Persschouw
1992-03-13
Een overzicht Huisbezoek Een belangrijk onderdeel van de evangelisatie is het huisbezoek. Op het congres van 1947 refereerde prof. C. Veenhof over dit onderwerp. Na gewezen te hebben op het moeilijke van dit werk sprak de hoogleraar over: 1. de bezoekers, 2. de bezochten, 3. het bezoek.- Jaargang 36
- nummer 6
De bezoekers In verband met het onderscheid tussen de bijzondere ambtsdragers en de gelovigen in het ambt van de gelovigen heeft men wel gesteld, aldus Veenhof, dat het bijzondere ambt een taak in de kerk heeft en het gewone ambt buiten de kerk.
"We moeten deze dingen echter geheel anders zien. Wie het over de kerk heeft, heeft het over het vergaderingswerk van Christus. De kerk is zo: de vergaderende Christus èn de mensen die Hij aanvankelijk reeds vergadert.
Christus vergadert, opdat Hij degenen die de Vader Hem gaf met Zich in gemeenschap brengt. Ter bereiking van dat grote doel schakelt Hij nu de aanvankelijk reeds vergaderden in als vergadermiddel. Daartoe zijn alle gelovigen nu geroepen, maar ieder in zijn eigen orde en met zijn eigen mandaat.
Als dan iemand op huisbezoek gaat in het evangelisatiewerk, dan moet hij er goed bij stil staan, dat hij daar komt als lid van Christus' kerk; dat in hem Christus en Zijn kerk daar komen; dat hij in naam van Christus optreedt krachtens deze hem verleende roeping; dat hij draagt het Woord, aan de kerk gegeven.
Men stelt het wel eens zo voor: evangelisatiearbeid zoekt de mensen éérst bij Christus te brengen, dàn bij de kerk. Maar dat is grote nonsens. Want tot Christus kunnen geen mensen gebracht worden dan in en door de kerk. Het is even dwaas als de opmerking: ik ga kinderen ter wereld brengen, en zodra ze er zijn ga ik een moeder er bij zoeken. Zo staat het niet.
God wil niet Vader zijn van iemand, die de kerk niet tot moeder heeft, merkte Calvijn reeds op. Zo komen we dus ook op huisbezoek als kerklid; de kerk is er in en door ons al aanstonds bij."
Wanneer gesproken moet worden over de motieven van de huisbezoekers, dan is het enig juiste motief volgens de hoogleraar: de opdracht van Christus om zijn Koningsheerschappij uit te roepen. Het gaat er om, dat wij zijn getuigen zijn d.w.z. de feiten van zijn werk aan de mensen over brengen.
We zullen dit niet anders kunnen doen dan in de kracht van het geloof.
De bezochten
Zijn het gedoopten, dan zal onze 'aanpak' van die doop u·itmoeten gaan.
Verder zijn er velen, die leven buiten de religie van de levende God. Veenhof stelt, dat het kenmerk van de mens, die de levende God niet dient is, dat hij het zoekt in de kennis van de mens. Dit humanisme gelooft in de wezenlijke goedheid van de mens. De humanist begint bij zichzelf en eindigt bij zichzelf. Het is goed voor de bezoekers allerlei vormen te ontdekken bij de aanhangers van deze wereldbeschouwing.
Er zijn de genieters, de stoere werkers, de bezitters, de heersers, de denkers, de braven, de aantrekkelijke activisten, die veel voor een ander over hebben. Let er op, dat de Schrift deze typen tekent en hoe de Schrift hen aanspreekt.
Het huisbezoek
Over dit punt geeft Veen hof een paar praktische opmerkingen. In de eerste plaats zullen de bezoekers oprecht moeten zijn. Zeg dan maar recht op de man af, dat je gekomen bent om over God en zijn Christus, over zijn dienst te spreken. Natuurlijk wel op gepaste wijze. We zullen moeten oppassen voor verstandelijk geredeneer. Het gaat er niet om iemand 'vast te zetten'.
Wel moeten we proberen aan te tonen de voosheid van de onchristelijke 'levensinstelling.
We zullen moeten spreken over God en zijn Christus. Het gaat om het 'vruchtbaar' maken (1 Thess. 1:8) om het 'verkondigen' (1 Petr. 2:9) om het 'belijden' waarmee bedoeld wordt, dat we zo spreken, dat Christus door ons zichtbaar wordt.
Hierbij aanhakend zegt de hoogleraar dan: "Hier ligt nu het zwakke punt in ons werk. Want aan dit geladen 'belijden' ontbreekt ontzaggelijk veel. Dan kan men wel allerlei evangelisatiewerk prachtig opzetten en het reusachtig organiseren. Maar dat is ten dode gedoemd. Het geheim van onze evangelisatie is het levende geloof der Schriften. Daardoor wordt er ruimte gemaakt voor de voortgang van het Woord Gods in de wereld. Wanneer de evangelisatie opzettelijk op de been gebracht moet worden, omdat het zonder die 'evangelisatie-beweging' niet gebeurt, dan is het mis. Alle 'evangelisatie-beweging' betekent het doodvonnis van de kerk. Maar een levende kerk evangeliseert. Dàt moeten we weer leren verstaan. Kuyper heeft het eens gezegd: als er evangelisatie-centra verrijzen, dan is het mis met de kerk. Laat onze predi kanten genade van God vragen, dat ze het Evangelie weer zich mogen brengen, dat de mensen het niet zouden kunnen harden, als ze niet evangeliseerden.
Want als het zich niet is, blijft alles lapwerk. Dan kan men wel evangelisatie-specialisten krijgen met prachtige organisaties en reusachtige congressen en schitterende centra.
Maar dan gaat het werk dood.
Laten we dan aan het werk gaan, beheerst door één motief, staande in één kracht en met één middel: de liefde van Christus. Laten wij in die geest worstelen om weer waarachtig evangeliserende kerk te worden; d.w.z. om weer doodgewone Christus-belijders te zijn. Want dat is alles, en alles is genoeg.
In dankbare herinnering aan Prof. C. Veenhof, die zo ontzettend veel voor ons betekend heèft, namen wij dit instrueren de artikel over uit de: 'GEREFORMEERDE KERKBODE' voor de (vrijgemaakt) gereformeerde kerken in de noordelijke provincies. Het is van de hand van Ds. S. Cnossen te Ureterp.
Wij kunnen met wat Veenhof gezegd heeft, dacht ik, ook vandaag onze winst doen.
Waar de liefde VAN Christus ons dringt zal de liefde TOT Christus groeien in ons leven en zul/en wij het niet kunnen laten anderen te doen delen in de vreugde, die wij in de verbondenheid met onze Here en Heiland ervaren!
Enschede