Pastorale notitie

1992-04-24
  • Jaargang 36
  • nummer 9
Wacht u voor de man!
De diskussie over de vrouw in het ambt heeft onder ons de vorm aangenomen van een exegetische marathon die nu al zeventien jaar duurt, de behandeling in enkele regio's meegerekend.
Nu loop ik rond met het gevoel dat er onderhuids iets zit, waar we ook met de fijnste en langste naalden van de exegese niet bij kunnen komen. Het zit te diep en het zit er al te lang.
Ik bedoel een meerwaardigheidsgevoel van de man ten opzichte van de vrouw.

Het zit er al te lang.
Ik ontleen enkele gegevens aan het boek 'Tussen heilige en helleveeg' van Auke Jelsma. Een wat robuuste titel maar een rijke vindplaats voor wie geïnformeerd wil worden omtrent de positie van de vrouw in het christendom.
Mannen die dit een wat heikel onderwerp vinden raad ik aan, dit boek buiten het bereik van hun vrouwen te houden.

In de oude kerk bleef de gedachte levendig dat de vrouw bij de opstandig uit de dood getransformeerd zou worden tot man.
Op de nieuwe aarde zouden alle vrouwen mannen zijn geworden. Augustinus - maar dan zijn we al weer enkele eeuwen later - verwierp de gedachte dat de vrouw een onvolmaakte man was!
Voor de vrouwen van toen was deze uitspraak van Augustinus mooi meegenomen maar hij heeft er het gevoel van meerwaarde bij de mannen van zijn tijd niet mee kunnen wegnemen.
De meeste mannen leefden getroost bij de woorden die de Here Jezus volgens het Evangelie van Thomas gesproken zou hebben tot Petrus: "Iedere vrouw die zich tot man maakt, zal het hemelrijk binnen gaan ".
Of de apostel Petrus deze woorden ook onder de aandacht van zijn vrouw heeft durven brengen heb ik in het evangelie van Thomas niet kunnen vinden. Mogelijk vond hij die uitspraak niet eens aantrekkelijk. Ik trouwens ook niet.

Jaren geleden klaagde een hervormde predikante in Trouw dat zij als vrouw nu wel mee mocht praten, maar er werd wel van haar verwacht dat zij een mannelijke rol speelde. Wat zij zei moest naar het oordeel van de mannen zinnig en terzake zijn. Vandaar dat zij zich vaak de zoveelse man in het gezelschap voelde. .
Het gevoel heeft zich ingegraven diep in de krochten van de mannelijke geest, van waaruit het oogmerk invloed uitoefent en slechts een heel enkele keer als een geniepig puistje naar buiten breekt.
Het kan daar eeuwenlang overwinteren.
Je kunt het onder de leden hebben zonder het te weten.
Ik heb het zelf ook, heb ik onlangs ontdekt.
Ik hoorde op een zondag een predikante.
Het was een goede preek, maar het was met tegenzin dat ik dat toegaf.
Toch ben ik eens in mijzelf gaan wroeten want ik heb soms toch een wat bevindelijke aard en ik wilde weten waar die tegenzin vandaan kwam.
En wat ontdekte ik?
Juist, u hebt het al geraden Een heel klein gifgroen stukje 'meerwaardigheidsgevoel.
Tegen mijn wil in mij overgebleven, maar het zat er toch maar.
Natuurlijk heb ik mijzelf stevig aangepakt.
En ik dacht ook dat ik het kwaad met wortel en al had uitgeroeid. Maar de volgende morgen ontspon zich het volgende gesprekje tussen mijn vrouw en mij.
Ik vroeg: "Die predikante van gisteren, zou die getrouwd zijn?"
"Ik dacht van wel", zei mijn vrouw.
"Die preek van haar", vroeg ik, "zou die door haar man gemaakt kunnen zijn?"
Het duurde even voor ik begreep waarom mijn vrouw toen zo vreemd keek.
Nou ja, ik denk toch dat het ingeschapen is.
Dus wacht u voor de man.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief