjamanistische religies van wat we vroeger 'primitieve culturen' noemden, de religies rond Moeder Aarde en alle soorten, maten en gewichten van mystici en occultisten.
Aanhangers van 'UFO-culten' horen aan die kant van de lijn, net als de zoekers naar kristal-energie en de bestudeerders van de afmetingen van de piramiden. Wie weten wil wat allemaal in dit gezelschap wordt geloofd kan terecht bij Umberto Eco's roman 'De Slinger van Foucault', dat veelverkochte, dikke, naargeestige en uitzichtsloze boek van rond de zeshonderd pagina's. Er blijkt inderdaad een zeer wijdvertakt netwerk van leringen en praktijken, in de hele wereld en in de hele wereldgeschiedenis.
Niet 'gelijk'
Wie bovenstaande zin leest zal - maar dat zeg ik hier maar en passant- moeten konkluderen wat een barre onzin er wordt uitgekraamd, als iemand zegt: "Alle godsdiensten zijn gelijk!" Alle godsdiensten zijn geenszins (uiteindelijk) aan elkaar gelijk! Ook wie zich bij het uiten van zo'n onhoudbare stelling beroept op een religieus 'oerverlangen' , dat alle mensen, krachtens hun menszijn, gemeen zouden hebben, miskent nog deze 'Grote Scheiding'.
"De godsdiensten der wereld bewegen zich op verschillende niveaus", zei een deskundige uit Sri Lanka een keer. Ook hij verklaarde met nadruk dat de godsdiensten der wereld - ook uiteindelijkniet 'gelijk' waren.
Wat in dit verband echter belangrijker is is het volgende: Er zijn twee grote 'religieuze systemen', die elk meer dan een godsdienst omvatten. Aan de ene kant is daar het Joodse Geloof, het Christelijk Geloof en de Islam; aan de andere kant zijn daar de andere. Dat bedoelde de Christelijke schrijver C.S. Lewis vermoedelijk, toen hij eens opmerkte: "Er zijn uiteindelijk maar twee religies in de wereld. Dat zijn het Christelijk geloof en het Hindoeïsme."
Voor alle goed verstaan, met deze opmerking wil geenszins de indruk gewekt worden dat b.v. Islam en Christelijk geloof op hetzelfde neer zouden komen. Dat blijkt zonneklaar niet het geval! Als men de verschillen tussen Christelijk geloof en Islam enerzijds zou vergelijken met de verschillen tussen Christelijk geloof en het Hindoeïsme anderzijds, kan men m.i. wel konstateren dat de Islam het Christelijk geloof veel 'nader' staat dan het Hindoeïsme.
In zo'n geval bedoel ik dus de Islam als 'geloofssysteem'; het allesbeheersende onderscheid tussen Islam en Christelijk geloof is natuurlijk het wel of niet aanvaarden van Jezus Christus als de Zoon van God... Over dat thema heb ik ook in dit blad al vaker geschreven; dat is nu echter niet aan de orde.
God en wij, 'god'en wij
Aan de ene kant van de scheidslijn staat het geloof in een persoonlijke God, een Schepper. Aan die kant is er het geloof dat met die Schepper alles begonnen is wat bestaat. God valt bovendien niet met zijn schepping samen.
Aan de andere kant staat 'god', 'al datgene wat bestaat', 'de kosmos', 'het universum', etc. 'God' is niet te onderscheiden van 'de schepping'. 'God' is ook niet persoonlijk te noemen, maar 'persoonlijk-onpersoonlijk' beide!
Aan de ene, de 'christelijke kant' is er het geloof dat de mens in Gods bestel een bijzondere plaats inneemt; de mens is gemaakt naar Gods beeld. De mens, man en vrouw, mag over de rest van de aardse schepping het beheer hebben. Er is bovendien de mogelijkheid om te spreken met God, om te bidden, om Hem te loven en te prijzen.
Wij mogen weten dat God 'barmhartig' is en nog veel meer. God heeft een welomschreven karakter, dat Hij ons laat kennen.
Aan de andere kant is er niet zo'n nadrukkelijk geloof in een mens, die speciaal 'op God lijkt'. Integendeel, daar wordt veel vaker beklemtoond dat de mens 'deel is van het Al'. Wij hebben het goddelijke in ons, zoals dat (op wellicht andere wijze) ook geldt voor al het andere - dieren, planten, stenen en dingen - in het ons omringende heelal.
In de meeste Oosterse of esoterische systemen, die ik heb bestudeerd, gaat het ook niet om 'gebed' tot een persoonlijke Schepper en Verlosser, maar juist om 'meditatie', om het 'ingaan tot' en het 'een worden met' die Goddelijke Werkelijkheid. Dan gaat het om een volstrekt andere relatie tot die (onpersoonlijke, kosmische) 'god'. Dan is een van de trefwoorden 'energie'; de goddelijke energie doortrekt ook ons! (Als je iemand aantreft die dit gelooft en wat natuurwetenschappelijke interesse heeft, is de kans groot dat hij of zij het zal hebben over 'elementaire deeltjes', die een grote 'kosmische dans' uitvoeren, of over de 'eenheid van atomaire struktuur' in alles wat bestaat. Misschien volgt er een verhaal over DNA-strukturen; het komt meestal op de een of andere manier wel in die richting uit: ook wij, individuele mensen, maken deel uit van een groter, 'kosmisch', geheel. En dat 'Geheel' is God!) Wij zijn dus ook goddelijk...
Aan de ene kant van de Grote Scheidslijn staat het geloof in een God, die mensen naar Zijn beeld gemaakt heeft, maar heeft moeten konstateren dat de mensen bij Hem zijn weggelopen. De mens is aan de ene kant 'naar Gods beeld' gemaakt, aan de andere kant van de Here God vervreemd. Noties als 'zonde', (de noodzaak van) 'vergeving', 'verlossing' komen we overal tegen, ook in de Islam.
Aan de andere kant tref je steeds de woorden 'zelfverlossing', 'karma' en 'verlichting' aan. Daar wordt niet gerept van een Ander, die je verlost. Integendeel, het is aan ieder mens om zich zelf te verlossen! Het is aan iedere 'entiteit' om dat te doen, zei Hylkema, in een hier boven geciteerde passage; niet alleen mensen, alle levensvormen, alwat zich in de kosmos bevindt, streeft naar groter eenheid met 'het Al'.
Er is geen sprake van een 'ethische scheiding tussen mens en God' maar van een ander onderscheid: God is groot en ik ben klein. Ik ben mijn eigen oorsprong, mijn diepste identiteit als 'goddelijk' kwijtgeraakt. Mijn probleem is niet 'zonde', maar 'onwetendheid'. Ik heb uiteindelijk geen Verlosser van de zonde nodig, maar een Verlichter in mijn staat van onwetendheid!
Het Joodse en het Christelijk denken, en ook de Islam, spreken van 'een begin van de tijd en de geschiedenis'; God sprak 'in den beginne'. We lezen in de Bijbel over Christus, die gezonden werd 'in de volheid van de tijd' (Galaten 4 vers 4). We krijgen Zijn belofte, dat Hij met ons zal zijn tot het einde van de 'aioon', het einde van 'het tijdperk van de wereld'. De tijd begint ergens en de geschiedenis heeft een startpunt. En de tijd heeft een doel, er komt een einde aan de geschiedenis, zoals we die nu kennen, als Christus terugkomt op de wolken des hemels, in macht en majesteit.
Dat is uiteraard een specifiekchristelijke toekomstverwachting. Moslims en Joden zullen dit nooit zeggen!
Maar ook in het Joodse geloof en ook in de Islam is een sterk geloof in een uiteindelijke Dag van het Oordeel. De tijd loopt, ook in die religies, ergens op uit.
In de andere religies is er nauwelijks sprake van een zicht op de tijd als een 'pijl' of een 'lijn', die ergens heengaat.
In de religies van het Oosten is de tijd juist een wiel, een cyclus. Er is sprake van een 'eeuwige Wederkeer'. Achter al het zo gangbare 'geloof in reïncarnatie', dat niet zelden uitermate onrijp en ondoordacht is, schuilt altijd weer de cyclische visie op de tijd. Steeds hebben we te maken met een nieuw leven, een nieuwe cyclus, groot of klein. En meestal is die cyclische tijdsbeschouwing het voortuig voor een heel specifieke leer van zelf-verlossing. Ik heb vele levens nodig voordat ik me geheel van mijn 'goddelijke identiteit' bewust . ben. Ik moet op een veel hoger niveau van 'godsbewustzijn' komen te leven. Ik heb diepere inwijdingen nodig; er is de noodzaak om tot een intenser 'onthechting' van de aardse werkelijkheid te komen. Ik moet 'geestelijker' worden en 'het materiële' meer achter me laten.
De Oosterse religies en de gemiddelde occulte lering zien steeds de grote tegenstelling tussen 'materieel' en 'geestelijk/spiritueel'. De religies van het Oosten zijn veel pessimistischer over onze aardse werkelijkheid, over het lichamelijke en noem maar op.
Gnostici van alle eeuwen en plaatsen vallen hen bij; het is ook een oergegeven in occulte tradities. Er zijn altijd weer mensen die 'het huwelijk verbieden en het genot van spijzen'; ze zijn er ook nu weer in dichte drommen. Het klinkt buitengewoon 'geestelijk', wat ze ons voorhouden.
De Bijbel spreekt echter niet zo. Als Paulus deze typering van de 'de dwaalgeesten en leringen van boze geesten' zo heeft gegeven, gaat hij (over huwelijk en voedsel) zo verder: "welke God toch geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt door de gelovigen, die tot erkentenis der waarheid zijn gekomen." (1 Timotheüs 4 vers 3).
En hij vervolgt: "Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt; want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed".
God Zelf zegt immers bij zijn schepping: "Het is goed, het is zeer goed!"
God lijdt niet aan overgeestelijke 'smetvrees' bij het zien van al dat stoffelijke.
Zijn kinderen horen dat ook niet te zeggen. De aanhangers van de religies van het Oosten en de mensen in de esoterische traditie zullen dat echter meestal wel zeggen: dat is alles onrein.
De oerketter in de Christelijke theologie, Marcion, zei het de Gnostici al na; hij sprak zijn afschuw uit over het aardse, stoffelijke bestaan. We moeten er op bedacht zijn dat de ketters en de dwaalleraars 'geestelijker' zijn dan wij.
De boze geesten, wier leringen zij volgen, zijn ook spiritueler; die hadden nooit en nooit zich als mens geboren laten worden. Maar God stuurde zijn zoon!
Het domein van de slang
Zo meen ik dat wij in onze tijd als gelovigen principieel moeten wijzen op het on-verenigbare van dit okkulte 'grondpatroon' met de duidelijke onderrichting van Gods Woord. Hoe ongaarne ik dat soort terminologie persoonlijk ook gebruik, wat kun je het als Christen anders noemen dan 'leringen van demonen'?
Het is namelijk een visie, die we in de Bijbel ook tegenkomen, maar dan wel op een uiterst verdachte plek: in de mond van de slang, in Genesis drie!
"Je zult helemaal niet sterven" - er is geen oordeel.
"Je zult zijn als God, kennende goed en kwaad" - er is de mogelijkheid van Verlichting en Hogere Kennis.
Als een ding voor mij persoonlijk herkenbaar is, dan is dat wel het hooggeestelijke karakter van dit alles. En de pretentie dat wij als mensen 'een evolutie naar goddelijkheid' kunnen meemaken.
Wel, zonder die aantrekkelijkheid was er helemaal geen New Agedenken ontstaan...
1 Jan Karel Hylkema. Kennis, Kosmos en Samenhang. Bres, Amsterdam. 1986. p. 52.
2 Geciteerd uit Ronaid Knox. Enthusiasm. Oxford University Press, Oxlord. 1950. p. 74.