Diekenambt voor zusters
1992-03-13
Centrale vraag: Is het schriftuurlijk en kerkelijk verantwoord zusters te roepen tot het diakenambt?- Jaargang 36
- nummer 6
De bezwaren die daartegen aangevoerd worden, komen hierop neer: een diaken heeft een ambt, een ambt is een gezaghebbende positie, het is tegen de Schrift als een vrouw gezag over de man heeft.
De commissie heeft geen standpunt ingenomen, maar alleen een verslag gegeven van de knelpunten die zij is tegengekomen. Zij wil haar rapport afronden na verwerking van de reacties uit de kerken. Die moeten voor 1 juli 1992 binnen zijn.
Hoofdstuk I: De wijze van argumenteren vanuit de Schrift
Voorop staat: de Bijbel heeft gezag, ook in de vragen rondom de ambten.
Tegen het gezag van de Bijbel in mag niet besloten worden.
Wel rijst de vraag: Op welke manier heeft de Bijbel gezag en hoever reikt dat?
- Niet alle voorschriften van vroeger gelden nu nog.
- Van belang is de bedoeling van schriftgedeelten.
- Sommige uitspraken in de Bijbel lijken in strijd te zijn met andere.
- Teksten en schriftgedeelten moeten in het verband van het geheel gebruikt worden.
- Ook de werkelijkheid (van toen en nu) moet erbij betrokken worden.
Hoofdstuk 11:De ambten
Het N.T. kent meer ambten dan wij nu.
Er was niet zo'n scherpe scheiding.
Over oudsten en diakenen In het Nieuwe Testament
a. oudsten (opzieners/herders/ en leraars/voorgangers) De aanduidingen wisselen elkaar af; het gaat om één en dezelfde taak. Tot die taak hoort: dwalingen bestrijden, uit de Schrift onderwijzen, over de zielen van de gelovigen waken, een voorbeeld zijn.
De oudste wordt officieel aangesteld, geeft leiding en heeft een bepaald gezag.
b. diakenen Het Griekse woord diakonos is in het N.T. meestal vertaald met: dienaar, dienares, of bediende. In het N.T. staat niets over officiële aanstelling van diakenen, ook niets over de instelling van hun ambt of de inhoud van hun werk.
Heeft de diaken ook een gezaghebbende positie?
Er zijn verschillende opvattingen: 1. Ja, ze hadden een eigen, gelijkwaardig ambt. Zie Fil. 1:1; 1 Tim. 3.
2. Nee, diakenen waren assistenten van de opzieners. Nergens staat in het N.T. iets over aanstelling van diakenen.
Als ze een echt ambt hadden, zou er meer aandacht aan gegeven zijn.
(Maar: ook een 'assistent' kan een 'ambt' hebben. Er is ook verband tussen opziener en diaken, zie 1 Tim. 3, vooral vers 13) 3. Ja, een diaken is ook een 'oudste'.
Dat valt af te leiden uit de brief aan Timotheus. Het woord 'oudste' kan daar meer omvatten dan alleen maar opziener.
4. Er waren twee soorten diakenen: 1.
voor armen; 2. voor zieken. (volgens Calvijn)
Vraag: mogen wij nu het diakenschap een inhoud geven die past bij onze huidige behoeften?
De situatie In de Nederlands Gereformeerde Kerken
Ons Akkoord van Kerkelijk Samenleven kent geen verschil in het ambtelijk karakter tussen diaken en ouderling.
De ambtsdragers vormen samen de kerkeraad en oefenen opzicht en tucht uit. Als de kerken wel verschil willen aanbrengen, moet het A.K.S. veranderd worden.
Hoofdstuk 111
De man/vrouw verhouding in de bijbel (1).
1. Inleiding
Over de verhouding man/vrouw zijn in de Bijbel twee reeksen uitspraken te vinden. Deze uitspraken kunnen het best worden weergegeven als: - onderschikking; - nevenschikking.
Hierbij is een aantal vragen van belang.
Op welke manier spreekt de bijbel concreet over deze verhouding?
Hoe beoordelen we onze maatschappij, waarin vrouwen verantwoordelijke/leidinggevende functies hebben?
Het komt voor dat vrouwen maatschappelijk in de positie zijn om gezag uit te oefenen, ook over mannen. Dit kwam ook voor in de maatschappij van het O.T. en het N.T. Kennelijk hebben vrouwen hiervoor gaven meegekregen.
De Schrift levert ook gegevens m.b.t. de plaats van de vrouw in de gemeente.
Genesis 1 en 2
Vanuit deze hoofdstukken in Genesis gaat men weer de verhouding mant vrouw bekijken. Een aantal teksten wordt daarbij genoemd.
1. Genesis 1 vs. 26/27.
"God schiep de mens naar zijn beeld".
In dit geval, stelt men, kan men zeggen dat voor God man en vrouw gelijkwaardig zijn.
2. Genesis 2 vs. 15-25 In dit gedeelte schept God de vrouw als hulpe tegenover de man. Gaat het hier om de vrouw als aanvulling? Is hier sprake van een gezagsverhouding of is hier sprake van een wederhelft en innige verbondenheid?
Een ander aspect hieraan is dat eerst Adam kwam en daarna Eva. Over deze kwestie spreken twee rapporten van de Christian Reformed Church (CRG) zich uit: Meerderheidsrapport: 1. Eerst Adam, dan Eva. Adam is eerstgeboren; Eva is geschapen omwille van Adam. Het eerstgeboorterecht is in het Hebreeuwse denken heel belangrijk.
2. Eva is hulpe.
3. Adam gaf Eva de naam mannin en een naam geven is een daad van gezag.
Minderheidsrapport: 1. Het eerstgeboorterecht is niet van God ingesteld; God wijkt er ook vanaf.
2. Eva is hulpe die bij hem past (betekenis: tegenover hem = op hetzelfde niveau).
3. Deze naamgeving is een uitroep van vreugde; geen daad van gezag.
3. Genesis 3
De zondeval.
"Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan en hij zal over u heersen".
God doet deze uitspraak naar aanleiding van de zondeval.
Naar uw man zal uw begeerte uitgaan.
Betekent dat hier:
a. Sexuele begeerte?
b. Streven naar machtsuitoefening over de man, wat uit zal lopen in een machtsstrijd tussen man en vrouw?
Hij zal over u heersen.
a. Is dit heersen het gevolg van de zondeval? In dat geval is het geen scheppingsgegeven. De daaruit voortvloeiende vraag is dan: is dit woord "Hij zal over u heersen", na de komst van het werk van Ghristus dan nog wel van toepaSSing?
b. God sprak tot Adam en Eva en, gelet op alle woorden die God tot Adam en Eva richtte, zien we dat er sprake is van continuïteit en discontinuïteit.
Voorbeeld: Adam had de opdracht de aarde te bewerken (continuïteit). Hij moest dit zwoegend en zwetend doen (discontinuïteit).
Probleem: Is er nu sprake van continuïteit of discontinuïteit met betrekking tot de uitspraak "hij zal over u heersen"
of gaat het om beide?
Ook hierover is gedachtenuitwisseling geweest in het GRG-rapport.
Meerderheid: het gezag van Adam wordt in deze uitspraak opnieuw bevestigd; Adams heersen is een scheppingsgegeven; door de zondeval kan heersen veranderen in tiranniseren. Minderheid; gezag van de man over de vrouw is een onderdeel van de straf en niet een scheppingsgegeven; voor de zondeval was er dus geen sprake van Adams gezag over Eva.
Naar uw man zal uw begeerte uitgaan en hij zal over u heersen.
Met deze woorden kondigt God de gevolgen van de zonde aan. Deze woorden zijn dus niet een bevel van God. Het gaat hier ook niet om een vloek. Satan werd gevloekt; niet de mens.
4. De vrouw In het O.T.
Gezien de grote periode die het O.T.
bestrijkt, is het vrijwel onmogelijk over de verhouding man/vrouw in het O.T.
uitspraken te doen.
Uitgangspunt: valt er uit het O.T. iets af te leiden dat bijdraagt aan het antwoord op de vraag: 'vrouw in het ambt'?
In het algemeen had de man in het O.T. leidende functies als koning/ priester. Maar ook was er sprake van koninginnen (van scheba) of de bijzondere positie van koningin-moeder (Athalia). Het ambt van profeet werd wel door vrouwen vervuld (Deborah, Mirjam e.a.).
Een van de CRC-rapporten concludeert daarom dat het moeilijk wordt te beweren dat het in de scheppingorde ligt dat een vrouw niet gezag over de man mag uitoefenen.
Wat het priester-zijn betreft: in Ex. 19 vs 6 verkiest het hele volk Israël een koninkrijk van priesters te zijn. En toch vinden we geen vrouwelijke priesters in het O.T.
De positie van de vrouw was niet gelijkwaardig aan die van de man, wanneer men verscheidene bepalingen van de Mozaïsche wetgeving beschouwt.
Anderzijds blijkt dat in de toenmalige samenleving vrouwen volop deelnamen aan de feesten en offermaaltijden.
Sommige vrouwen hadden een maatschappelijke positie, die met zich meebracht dat zij gezag uit moesten oefenen over mannen. Daarvan is sprake bij Abigail. Deborah was en profetes en deed rechterlijke uitspraken.
Een hoofdstuk waaruit ook geput kan worden over het toenmalige werkterrein en de plaats van de vrouw is Spreuken 31:10-31 5. Jezus Christus en de vrouw In de tijd van het N.T. was de positie van de vrouw heel anders. Men beschouwde een vrouw als een tweederangs wezen. Vrouwen mochten bijvoorbeeld niet voor een rechtbank getuigen. Uit het leven van Jezus blijkt geen spoor van achterstelling van de vrouw; voor Hem is zij gelijkwaardig.
Het is opvallend hoeveel vrouwen Hij in zijn gevolg opneemt. Het waren ook vrouwen die het eerst getuigen waren van zijn opstanding.
6. Na de uitstorting van de Heilige Geest Iedereen is het er over eens dat vrouwen dezelfde gaven hebben gekregen als mannen. Vrouwen mogen die gaven ook in de gemeente gebruiken.
De Heilige Geest werd uitgestort op heel de kerk. Er wordt geen onderscheid gemaakt met betrekking tot profeteren en spreken in tongen. En er zijn veel vrouwen in genoemd in het N.T. die zich hebben ingezet voor het evangelie.
Wat blijft is de vraag: leert de bijbel ons dat uit de onderlinge verhouding van man en vrouw in de gemeente moet volgen dat het roepen van de vrouw in een/het kerkelijk ambt niet past?
Hoofdstuk 4 gaat over man en vrouw in hun onderlinge verhouding en over de plaats van de zusters in de gemeente.
-In Christus is geen mannelijk en vrouwelijk, Gal. 3:21-4:7. Hier gaat het niet over de ambten, maar Paulus richt zich tegen hen die menen dat door de werken der wet de zaligheid te verdienen is.
- De man als HOOFD van de vrouw.
A. Wat is de betekenis van het woord 'HOOFD'.
B. Wat is de 'reikwijdte' van het gegeven.
A. De betekenis Nagegaan is in hoever het element 'gezag' in het Nieuwtestamentische gebruik van het woord 'Hoofd' meespreekt.
Behalve aan gezag kan ook gedacht worden aan hoofd als 'bron' of 'oorsprong'.
Bij hoofd als 'beeldspraak' kan alleen de organische eenheid van het hoofd met het lichaam bedoeld zijn, zonder welke vorm van gezag dan ook.
Bij het bespreken van de acht teksten, die van belang zijn, heeft de commissie de volgende indeling gemaakt: - Christus is Hoofd over al wat is.
Ef. 1:21 Kol. 2:10 - Christus is het Hoofd van zijn lichaam, de Kerk 11 Kol. 2:19 Kol. 1:18 de man is het hoofd van zijn vrouw Ef.
4:15,16a Ef. 5:23 - Christus is het Hoofd van de man 11 de man is het hoofd van de vrouw 1 Kor. 11:3 Christus is het Hoofd boven al wat is.
Ef. 1:21 Een gezagspositie lijkt hier gewettigd, toch zou het accent ook kunnen liggen op de hoge positie als zodanig, 'hoger dan al het andere'. Tegelijk is van belang de verbinding tussen hoofd en lichaam.
Kol. 2:10 Niet hoofd 'over', maar hoofd 'van'. De keuze gaat tussen hoofd als 'bron' (vs 9 en 10a) of hoofd als positie van 'gezag' (vs 8 en 15). Ook hier kan echter gewezen worden op de hoge positie van Christus als zodanig. Dan staat 'bron' of 'gezag' niet op de voorgrond.
Christus als Hoofd van zijn lichaam, de gemeente 11 de man als hoofd van zijn vrouw.
Kol. 2:19 Het element 'oorsprong' kan hier niet worden uitgesloten.
De comm. vraagt na te denken over de vraag of er wel zo'n afstand bestaat tussen 'bron zijn van' en 'gezag hebben over'. Impliceert het eerste niet ook enigermate het tweede?
Kol. 1:18 Als slotstuk van vs. 15-17 zou het om gezag gaan, als inleiding op het tweede (vs. 18b-20) zou de betekenis voortrekker, begin, bron (van verzoening) kunnen zijn. Opnieuw staat de hoge positie van Christus als Hoofd voorop.
Ef. 4:15,16a Zie bij Kol. 2:19 Ef. 5:23 Kunnen we uit deze tekst afleiden, dat een man gezag (in welke vorm of mate ook maar) over zijn vrouw heeft? Let op het verband.
Duidelijk is dat het begrip 'hoofd' wordt ingekleurd door het 'onderdanig' zijn.
De vraag is: wat betekent dit? (zie verderop).
Christus als Hoofd van de man 11 de man van de vrouw.
1 Kor. 11:3 Paulus gebruikt het argument, dat de man het hoofd van de vrouw is, niet om de vrouw het recht te ontzeggen om te bidden en te profeteren.
Het gaat hier meer om de manier waarop de vrouwen actief zijn in de gemeente, dan over de reikwijdte van haar activiteiten.
Paulus roert hier ook de 'zede' als argument aan.
Bevestigt de 'zede' wat de Schrift hier zegt? Maar wat dan, als de zede verandert?
N.a.v. vs. 11 en 12: ziet de apostel verschil tussen de man-vrouw verhouding bij de schepping en die in 'Christus'?
De comm. vraagt zich af of de juiste betekenis een keuze is tussen 'hoofd' als 'gezagsdrager' en 'hoofd' als 'bron'.
Het element van de eenheid met het lichaam kan hier ook genoemd worden: "zoals de man verbonden is aan Christus is de vrouw verbonden aan haar man en Christus aan God.
B. de reikwijdte van het hoofd-zijn Wanneer vrouwen in de kerk niet gezaghebbend tegenover mannen zouden mogen optreden, hoe staat het dan met de maatschappij?
Heeft het hoofd-zijn van de man alleen betekenis binnen het huwelijk of voor ieder in de kerk en dus ook voor de wereld?
Het is moeilijk voorstelbaar, aldus de commissie, dat de man in het algemeen, resp. iedere man, gezag zou hebben over de vrouw in het algemeen, resp. iedere vrouw.
Anderzijds vraagt de positie van het hoofd binnen het huwelijk ook om erkenning door anderen.
Dit betekent b.v. voor de gemeente, dat in de contacten met de vrouw de positie van haar echtgenoot niet genegeerd mag worden ..
Onderdanig zijn.
In Ef. 5:22-33 is het feit dat de man hoofd van zijn vrouw genoemd wordt, reden voor Paulus om de vrouw op te wekken aan haar man onderdanig te zijn als aan de Here.
Uit vs. 21 blijkt echter dat dit voor ieder gemeentelid geldt, d.w.z. dat de man ook aan de vrouw onderdanig moet wezen.
Daarom kan vs. 22 geen gezagsrelatie aangeven.
Paulus heeft in Ef. 5 en 6 drie relaties op het oog: man-vrouw (5:22-33), ouders-kinderen (6:1-4) en herenslaven (6:5-9).
Onderdanigheid geldt voor elke relatie.
Gehoorzaamheid duidelijk voor ouders-kinderen en voor heren-slaven.
In Ef. 5:22,24 wordt een ander Grieks woord gebruikt. (Zoals in Kol. 3:18, Tit.
2:5, 1 Petr. 3:1;5 en 1 Tim. 2:11).
Kiest men voor de verbinding van Ef.
5:22 met vs. 24 dan zou vertaald kunnen worden met 'zijn schouders zetten onder', 'zich beschikbaar stellen voor'.
Zie ook 1 Kor. 16:16.
Paulus wil in Ef. 5:22 de vrouw inprenten zich niet als tegenspeelster van de man op te stellen, maar als een medewerkster, die haar schouders moet zetten onder de taak die ze met hem deelt. (Zie ook 1 Kor. 14:34, Kol. 3:18, 1 Tim. 2:11,12 en Tit. 2:4,5).
1 Kor.14:34 doet een beroep op de wet.
Kol. 3:18 is vrijwel identiek aan Ef. 5:22.
1 Tim. 2:11 legt verbinding met 'gezag'.
Het Griekse woord dat vertaald is met 'of gezag heeft' komt alleen op deze plaats voor. Er zijn vele uitleggingen, zoals: gezag hebben overzelfstandig heerschappij voereneigenwijs optreden - heenlopen over.
Bij de opvatting dat de man als hoofd van zijn vrouw gezagsdrager is, moet het misverstand vermeden worden dat de vrouw zou worden gedegradeerd tot knechtje van de man.
Hij is haar hoofd, aan wie zij als het lichaam verbonden is.
Zij zal zich beschikbaar moeten stellen om in samenwerking met hem Gods opdracht in het leven te vervullen.
Hoofdstuk 4 punt 5
De vrouw moet zwijgen.
We vinden over het moeten zwijgen van de vrouw twee bekende teksten, die naar alle waarschijnlijkheid beide betrekking hebben op de samenkomst van de gemeente, namelijk: 1.1 Korinthe 14: 34 en 35: "Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven zoals ook de wet zegt. En als zij iets te weten willen komen, moeten zij thuis haar mannen om opheldering vragen; want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente."
Dit lijkt absoluut, maar het zal wel gaan om een spreken buiten gebed en profetie.
Wel is het duidelijk dat hier weer de positie van de vrouw ten aanzien van de man in geding is.
Conclusie: dit zwijgen heeft een eigen achtergrond en betrekking op bepaalde zaken.
Welke zaken? Dat wordt niet vermeld.
Het zwijggebod lijkt niet te kunnen slaan op het profeteren of spreken in tongen, lettende op 1 Korinthe 14 en 1 Korinthe 11:5.
Hommes noemt drie motieven, die Paulus heeft voor zijn zwijggebod.
1. hij acht het spreken van de vrouw in de gemeente ongeoorloofd tegenover de verschuldigde 'onderdanigheid' aan de man.
2. hij acht het overbodig, want ze kunnen thuis opheldering vragen.
3. hij acht het lelijk, dus strijdig met de toenmalige zede.
Holwerda geeft twee redenen voor het zwijggebod.
1. De goede zede wordt aangetast door openbare discussie van een vrouw met mannen.
2. Ter bescherming van de huwelijksrelatie.
2.1 Timotheus 2:11 en 12: "Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden".
Dit is in feite het enige schriftgedeelte dat zich rechtstreeks lijkt uit te spreken over leiding geven van zusters in de kerk. We zouden graag precies weten om welk onderricht het gaat, maar ook daarover zijn de meningen niet eensluidend.
Het meerderheidsrapport van de Christian Reformed Churches (CRC) wijst er op, dat niet alle 'onderricht geven' aan de zusters ontzegd is. Zie Kolossenzen 3:16 en Titus 2:4-5. Het moet wel gaan om het officiële onderricht in de kerk; Paulus verbindt het namelijk met 'gezag hebben'. Het CRC-rapport stelt, dat door Paulus het officiële 'leerambt' aan de zusters wordt ontzegd.
Volgens Hommes dacht Paulus bij een 'leerverbod' niet aan het ambt van predikant, omdat er in Paulus' tijd niet door een voorganger werd gepreekt.
Het minderheidsrapport van de CRC stelt dat het hier gaat om afwijzing van het primaat (bevoegdheid om de eerste plaats in te nemen vdB.) van de vrouw.
Holwerda komt tot de conclusie dat (na bestudering van verschillende Griekse woorden) vragen zoals genoemd in 1 Korinthe 14:35 gaan over het gezinsleven en huiselijke omstandigheden.
Hoofdstuk 4 punt 6
Waarom?
Waarom legt Paulus de zusters beperkingen op? De motieven van Paulus zijn uitsluitend te plaatsen in de cultuur van zijn tijd.
- Is het voegzaam dat een vrouw met ongedekt hoofd tot God bidt?
- ... dat, indien een man lang haar draagt dit een schande voor hem is.
- het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente.
Volgens Titus 2:4 en 5 mag er geen aanleiding zijn tot het belasteren van de gemeente. Kunnen wij dit in onze cultuur en in onze tijd omkeren? Wordt de gemeente gelasterd, wanneer de vrouw de weg naar het ambt wordt versperd?
In 1 Korinthe 14:34 baseert Paulus de ondergeschiktheid van de vrouw op de wet. Gaat het Paulus om: a. de strekking van de wet?
b. alles wat Mozes geschreven heeft?
c. Genesis 3:16?
Paulus heeft het in ieder geval niet over een specifieke situatie, want hij zegt, dat het in alle gemeenten zo gaat en dat het een gebod des Heeren is. (1 Korinthe 14:37) In 1 Timotheus 2:13 en 14 grijpt Paulus terug naar de schepping: Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.
Sommigen concluderen uit deze tekst, dat de vrouw niet de boventoon moet voeren en leiding moet geven.
Anderen lezen in deze tekst, dat de vrouw zich rustig en bescheiden moet houden, in gedachten houdend dat zij in Eva als eerste zondigde en als tweede werd geschapen.
De commissie vraagt zich af of er een speciale aanleiding is geweest voor Paulus om in 1 Timotheus 2 zo nadrukkelijk te wijzen op de rol die de vrouw heeft gespeeld bij de zondeval. Zou Paulus dit ook tegen een Priscilla of een Lydia gezegd hebben?
Hoofdstuk 5
Dit hoofdstuk is verdeeld in twee stukken: a. De ontwikkeling van de positie van de vrouw in de kerk na de apostolische tijd en de invloeden daarvan in de maatschappij.
b. De stand van zaken in een aantal kerken in ons land en een aantal buitenlandse kerken, waarmee wij contacten onderhouden.
Punt a is interessant voor historici, maar is niet van wezenlijk belang voor de meningsvorming en eventuele discussie.
De samenvatting van dit punt is derhalve weggelaten.
b. De stand van zaken in een aantal kerken ... etc.
1. Ned. Herv. Kerk: Alle ambten open voor de vrouw.
2. Ger. Kerk (syn.): Het ambt staat open voor belijdende zusters.
3. Chr. Ger. Kerk: Geen sprake van toelating tot enig ambt voor de vrouwen.
4. Ger. Kerk (vrijg.): Geen vrouw in welk ambt dan ook.
5. Die Gereformeerde Kerke in Suid Afrika (Dopperkerk): Geen vrouw in welk ambt dan ook.
6. The Christian Reformed Churches: In 1984: Zusters in het diakenambt toegelaten, maar geen deelname aan de regering van de kerk.
In 1990: De kerk mag de gaven van de vrouw in alle ambten gebruiken.
Over dit laatste besluit is het laatste woord nog niet gesproken.
7. The Orthodox Presbyterian Church: Deze kleine Amerikaanse kerk wijst de mogelijkheid van vrouwelijke ambtsdragers integraal af. Een minderheidsrapport uit deze kerk sluit ouderlingschap voor de vrouw uit, maar aanvaardt dat vrouwelijke diakenen volop
schriftuurlijk verantwoord zijn.
8. Ned. Ger. Kerk: In deze kerk is in ambtelijke praktijk een verschil gegroeid.
Enkele kerken kennen al vrouwelijke ouderlingen, andere hebben alleen het diakenambt voor vrouwen opengesteld en weer andere willen van de vrouw in het ambt absoluut niet weten.
Na ontvangst van de commentaren uit de gemeenten zal de commissie het laatste hoofdstuk: 'Conclusies en Advies' schrijven. Dit zal eerst na 1 juli a.s. een aanvang nemen.
1 Enkele gemeenteleden te Zwolle hebben ten behoeve van de bespreking in de gemeente een samenvatting gemaakt van het studierapport over het diakenambt voor zusters. Op verzoek van de redactie is deze samenvatting beschikbaar gesteld voor publikatie in Opbouw.