Kuiterts nieuwste boek (1)

1992-03-13
  • Jaargang 36
  • nummer 6
De bijbel in het nieuws
Het komt niet vaak meer voor dat de bijbel ter sprake gebracht wordt in de brede publiciteit. Onlangs gebeurde dat opmerkelijkerwijs twee keer in één nieuwsbulletin van het NOS-journaal.
Eerst kwam er een meneer voor de camera die namens de organisatie 'Christenen voor Israël' tekst en uitleg gaf over de aktie 'Holland Dorp' in Israël, die met een bij elkaar gehaald bedrag van tien miljoen gulden bedoelt te voorzien in het bouwen van woningen op door Israël bezette Palestijnse bodem voor de opvang van Russische Joden. Op de vraag van de reporter of dat eigenlijk wel kon en of dit niet in strijd kwam met de besluiten van de Verenigde Naties antwoordde hij kort en goed dat volgens de bijbel álle grond van Palestina voor de Joden was, getuige de belofte van God aan de aartsvaders. Verderop in hetzelfde nieuwsbulletin kregen we een landelijke vergadering van de SGP in het beeld, waar vrouwen zich met behulp van de sterke arm der wet toegang toe verschaft hadden. Geheel - aldus de nieuwslezer - tegen het uit de bijbel afgeleide principe van die partij in dat vrouwen zich van aktieve deelname aan het politieke leven dienen te onthouden. Ik kon onmogelijk blij zijn met het op deze wijze dubbel ter sprake komen van de bijbel. De beide voorbeelden verwijzen naar twee totaal verschillende christelijke milieus, maar komen niettemin hierin overeen dat ze allebei getuigen van een schromelijk overvragen van de Heilige Schrift.

Zo kan het niet meer
Dit bijbelgebruik doet de bijbel geen goed. Het vestigt en bevestigt naar buiten toe de indruk dat de Heilige Schrift het boek is van een religieuze subkultuur die een godsdienstige folklore in stand houdt. Nu was ik toen ik dit nieuws voor de tv zag juist bezig het laatste boek van Kuitert te lezen. Ik moet zeggen dat ik na het betreffende journaal mijn lektuur van Kuiterts publikatie met groter welwillendheid dan tot dusver voortzette. Niet dat ik daartoe besloot maar ik merkte het gewoon.
Eigenlijk gebeurde dat vanuit een halfbewust maar toch sterk besef: zo (zoals ik het zoëven gezien had) kan het in ieder geval niet meer. Ik heb dat besef wel vaker. Ook bijvoorbeeld wanneer ik in ons blad de bijbelse dateringspogingen van de heer A. Keizer volg. Ook daarvan zeg ik vanuit mijn gevoel hartgrondig: zo niet! (Want we kunnen natuurlijk wel met het vingertje van ons afwijzen naar voorbeelden ver van ons bed, maar zelf maken wij het met het bijbelgebruik ook nogal bont.) Ik wil hiermee (om toch even op Keizers artikelen nader in te gaan) niet eens ontkennen dat de bijbelschrijvers er soms eigen dateringssystemen op na hebben gehouden.
Maar die dienden dan toch niet een wetenschappelijk maar meer een boodschappelijk doel (denk aan de geslachtslijst van Matteüs 1 met z'n eigenaardige weglatingen), want in geschiedkundige preciesheid waren de heiligp. mannen niet geïnteresseerd, die lag trouwens ook buiten hun gezichtsveld. Hun stelsels echter met openbaringsgezag te bekleden en ze als verplicht alternatief voor de gebruikelijke dateringen aan te bieden zoals de heer Keizer doet, gaat rn.l. echt te ver. Je veracht dan eigenlijk de sindsdien verlopen tijd die ons op deze en dergelijke gebieden aan betere inzichten geholpen heeft. De eerbied en liefde tot de bijbel die ons allen behoort te verbinden, neemt op deze manier groteske vormen aan. Het kàn de bedoeling van de Schrift niet zijn dat wij hem volgend geestelijk naar het verleden moeten verhuizen, naar een kultuur met ideeën, opvattingen en gebruiken die wij onmogelijk als voor ons geldend kunnen erkennen. De bijbel m6et het zichzelf overstijgend vermogen hebben om over een afstand van eeuwen heen ons die in een totaal andere kultuur leven aan te spreken. Waarom dat moet? Omdat de bijbelse boodschap zo bijzonder is dat ze zich niet in één kultuur, van vroeger of van vandaag, laat opsluiten.

