Mijn klederen
1992-04-10
Parodie en ernst- Jaargang 36
- nummer 8
Een bundeltje kleding, achteloos neergeworpen op de grond: opmerkelijk stilleven aan de voet van het kruis.
Zijn kleding. Maar niet voor lang meer, want zodra de soldaten klaar zijn met het kruisigen van Jezus, 'ontfermen' zij zich erover. Vlak bij het kruis verdobbelen zij deze onverwachte 'erfenis', zo gaan ze weer een stap verder in hun heidense parodie.
Onder algemene spot stierf de Zoon van God. Eén van de elementen van die spot was zijn naaktheid aan het kruis. Een smaad die de Here diep gevoeld heeft. Het hoorde bij de vloek die Hij moest ondergaan. Ook dit, zijn naakt-zijn. Niets meer aan te hebben.
Naakt te zijn, zoals een Romeins schrijver ons vertelt, als een pasgeboren kind. Zo ging dat met kruiselingen, met misdadigers. Zodat het schriftwoord vervuld werd: Zij hebben mijn klederen onder elkander verdeeld en over mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Een citaat uit Psalm 22.
Hij moest aan den lijve ondervinden wat dat zeggen wil: de Schrift vervuIlen.
Naakte, bittere ernst voor Hem.
Geen bescherming meer
Natuurlijk, die andere twee hingen ook naakt te kijk. En vele kruiselingen waren hen daarin voorgegaan. En inderdaad, David klaagde in Psalm 22 over zijn eigen lijden. Maar Jezusmoest dat lijden vervullen, het volle gewicht ervan dragen, Ja heelde Schrift waarmaken. David kon nog bidden toen hij er naakt en alleen voor stond. Om hulp, om verlossing, om verlichting van zijn lijden, om bescherming.
Maar bij Christus hield God zich verre. Toen verborg God zijn aangezicht voor Hem, opdat Hij zich kon wenden tot David, tot ons.
Daar op Golgotha krijgt Psalm 22 nu zijn fundament. Wordt het fundament gelegd voor iedere gebedsverhoring.
Door dat naakte lijden van Jezus. Zonder enige beschutting wordt Hij blootgesteld aan de hitte van de zon, die inbrandt op zijn huid, aan de pijniging door insekten, die afkomen op zijn open wonden.
Juist daartoe had God ons het kleed geschonken, opdat we bescherming zouden hebben tegen alles wat ons lichamelijk zou kunnen aantasten. Hij moest die bescherming missen, Hem werd alles afgenomen. Geen struiken of bomen om achter te schuilen, geen vijgebiaderen om zich een schort van te maken. Geen bescherming meer.
Geen recht meer
Niet alleen zijn lichaam moest iedere bescherming ontberen, maar ook geestelijk kreeg onze Heiland het zwaar te verduren.
Want Hij moest zich heel die behandeling door de soldaten laten welgevallen, zonder dat iemand zich bekommerde om zijn rechten of zich afvroeg hoe die kruiseling zich daarbij voelde.
Volkomen machteloos en rechteloos geworden.
Enige tijd geleden smaakten wij het 'genoegen' dat we bezoek kregen van het dievengilde. Die namen o.a. al mijn kostuums mee uit mijn kledingkast.
Gelukkig heb ik het niet zien gebeuren, 't was zo al ingrijpend genoeg.
Je voelt je dan niet alleen machteloos, maar ook in je privacy, je persoonlijkheid en - wat ook niet onbelangrijk is - in je rechten aangetast.
Bij Jezus vond de diefstal plaats vlak voor zijn ogen. De soldaten gristen en graaiden in zijn kleding. De 'heren' legden er eenvoudig beslag op. Je kon het zien als 'strafrecht'. Is kruiseling had je niets meer te vertellen. Alleen het lot sprak.
En dat in Israël, zo dicht pij Jeruzalem!
De stad van vrede, de stad van recht, de stad van God. Het lot sprak, God zweeg. Hij, die rechtsverkrachting en willekeur niet gedoogt, zweeg.
Maar zag en hoorde alles. En Johannes noteert: Dit hebben dan de soldaten gedaan.
Geen eer meer
Johannes noteert nog meer: En bij het kruis van Jezus stondenztjn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klopas (waarschijnlijk ook een tante van Jezus) en Maria van Magdala.
Heel kies accentueert hij dat juist deze vrouwen, die Hem toch zo na staan vanuit de familie- en vriendenkring, getuige geweest zijn van het feit dat men Hem iedere bescherming afnam, dat men Hem rechteloos maakte.
Maar ook dat men Hem door zijn naaktheid onteerde. Dat zij bij Hem zijn is niet alleen maar een troost voor Christus geweest.
Integendeel. Het heeft zijn lijden juist verzwaard! Sinds de zondeval van de mens en zijn vrouw rijst de schaamte als een muur tussen man en vrouw, de schaamte maakt de intiemste banden stuk. Ze vluchten weg voor elkaar. Ze komen pas weer bij elkaar als God ze bij elkaar brengt en hen bekleedt met dierenvellen. Er kleeft bloed aan die kleding. Het is dan ook geen kleding om trots op te zijn, maar wel kleding om dankbaar voor te zijn. Door dat kleed maakt God de intieme samenleving van man en vrouw weer mogelijk.
Ja, dat er überhaupt weer gesproken kan worden van samenleven en gebouwd kan worden aan een samenleving is te danken aan die paradijskleding.
Men nam zijn klederen. Daardoor werd elke band met de samenleving doorgesneden. Ook die met zijn moeder: Jezus wees haar dan ook op een van zijn discipelen: vrouw, zie, uw zoon.
Samenvattend
Jezus stierf naakt: zonder bescherming, rechteloos en zonder eer. Om door zijn schande uwen mijn leven een vaste grondslag te geven. Zo, nu moet ik stoppen met deze meditatie.
Niet dat ik niets meer te schrijven heb.
Maar ... mijn zoontje komt binnen. Hij heeft schitterende kleren aan.