De nieuwe tijd en wij

1992-04-24
  • Jaargang 36
  • nummer 9
En als dankzij die regels ook ons eigen leven is gericht op liefde, goedheid en recht, dan kan die verbeelding uitgroeien tot echte liefde. Een diepe en intense liefde. Een liefde zo intens, dat, met de woorden van Inyat Khan, die liefdesverhouding met God werkelijker is dan enige andere verhouding.
Zo wordt God een werkelijkheid in ons innerlijke leven. AI onze levensvragen, en alles wat ons overkomt bekijken we dan vanuit die werkelijkheid. Over alle situaties ligt dan de glimlach, de troost, de bemoediging van God.
En in alle mensen, die ons tegemoet treden herkennen wij God, want Hij is alles in allen.( ) Als we zover gegroeid zijn, dan hebben we in zekere zin de leefregels van de bijbel niet meer nodig. Omdat die in ons gegroeide liefde de hoogste maatstaf is.

ds. Hans Stolp 1

Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!

de apostel Paulus, Galaten 1 vers 8

Een ander Evangelie?
In het vorige artikel ging het onder andere over het bekend geworden en geruchtmakende boekje van IKONpastor ds. Stolp. Zo nadrukkelijk ligt in dat boekje het primaat bij de menselijke ervaring dat alles in het licht van die ervaring lijkt te worden geduid. Op die manier kom je kennelijk snel tot een volstrekt eigen interpretatie van allerhande gebeurtenissen in je eigen leven en in dat van anderen om je heen. Op die manier worden, zoals ik dat de vorige keer citeerde, ook zieken en stervenden tot Stolps leermeesters.
Zoiets wordt kennelijk ook een legitieme zaak geacht. Maar tegelijk kom je op een grens in je toekennen van gezag aan de Bijbel! Is dat een boek met unieke 'openbaring'? Of is er nagenoeg niets dat God ook nu, aan ons en onze tijdgenoten, zou kunnen openbaren?
En dat misschien in nog duidelijker vorm?
Bij Stolp blijkt dat laatste heel nadrukkelijk.
Ik geef nog een citaat dat op p. 48 van zijn boek te lezen staat. "Liefde is als een vonk, die ons in brand zet.
Die vonk, die brand, dat is wat de bijbel Heilige Geest noemt. 'Nog veel heb ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen naar de volle waarheid' (Joh. 12:16,17)"
"Dat betekent dus", vervolgt Stolp, "dat wij, bezield met die levende vlam van liefde, meer en verder mogen zien dan de leerlingen van Jezus toen. Het betekent dat de openbaring van God doorgaat, ook na de voltooiing van de bijbel. Het is ook daarom dat ik de verlichtende ervaringen, die in dit boek genoemd worden, serieus neem.
Want het zou goed kunnen zijn, dat de tijd is aangebroken, dat wij nu, na zoveel eeuwen, kunnen zien wat de leerlingen van Jezus toen nog niet dragen konden."
En op dezelfde pagina lees ik ook: "Waarom zou ons onthouden blijven wat de leerlingen van Jezus gegeven werd?"
Die gedachtengang maakt dat ik in het vorige artikel schreef over 'eigendunkelijke' godsdienst; dat was niet als een sneer bedoeld, maar als een puur feitelijke weergave van zaken! In Stolps visie 2 "zou het goed kunnen zijn" - zulke nogal losjes geformuleerde uitspraken treft de lezer geregeld in het boek - dat wij mensen aan het einde van de twintigste eeuw meer 'aan kunnen' dan de eerste generaties gelovigen, de discipelen die apostelen zouden worden. Het treft me steeds opnieuw hoe optimistisch, hoeonçefundeerd optimistisch, Stolp en de zijnen blijken, met hun naïeve evolutionisme, hun geloof in de voortschrijdende geestelijke mogelijkheden van de tegenwoordige mens. Het is zo evident aanwezig. Vooral wij kunnen weten!

Anderzijds is het, wat mij betreft, ook duidelijk dat het afnemende Schriftgezag in diverse kerken hand in hand gaat met een toenemend vertrouwen in eigen 'goddelijke inspiratie'. Er moet een reden voor zijn dat je New Age-Ieringen zo sterk aantreft in Roomskatholieke en in (Syn.) Gereformeerde kring, waar destijds het rapport 'God met ons', over het SChriftgezag, veel stof deed opwaaien. Ik zeg het hier zeer ongaarne, maar eenzelfde ontwikkeling lijkt aanwezig, als we letten op de theologische ontwikkelingsgang van een zo terecht te respekteren man als Dr. Jan Veenhof.
Eerst gepromoveerd op Bavincks inspiratieleer, dan Hoogleraar Dogmatiek aan de VU, (mede)opsteller van dat voornoemde rapport 'God met ons' en de laatste jaren de aanbevelende voorwoorden-schrijver van diverse puur-ketterse boeken ...

De noodzaak van definitie
Het blijkt bij herlezing van Stolps boek elke keer weer nodig om alle termen opnieuw te 'ijken'. Wat bedoelen we met het woordje God? Van welke 'God' geldt de uitspraak: "God blijft Zichzelf onthullen en openbaren aan hen, die Hem hardnekkig zoeken." (48) Is het de God die Zich in Jezus Christus doet kennen, die "nog steeds heel direkt en heel vanzelfsprekend het leven van mensen binnentreedt, zo dat wij Hem met onze zintuigen ervaren kunnen."
(71) Ik meen dat de ervaringen van Mozes en van Elia anders waren. Ik meen dat b.V. 1 Timotheus 6 op dit punt ook heel anders preekt!
Waarom spreekt Stolp in het hierboven geciteerde van Heilige Geest zonder lidwoord 'de'? Waarom wordt de Geest wel met een hoofdletter geschreven en 'Ik' (verwijzend naar de Here Jezus Christus) niet, zoals de geciteerde Bijbelvertaling wel doet?
(Hoe komt het dat de tekstverwijzing in het boek helemaal niet klopt; het is niet Johannes 12:16,17, maar Johannes 16:12,131..) Ik ga nog even door. Hoe moeten we 'de liefde' definiëren, die maakt dat wij "meer en verder mogen zien dan de leerlingen van Jezus toen". Welke 'liefde' is 'onze hoogste maatstaf', zodat we "in zekere zin de leefregels van de bijbel niet meer nodig" hebben?
(46,47) En zo kan ik nog wel even doorgaan! Is het inderdaad juist te stellen dat ook Paulus 'een uittreding' heeft gehad, verwijzend naar 2 Corinthiërs 12? (p. 48) Zijn de gnostieke evangeliën inderdaad "boeken, die dan wel niet in het Nieuwe Testament terecht zijn gekomen, maar die voor zeer velen van de eerste christenen eenzelfde waarde en betekenis hadden als de boeken die wij nu kennen als het Nieuwe Testament."
(61) Is het waar wat van de Gnostiek geschreven staat: "Deze volstrekt eigen en individuele weg naar God stelt hoge eisen aan de mens." Is het waar dat de kerkvader Origenes "ondanks zichzelf koos voor de orthodoxie. Omdat de gnostiek te hoge eisen stelde aan het individu."?
(62,63) Gaat het bij de Gnostiek en het Christelijk geloof inderdaad "in wezen om hetzelfde", "hoewel de terminologieën vaak verschillend zijn." (64) Ik voor mij heb reden zulke stellingen in hoge mate te betwijfelen en zelfs te wantrouwen. Want Stolp is, stellig onder invloed van zijn 'engelen', in feite een vurig pleitbezorger voor de Gnostiek; dat is hij, als ik m'n mening eerlijk mag geven, met vrij weinig kennis van zaken en, erger nog, met ogenschijnlijk eveneens vrij geringe 'integriteit'. Het hele hoofdstuk 5 van het boek, 'een blik in de geschiedenis', komt mijns inziens gevaarlijk dicht bij 'voosheid in geschrifte'.

Wie meent dat ik plezier heb om dit hele betoog van Stolp te zitten ontrafelen miskent mijn motieven. Wie meent dat ik Stolp persoonlijk om dit alles hard wil vallen doet me ook niet recht.
Ik vind niet zo veel reden om Stolp als persoon hard 'aan te pakken', maar meen wel dat hij veel voorzichtiger moet zijn met zijn 'ervaringen'. Ik vrees dat hij geen geluk heeft met zijn engelen; ge.zien hun uitlatingen en hun 'leiding' behoren ze tot de gevallen soort! Het soort dat zich als engelen der verlichting voordoet... De 'doorschijnende, blonde vrouw', de 'oudere man' en de 'lichtende gestalte' waarover hij schrijft in zijn tweede boek Nu de engelen zijn teruggekeerd, moeten eens nader aan de tand gevoeld worden aangaande hun geloof in Jezus Christus. Ik zou persoonlijk maar eens beginnen met de vraagstelling van 1 Johannes vier. Daarop krijg je wel een duidelijk antwoord terug, als je zo'n geest bezweert te antwoorden in de naam van Jezus! Als Stolp in een kort artikel in een verzamelbundel Nieuwe Wegen binnen een Oude Traditie aangeeft dat hij wellicht zich vergist heeft in het te snel menen dat alle verschijningen 'engelen' zijn 3, zou ik eraan willen toevoegen: Ga ook eens na of ze 'uit God zijn', en vooral: 'uit welke God'? ..

