Het boek van het leven
1992-03-13
Ps. 69,29; Fil. 4,3 - Jaargang 36
- nummer 6
Een aantal keren kom je het tegen in de Schriften
Openb. 3,5; 13,8 17,8; 20,12.1521,27
Het boek van het leven En je moet er wat voor in die Schriften willen bladeren om een antwoord te vinden op de vraag wat voor een boek dat is en welke namen daarin opgetekend staan.
In het laatste boek uit die Schriften staat in een half vers eigenlijk alles bijeen wat kenmerkend is voor dat boek van het leven:
Openb. 13,8
en hem (het beest) aanbidden zullen allen die op de aarde wonen van wie de naam sinds de grondlegging van de wereld niet geschreven is in het boek van het leven van het lam dat geslacht is.
Openb. 13,8; 21,27
Het leven waaraan dat boek van het leven zijn naam ontleent, is te danken aan een geslacht lam.
Exod. 12,42
Dat leidt de gedachten naar de nacht van de uittocht.
Exod. 12,12.23; Exod. 12,12.23.27.29
Die nacht waarin de HEER door het land Egypte trekt en daar alle eerstgeborenen slaat.
Exod. 12,7.13.22-23
Alle eerstgeborenen behalve die in de huizen waar bloed van een geslacht lam aan de deurposten gestreken is.
Exod. 12,13
De HEER gaat de kinderen van Israël voorbij.
Exod. 12,23.27
De dood gaat hun deur voorbij.
De HEER heeft hen niet bestemd voor de dood.
Maar voor het leven.
Zij zijn niet ten dode opgeschreven.
Jes. 4,3
Maar opgeschreven ten leven.
Hun namen staan ingeschreven in het boek van het leven.
Vandaar die naam van dat boek: het boek van het leven.
De HEER heeft het in de nacht van de uittocht aangelegd.
Als dat zo is, dan valt alles wat de Schriften rondom dat boek vermeIden ineens op zijn plaats. Over het bestaan van dat boek bijvoorbeeld lees je pas voor het eerst na de uittocht.
Exod. 32,4.8; Exod. 32,10
Wanneer Israël de uittocht toeschrijft aan een gegoten kalf en de HEER uit boosheid daarover Israël alsnog wil vernietigen.
Deut. 9,14; 29,20; Exod. 32,10
Alsnog de naam van Israël onder de hemel wil uitwissen om dan maar Mozes tot een groot volk maken.
Exod. 32,11 Exod. 32,32
Mozes komt tussenbeide en ziet liever zijn eigen naam geschrapt uit het boek dat de HEER geschreven heeft.
Maar waar sprake is van het schrappen van namen, hebben we niet te doen met een bestand met namen dat voor eens en voor altijd vastligt.
Ps. 69,20; Ps. 69,29
Een psalmdichter in nood roept over zijn belagers uit: laten zij uit het boek van het leven worden uitgedelgd niet met de rechtvaardigen worden opgeschreven.
En de HEER laat Ezechiël over de leugenprofeten zeggen: Ezech. 13,9 tot de kring van mijn volk zullen zij niet behoren in het boek van het huis Israël niet ingeschreven zijn en in het land Israël niet komen.
Ingeschreven staan in het boek van het leven betekent met andere woorden: behoren tot de kring van het volk van de HEER en leven in het land van zijn belofte.
Het boek van het leven vormt de burgerlijke stand van Israël.
De burgerlijke stand van het volk van de HEER.
Die burgerlijke stand is altijd een momentopname.
1 Sam. 25,29
De bundel van levenden wisselt voortdurend van samenstelling door geboorte en sterven.
Welke namen opgetekend staan in het boek van het leven ligt niet voor eens en voor altijd vast.
Van eeuwigheid tot eeuwigheid. Onherroepelijk.
Integendeel.
Openb. 13,8; 17,8; Mat. 13,35; 25,34
Het boek van het leven is geschreven niet bij, maar sinds de grondlegging van de wereld.
Joh. 17,24; Efez. 1,4; Hebr. 4,3; 9,26
En bij die grondlegging van de wereld moet je denken aan de uittocht uit Egypte.
1 Petr. 1,20
De uittocht is een daad van schepping.
Gen. 1,9
Grond onder de voeten geschoven krijgen waar de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien.
Exod. 14,16.22.29
Een gaan op het droge midden door de zee.
Exod. 14,22.29; 15,8; Ps. 33,6-9
De HEER spreekt en het gestolde water van de Schelfzee staat muurvast.
Openb. 13,8; 17,8
Het boek van het leven is geschreven sinds de grondlegging van de wereld.
Exod. 12,42
Het ontleent zijn naam aan de nacht van de uittocht.
In die nacht is het aangelegd.
Sinds die nacht houdt de HEER een register bij van wie ten leven opgeschreven staan.
Een burgerlijke stand van zijn volk.
Exod. 32,32-33
De HEER houdt het boek van het leven bij.
Ps. 69,29
Hij kan namen schrappen.
Deut. 9,14; 29,20
Namen uitwissen onder de hemel.
Exod. 32,10.33; Exod. 32,4.8
Alsnog ten dode opschrijven wie de uittocht toeschrijven aan een gegoten kalf.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee.
Maar er worden niet enkel namen geschrapt.
Er worden ook voortdurend namen bijgeschreven.
Wat een troost.
1 Tim. 2,4
De HEER wil dat alle mensen behouden worden.
En het aantal witte bladzijden in het boek van het leven is daarop berekend.
Exod. 12,43-44.48
Een vreemdeling die onder Israël verblijft en het pascha wil meevieren wordt niets in de weg gelegd dan zich te laten besnijden.
Exod. 12,48
Want wie zich eenmaal heeft laten besnijden geldt als in het land geboren.
Efez. 2,12
De besnijdenis verleent burgerrecht in Israël aan wie van dat burgerrecht uitgesloten waren.
Ps. 87,5
Van Sion heet het: ieder van hen is in haar geboren.
Ps. 87,6
De HEER telt bij het opschrijven van de volken: deze is daar geboren.
Jes. 4,3
In Jeruzalem ten leven opgeschreven.
Ezech. 13,9
Bijgeschreven in het boek van het leven.
Wie besneden is rekent de HEER tot de kring van zijn volk.
Ps. 87,3
De besnijdenis is een uittreksel uit de burgerlijke stand van de stad van God.
Mag je zo ook de doop niet zien?
Col. 2,11-12
Als de besnijdenis van Christus.
Als een uittreksel uit de burgerlijke stand.
Hebr. 12,22
Niet van het aardse, maar van het hemelse Jeruzalem.
De berg Sion.
De stad van de levende God.
De doop als bewijs van inschrijving in het boek van het leven.
Hebr. 12,23
Een teken van opname in de gemeente van eerstgeborenen die staan ingeschreven in de hemelen.
Een gemeente van eerstgeborenen.
Exod. 12,42
Weer die zinspeling op de nacht van de uittocht.
Exod. 12,12.23; Exod. 12,12.23.27.29
Die nacht waarin de HEER door het land Egypte trekt en daar alle eerstgeborenen slaat.
Exod. 12,7.13.22-23
Alle eerstgeborenen behalve die in de huizen waar bloed van een geslacht lam aan de deurposten gestreken is.
Exod. 4,22
Daar al heet Israël de eerstgeborene van de HEER.
Hebr. 12,23
Een gemeente van enkel eerstgeborenen.
Jes. 4,3
Opgeschreven ten leven.
Hebr. 12,23
Ingeschreven in de hemelen.
Fil. 3,20
Allen die zich hebben laten dopen zijn burgers van een rijk in de hemelen.
Efez. 2,12
Niet langer uitgesloten van burgerrecht in Israël.
Niet meer vreemd aan de beloften.
Niet meer zonder hoop en zonder God in de wereld.
Efez. 2,13
Maar dichtbij gekomen door het bloed van Christus.
1 Cor. 5,7
Want Christus is ons paaslam.
Luc. 9,31
Hij heeft de uittocht volbracht.
Joh. 19,28.30
Die onvoltooide onderneming tot een goed einde gebracht.
Die aloude uittocht uit het huis van de dood vervuld.
Joh. 8,36
Hij maakt ons werkelijk vrij.
Exod. 12,27
Het is om zijn bloed dat de HEER ons spaart.
Openb. 2,11; 20,6.14; 21,8; Exod. 12,13.23
De tweede dood gaat onze deur voorbij.
Als zijn bloed aan onze deurposten gestreken is.
Mat. 10,32
Als wij Hem belijden voor de mensen.
Want dan zal Hij ook onze naam belijden voor zijn Vader in de hemelen.
Openb. 3,5
En die zeker niet uitwissen uit het boek van het leven.
Fil. 4,3
Dan mogen wij ook rustig van elkaar zeggen wat Paulus zegt van zijn medewerkers: dat onze namen staan opgetekend in het boek van het leven.
Dan weten wij ons niet ten dode opgeschreven.
Jes. 4,3
Maar ten leven.
Zelfs in het uur van ons sterven.
Mat. 22,32
Want de HEER is geen God van doden.
Marc. 12,27
Maar van levenden.
Luc. 20,38
Voor Hem leven zij allen.
Openb. 13,8; 17,8
Omdat hun namen opgetekend staan in het boek van het leven.
Openb. 13,8; 21,27
Leven dat te danken is aan een geslacht lam.
Openb. 13,8; 17,8
Het boek van het leven dat geschreven is sinds de grondlegging van de wereld.
Het boek van het leven dat bijgehouden wordt al vanaf de uittocht uit Egypte