De titel
Het nieuwste boek van Kuitert dus.
Laat ik beginnen iets over de titel te zeggen. 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof', zo heet het. Ik ben er niet gelukkig mee en dat om twee redenen. In de eerste plaats denk ik aan onze mensen die van zo'n titel schrikken. Kuitert staat nu eenmaal bekend als een beeldenstormer. Of dat terecht is of niet, daarover nu even niet, maar het feit ligt er. ,,0 wee, wat zal die nu weer allemaal gaan zeggen?!", met dat gevoel zullen velen het boek ter hand nemen. Gaan ze er dan echt in lezen, dan merken ze dat Kuitert allerminst voedsel geeft aan een algemene twijfel aangaande het christelijke geloof. Het is waar dat hij de gehele christelijke geloofstraditie door een anti-roest-bad heenhaalt maar zijn bedoeling daarmee is niet anders dan die van een achterstallig onderhoud. Positief dus. AI te lang zijn wij volgens hem blijven vasthouden aan formuleringen van ons geloof die niet meer kunnen en aan voorstellingen rondom ons geloof die uit de tijd zijn. Je kunt daarover met Kuitert van mening verschillen, maar wat mij opvalt en (denk ik) onvoldoende van hem bekend is is zijn grote liefde voor de christelijke geloofstraditie zelf. En het treft mij hoe vaak hij het voor die traditie opneemt tegenover allerlei moderne en modieuze ontwerpen die hij met goede argumenten van de hand wijst. Ik kom daar verderop nog wel op terug. Ik vrees dus dat de titel van Kuiterts boek veel mensen onnodig zal bevestigen in hun vooroordeel tegen hem en hen zelfs zal verhinderen dit 'boek te gaan lezen. Deze boektitel zal Kuitert geen goed doen en ik vermoed dan ook dat hij niet van hemzelf afkomstig is maar dat Kuitert op dit punt het slachtoffer (nou ja) geworden is .
van een reklame-stunt van de uitgever.
Dat brengt mij op het tweede bezwaar.
Velen die van het christelijk geloof niet meer dan een onbestemde twijfel overgehouden hebben zullen naar dit boek van deze geleerde, wijze Em goed schrijvende man grijpen om zich in de juistheid van hun twijfel bevestigd te zien. En die krijgen dan de kous op de kop want in dit boek is onmiskenbaar een belijder aan het woord, iemand die messcherpe, loupezuivere en ijs-koude analyses maakt en daar dan ineens een zin tussendoor gooit die van een warm geloofsleven getuigt. En dat blijft trouwens niet bij zo eens een zinnetje, nee, je zou het boek één machtig getuigenis kunnen noemen van de centrale bijbelse boodschap: God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende. Moeten de twijfelaars zich met dit boek niet bekocht voelen, vraag ikme af. Het vliegt als broodjes over de toonbank, drie drukken in veertien dagen tijd, maar is het boek niet te bijbels om deze grote belangstelling in onze gesekulariseerde tijd te verklaren? Of zou Kuitert dit opmerkende met Paulus in z'n vuistje lachen en zeggen: met list heb ik jullie gevangen? Ook de ondertitel van het boek 'Een herziening' neemt mijn bezwaren niet weg. Ik vind niet dat het christelijke geloof in dit boek wezenlijk herzien wordt. Kuitert staat trouwens tegenover de christelijke geloofstraditie met teveel bescheidenheid en eerbied dan dat hij er een herziening van zou durven ondernemen.
Het boek is meer een her-ijking, volgens mij. Ik ervaar het dan ook zo dat Kuitert met zijn boek niet de goedkope bijval van de wereld maar de kritische toetsing van de kerk zoekt.
Hij pakt die kerk met strenge liefde aan, dat wel, maar je kunt van geen kant volhouden dat hij meehuilt met de wolven in het bos en meejuicht met de verwoesters van het geloof. Echter, de titel van zijn boek doet je dat helaas wel even vermoeden.

Het laatste hoofdstuk
Er is nog iets dat ik jammer vind. Toen het boek nog niet te koop was trof ik in Hervormd Nederland een vóórpublikatie aan die over de bijbel ging.
Ook andere bladen deden daaraan mee. De gedachte erachter. was natuurlijk dat daar wel de meeste be langstelling van de mensen naar uit zou gaan. Dat mag zo zijn maar aan zo'n vermoeden toegeven is nog iets anders. Dat zou namelijk het nadelige effekt kunnen hebben (wat ik hier en daar ook al gekonstateerd heb) dat men zich bij het kennis nemen tot dat ene gedeelte van het boek beperkt.
Terwijl het bij Kuitert het laatste hoofdstuk is. Ik bedoel dat niet in die zin dat pas op het eind van het boek bij hem 'de aap uit de mouw komt'. Nee, het laatste hoofdstuk brengt ten opzichte van heel het boek niet eens zoveel nieuws, je zou het zelfs als 'ten overvloede' kunnen bestempelen. Toch is 'achterin' een opvallende plaats voor dit onderwerp. Ik heb dit aldus verstaan dat Kuitert niet zo formeelvoorop van zijn Schrift-principe rekenschap heeft willen afleggen om pas daarna tot de eigenlijke stof te komen, maar dat hij ons al doende met zijn methode van (eigenlijk overvloedige, maar dat merkt alleen de insider op) Schriftbehandeling kennis wilde laten maken alvorens zich daarover nog eens expres te verantwoorden. Om zo te laten zien wat hij doet en waar hij terecht komt. Ik wil hem daarin volgen en niet direkt over de inspiratieleer van de bijbel beginnen. Het is inderdaad niet denkbeeldig dat mensen die met dat laatste hoofdstuk beginnen het boek verder ongelezen laten en voor gezien houden. En dat zou erg jammer zijn want wat Kuitert op het veld van de geloofstraditie en de geloofsleer te berde brengt is zeer de moeite waard.
Er gaat een geweldige impuls tot nadenken vanuit. Ik hoop daarom over dit boek nog wel even door te schrijven.

Eenheid boven geloofsverdeeldheid
Op de jaarvergadering spreekt prof.dr. A. Th. van Deursen, hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Prof. van Deursen is de auteur van o.a.: Bavianen en Slijkgeuzen (zie Opbouw 1992/1); Mensen van klein vermogen; en De eeuw in ons hart (zie Opbouw 1991/ 24).
De titel van de causerie is: EENHEID BOVEN GELOOFSVERDEELDHEID.
Binnen elke gemeenschap - dus ook elke christelijke gemeenschap - gaat het enerzijds over de grenzen van de tolerantie en anderzijds de noodzaak van gemeenschappelijke normen.
Prof. van Deursen zal met name over de spanning tussen deze twee zakentolerantie en normhandhaving - spreken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief