Door God niet afgeschreven
1992-03-13
Jezus' gesprek met de Samaritaanse vrouw is een schitterend voorbeeld van een pastoraal gesprek. Daar is het niet voor opgeschreven, maar toch is er veel van te leren, voor hen die ook pastorale gesprekken moeten voeren, of gesprekken met ongelovigen. Het valt op, hoe Jezus tegelijk taktvol en doelbewust te werk gaat.- Jaargang 36
- nummer 6
Taktvol
Taktvol ja. Jezus overvalt de vrouw niet. Hij verkracht haar niet met het evangelie. Maar Hij begint heel rustig en neemt haar in dit gesprek als het ware bij de hand. En gaandeweg ...
komt zij tot de ontdekking wie deze man is en wie zij zelf is. Gaandeweg, dat is mooi af te lezen aan hoe zij Jezus noemt. Daar zit namelijk een stijgende lijn in. Het begint in vers 9 met 'Jood'. In vers 11 noemt ze Hem 'Here'. In vers 12 vragenderwijs "Zijt Gij soms meer dan onze vader Jakob?".
In vers 19 is Jezus al bevorderd tot 'profeet' en in vers 29 tenslotte, zegt zij: "zou deze niet de Christus zijn?".
Stap voor stap gaat Jezus zijn weg met haar. En stap voor stap laat zij zich meenemen. Zoals een arts iemand voorzichtig voorbereidt op een slechte boodschap, zo bereidt Jezus deze vrouw voor op de hoogste blijdschap.
Met pastorale bewogenheid en pastorale wijsheid. Rekening houdend met wie er voor Hem staat, aangepast aan de situatie waarin zij zich bevindt.
Taktvol dus.
Doelbewust
Maar tegelijk doelbewust.
Zijn voorzichtigheid brengt Hem niet van zijn doel af: HIJ WIL ZICHZELF KWIJT AAN DEZE VROUW. Dat wil Hij bereiken, daar wil Hij heen. Hij laat zich niet verleiden tot discussies over zaken die ook wel belangrijk zijn. Hij laat zich niet afleiden en op een dwaalspoor brengen. Hij verliest geen tijd met een nader onderzoek naar haar verleden, hoe het zover met haar heeft kunnen komen. Hij gaat stap voor stap met haar, maar recht op het doel af: deze vrouw moet weten wie Ik ben!
Een achtergebleven volk
En niet alleen deze vrouw. Ook de andere Samaritanen. Ik schreef al: dit gesprek is niet bedoeld als een voorbeeldverhaal voor een pastoraal gesprek.
Het gaat er om, dat Jezus Zichzelf wil openbaren als de Messias, aan deze vrouwen al de Samaritanen.
Wie waren dat ook al weer, die Samaritanen?
Je zou kunnen zeggen: een halfheidens volk, een mengvolk. Van achtergebleven Israëlieten, toen de rest in ballingschap ging, vermengd met andere volken, die juist naar de streken van Samaria gevoerd werden.
Maar je krijgt de indruk, dat de achtergebleven Israëlieten het sterkst hun stempel op dit mengvolk hebben gezet.
Je kunt ze daarom misschien, beter nog dan als half-heidens volk, typeren als ACHTERGEBLEVEN VOLK.
Ook op godsdienstig gebied zijn ze namelijk zo te typeren. De Samaritanen zijn blijven steken bij de eerste vijf Bijbelboeken, de zogenaamde 'boeken van Mozes'. Wat de HERE daarna gezegd en gedaan heeft, dat speelt bij hen geen rol. Gods verkiezing van David en van Jeruzalem verwerpen zij.
Wat de profeten in de naam des HEREN hebben verkondigd, erkennen zij niet als Gods Woord. Mozes, dat was hun profeet. Ze waren sterk georiënteerd op de aartsvaders. Het is ook opvallend, hoe de situatie in Johannes 4 herinnert aan de aartsvaderlijke tijd.
Jezus ontmoet hier een vrouw bij een put. Hoe vaak komt zoiets niet voor in het boek Genesis?! En het is niet zomaar een put. Het is de put van Jakob, vlakbij het veld dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven heeft. Jakob! Die door de vrouw 'onze vader Jakob' genoemd wordt. Jozef! Die de Samaritanen als hun stamvader beschouwden, tegenover de Joden, die (zoals de naam al zegt) op Juda teruggaan.
Dit volk wil Jezus bere! en met Zichzelf.
Dat ketterse, achtergebleven volk.
Niet dat Hij hun achterblijlven goedpraat.
Als de vrouw al heel wat stappen aan de hand van de Here heeft gezet en zij Hem als profeet is gaan beschouwen, dan wil zij Hem wel eens de eeuwenoude strijdvraag voorleggen: wie hebben nu gelijk, de Joden of de Samaritanen; waar moet de eredienst voor de HERE plaatsvinden, in leruzalem of hier op de berg Gerizil ?
Jezus kiest dan ondub: alzinnig voor Jeruzalem. Hij zegt: "Gij aanbidt, wat gij niet weet". Met andere woorden: jullie weten schiet tekort, is achtergebleven, jullie missen een hele serie volgende stappen van de HERE in zijn heilsplan; dáárom aanbidden jullie hier. Maar "wij (Joden) aanbidden wat wij weten, want het heil is uit de Joden".
Met andere woorden: Gods heilsplan liep via Juda en David en Jeruzalem. De eredienst in Jeruzalem is dus de wettige en de Messias komt voort uit het Joodse volk.
Jezus kiest dus ondubbelzinnig positie en zegt tegen de vrouw: jullie Samaritanen zitten fout.
Maar dat weerhoudt Hem er niet van Zichzelf aan dat volk te presenteren.
"Hij moest" staat er in vers 2. "Hij MOEST door Samaria gaan". De situatie kan daartoe aanleiding hebben gegeven. Maar er zit in dit 'moest' ook iets van een heilig moeten, van Gods heilswil ook voor dat volk. Geen afgeschreven volk Waarom ik hierover zo uitweid?
Omdat er van de Samaritanen toen een lijn is te trekken naar de Joden nu.
Het kan verkeren. Zoals Jezus toen het Samaritaanse volk duidelijk maakte, dat ze achtergebleven waren bij Gods ontwikkeling, zo moeten wij nu in Jezus' naam hetzelfde zeggen van het Joodse volk vandaag. Zoals de Samaritanen toen te weinig hadden aan de vijf boeken van Mozes, ook al zijn deze Gods Woord, zo hebben de Joden nu te weinig aan het Oude Testament, ook al is dat Gods Woord. Zij missen namelijk Gods nieuwste, laatste en hoogste Woord (en kunnen daarom ook Gods eerdere woorden niet goed beoordelen). Zij missen Gods nieuwe stap in zijn heilsplan, de komst van de Messias, en kunnen de HERE daardoor niet aanbidden in Geest en waarheid.
We zullen dat duidelijk moeten zeggen.
Het wordt helaas wel eens verdoezeld.
Zo deed Jezus niet. Zoals Hij zei tegen de Samaritanen: "het heil is uit de Joden", moeten wij tegen de Joden zeggen: precies! "het heil is uit de Joden", want uit de Joden is Jezus geboren en IN HEM ALLEEN is het heil te vinden, ook voor jullie.
We zullen beide moeten doen, net als de Here Jezus, én zeggen: zoals jullie nu geloven komen jullie tekort, kom je er niet, én de Christus verkondigen, vanuit een heilig moeten, gedreven door Gods heilswil ook voor de Joden.
Een achtergebleven volk is geen afgeschreven volk! Ook dát 'is een boodschap van dit hoofdstuk.
Alles tegen en toch
Maar terug naar die vrouw nu.
Want, bij welk volk dan ook, het gaat om konkrete mensen.
Zo in dit hoofdstuk ook over die konkrete vrouw, die alles tegen had: ze was niet alleen van het Samaritaan se volk, ze was daarbij een vrouw (de discipelen zijn even later verbaasd, dat hun rabbi met een vrouw in gesprek is) en ze was een zondares en stond ook als zodanig bekend.
DIE VROUW wilde Jezus zijn blijde boodschap, Zichzelf, brengen! In vers 23 wordt gesproken over het zoeken van de Vader. Jezus is hier, namens de Vader, bezig met een zoektocht naar het hart van deze mens. En Hij vindt dat hart en Hij wint haar hart.
Mooi is dat. En legitiem door te trekken naar zulke mensen vandaag. Want ook nu zijn er mensen, die alles tegen hebben als het om geloven gaat: opgegroeid in een onchristelijk volk, of in een kerk met dwaalleer, of opgevoed in een slap-gelovig gezin, of zelf met een verleden om je voor te schamen, aangekeken met de nek door mensen die het weten, misschien wel afgeschreven, niet alleen als medemens, ook als medegelovige.
Maar de Vader zoekt zulke mensen.
Jezus maakte met grote liefde werk van een vrouw met een verleden (waarover ze zich rot moest schamen) en met een heden (dat nog stof te over bood voor roddel in de stad) en geeft haar EEN NIEUWE TOEKOMST, Zichzelf als het levende water, dat de diepste dorst van een mensenleven kan lenigen en dat in haar wordt tot "een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven".
Eerlijkheid
Tenslotte wil ik er met u op letten, hoe de blijdschap over de boodschap niet ten koste gaat van de eerlijkheid.
Jezus zegt op een gegeven moment tot de vrouw: "ga heen, roep uw man en kom hier". De vrouw antwoordt: "Ik heb geen man". Waarop Jezus doorstoot en zegt: "Terecht zegt gij: ik heb geen man; want gij hebt vijf mannen gehad en die gij nu hebt, is uw man niet". Oei! Dat is raak! Dat doet zeer!
Is dat niet gemeen van de Here, om zo cru de waarheid te zeggen? Nogmaals: Jezus zoekt deze konkrete vrouw. Niet de vrouw die ze zou willen zijn. Niet de vrouw zoals ze zich voordoet.
Maar de vrouw die zij werkelijk is. In haar geval: een vrouw met een zeer gebroken en kwalijk huwelijksleven.
Aan DIE vrouw wil Jezus zijn blijde boodschap kwijt. Dát is de reden van dit doorstoten tot op de realiteit van haar zondige verleden en heden.
Wij kunnen iemand soms ongenadig de waarheid zeggen. Jezus houdt deze vrouw juist GENADIG de spiegel voor.
Het lijkt er dan verdacht veel op, dat de vrouw Jezus op een ander thema brengt, om zo van dit pijnlijke onderwerp af te komen. Maar Jezus' woorden blijken hun werk toch te hebben gedaan. Want tegen haar stadsgenoten zegt zij even later: "Komt mede en ziet een mens, die gezegd heeft ALLES WAT IK GEDAAN HEB: zou deze niet de Messias zijn?". Ze is niet kwaad geworden, heeft zich niet gekrenkt teruggetrokken. Ze wordt niet heet van boosheid, maar warm van nieuwe hoop! Als de man zó door mij heenziet, mij blijkt te kennen, niet alleen in mijn leven nu, maar ook mijn verleden, dan is deze man maar niet EEN profeet, dan is Hij misschien wel DE Profeet. De Samaritanen verwachtten namelijk als Messias een nieuwe Mozes, de Profeet van de eindtijd.
En net als bij zondaars en zondaressen in het Joodse volk, proef je bij deze Samaritaanse zondares iets van verwachting: de Messias die komt, zal anders zijn dan de mensen. De mensen hebben mij allang afgeschreven, maar de Messias ...!
En inderdaad, bij deze Man is het anders.
Wij zijn vaak bang, dat iemand zich lang van ons houdt, als we de schijn weten op te houden een aardig en goed mens te zijn. We vrezen, dat wanneer iemand ons echt zou kennen, hij het voor gezien houdt. Zo gebeurt het ook wel. Maar de Christus van God is anders.
Zijn liefde is zo groot dat we geen schijn hoeven op te houden. De ontmoeting met Hem geeft moed om eerlijk te zijn tot op de drabbige bodem van ons bestaan.