Niet de enige
In die mening voel ik me, eerlijk gezegd, gesterkt, als ik 't aanzienlijke dikkere boek 'Vroeger toen ik groot was'. Vergaande herinneringen van Kleine Kinderen ter hand neem. Ook dit boek, geschreven door de Remonstrantse theologe dr. Joanne Klink, gaat over ervaringen, in dit geval de herinneringen aan een ander leven, die kleine kinderen in diverse delen van de wereld zouden hebben gehad.
Het boek is in 1990 verschenen bij Ten Have in Baarn. (Ook al! Datzelfde geldt immers voor de boeken van Stolp, voor New Age-achtige 'sirenenzangen' als Aleid Schilders Van Paradijs naar Koninkrijk, over schuld, karma en genade, 1991, en voor verzamelbundels als het al aangehaalde Nieuwe Wegen binnen een oude Traditie, eveneens uit 1991).

In Klinks boek leggen we een inmiddels bekend trajekt af: we beginnen met (overigens hoogst opmerkelijke) ervaringen van kinderen onder de vijf jaar. En we eindigen met zeer 'religieuze', zeer 'spirituele' en - vanuit klassiek-Christelijk standpunt bekeken - zeer 'ketterse' noties ...
Het eerste dat ik over die ervaringen zou willen opmerken is dat de lezer een aantal op zich moeilijk verifieerbare getuigenissen voorgeschoteld krijgt. Van daaruit wordt de lezer op een tocht meegenomen, die ook in de buurt van de Gnostiek eindigt. Dr. Klink doet zich in dit boek niet meer als een 'vrijzinnige' theologe kennen.
Welnee, ze lijkt een zeer 'orthodoxe' gelovige te zijn geworden, de devote aanhangster van een leer echter, die je geen Evangelie meer kan noemen!
Helaas, ook zij!

Het boek begint met de ervaringen van kinderen. Op p. 85 van het boek lees ik de (kennelijk retorische) vraag: "Of zijn de kinderen dan toch ook weer onze leermeesters?" Zijn bij Stolp de zieken en stervenden de leermeesters, bij Joanne Klink zijn het dus de kleine kinderen. Welnu, ervaringen van kinderen in vele vormen.
Een Zweeds meisje van twee jaar wil steeds naar Amsterdam, waar ze eens heeft gewoond als Anne Frank! (p. 85) ,,'Kario, loop niet zo te springen!', riep de moeder, waarop het kind antwoordde: 'Ik heet niet Karlo. Ik heet Anne, Anne Frank.' " Ze vertelde daarna over haar leven in Amsterdam.
Met vijf jaar schreef ze haar eerste gedachten en met zes jaar haar eerste boek. Toen ze tien was, ging ze met haar ouders per trein naar Amsterdam.
Vandaar voerde ze haar ouders rechtstreeks naar het Anne Frankhuis en voelde zich daar misselijk en beroerd.

Op dezelfde bladzijde staat het verhaal van een kind van drie, dat in de auto een gesprek aanhoort dat haar ouders hebben over 'oud worden'.
,,'Wat is eigenlijk oud worden?', vroeg ze. Toen haar dat uitgelegd werd, zei ze: ,Ik ben niet oud geworden.' - '0 nee? Hoe oud dan wel?' - 'Zes jaar', zei ze." Ze vertelde dat ze op die leeftijd verdronken was.
De ouder die dat vertelt zegt vervolgens: "Een paar jaar later begon ik me te interesseren voor reïncarnatie. Pas toen !-reeg ik de ingeving dat ze misschien over een vorig leven gesproken had."

Zulke verhalen lezen we een heel boek lang. De mogelijkheid om een en ander te verifiëren ontbreekt. Een aantal van de voorbeelden is ontleend aan een boek van de Amerikaanse Helen Wambach, die daar bekend staat als een vurig gelovige in reïncarnatie.
Een erkend deskundige als de Amerikaan Mark Albrecht, die een kritisch boek daarover schreef vanuit een Evangelische overtuiging, merkt over Wambach onder andere op: "Als men Wambachs persoonlijke geestelijke ervaringen en loyaliteit als ook haar technieken beoordeelt, moet men tot de konklusie komen dat haar onderzoek verre van wetenschappelijk is. Het kan een geloof in de geldigheid van reïncarnatie niet echt ondersteunen."
De on-verifieerbaarheid en de vooringenomenheid van de gegeven voorbeelden in Klinks boek maken het een toer om tot een onafhankelijk oordeel te komen. (Het is interessant dat ze in haar literatuurlijst ook alleen titels lijkt op te nemen die haar standpunt ondersteunen!
Zo ontbreekt elke vermelding van het wellicht meest gezaghebbende boek met 'case studies' op dit terrein, het boek van lan Stevenson, Twenty Cases suggestive of Reincarnation.
Waren de voorzichtige en behoedzame konklusies van de wetenschapsbeoefenaar Stevenson haar onbekend?)

Maar vooral de konklusies zijn interessant.
Het hele boek leidt ons naar de aanvaarding van gnostieke thema's.
Een van de kinderen zegt: "Ik denk dat het licht in ons is. Dat denk ik. Ja, de Licht-meneer God binnen in ons maakt dat wij de Licht-meneer buiten ons kunnen zien." (130) En ouderen zeggen: "Juist door de hoge moed om de geest in de materie te brengen, raakte de mens in de materie het zicht op de geest bijna kwijt. Dat is eeuwen en eeuwen zo gegaan. Nu, in deze en de komende tijd komt er massaal een bewustzijn naar de geestelijke gebieden toe." Een fraaie uitspraak over 'New Age', uit de mond van Zohra Bertrand, die wellicht het meest bekende Nederlandse spiritistisch medium is, bekend van het zgn. 'chanelen', als een geest rechtstreeks een boodschap aan de mensheid geeft.
Ik hoor uit dezelfde 'spreekbuis' dat mongoloïde kinderen 'vaak oude zielen' zijn en dat "genenmanipulatie resoluut wordt afgewezen vanuit de goddelijke wereld." (beide op p. 151) In de loop van het boek komen ook andere okkulte hotemetoten voor het voetlicht. Steeds weer gaat het om 'de innerlijke God'. Ik lees de mededeling dat we als mensheid "voor een beslissend keerpunt staan. Eigenlijk beleven we op aarde al de weeën van een geboorte van de mensheid zoals deze oorspronkelijk door God bedoeld is.
Het vrederijk komt niet pas over duizenden jaren, maar 'binnen jullie generatie' ". (161) Het gaat om een "nog veel grootser gebeuren", "het einde van een kosmische cyclus". We komen "in een hogere frekwentie, wellicht een plotseling gebeuren waarbij we uit de materie-sfeer in de 'vierde dimensie' komen, maar op de aarde".
(Dat verhaal over het einde van een kosmische cyclus is uiteraard een orthodox Hindoe-geluid! Het gepraat over 'de vierde dimensie' vernam ik ook bij de bijeenkomst aan de voet van de piramiden van Gizah ...)

Tenslotte
Tenslotte moet nog uit Klinks boek worden vermeld dat bij die grandioze redding van de aarde 'van hogerhand' ingegrepen wordt, dat "vanuit de hele kosmos, onder leiding van de hemelse hiërarchie, een plan van redding (is) getreden." (p. 161) AI tevoren is gesproken over "contact met de broeders in de kosmos", zij het met een vraagteken erachter. Daarover spreekt ze naar aanleiding van de uitspraken-onder-hypnose van sommigen in Helen Wambachs zgn.
'regressie-therapie': "Mijn opgave is om andere zielen door de tijd van overgang te helpen, van een materiele naar een kosmische cultuur." "Mijn doel in deze levenstijd is het om contact met de broeders in de kosmos op te nemen ..." (159) Velen van die mensen die deze boodschap brengen, hebben, volgens een door Klink geciteerde onderzoeker "zeer veel overeenkomsten", "zelfs lichamelijke, zoals een uitzonderlijke bloedgroep ( ). Velen (of bijna allen?) hebben als vijfjarig kind een verschijning gezien van een bovenaards of buitenaards wezen dat hen kwam geruststellen en verzekeren van hulp en leiding tijdens hun aardse opdracht." (159). De zgn. 'star people' hebben allemaal te maken gehad met 'bovennatuurlijke leiding'. 'De broeders in de kosmos' hebben dus al lang gele~en kontakt gezocht! Maar als dat het geval is, of kan zijn, hoe weten we dan zeker dat de kinderen die Klink aan het woord laat ook 'kosjere' kinderen zijn? Hoe weten we dat ze niet over ervaringen spreken, die hen zijn ingefluisterd? En door welke geestelijke wezens zijn die dan ingefluisterd?

Laten we dus ook met grote voorzichtigheid omgaan met de inspiratiebronnen van Joanne Klink. Laten wij "ons hart versterken" om "onberispelijk te zijn in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst van onze Here Jezus met al zijn heiligen." (1 Thessalonicenzen 3:13) Laten we daarom ook, uit verlangen om onze eeuwige Liefdesrelatie met de Here te behouden, grote afstand houden van de demonen die Joanne Klink nog eens op aarde hoopt te zien 'landen' ...

Noten
1 Hans Stolp. Dichterbij dan Ooit... over verlichtende ervaringen. Ten Have. Baarn.
1989. pp. 46,47.
2 Naar ik heb horen verluiden, is Stolp bezig op een aantal punten zijn visie te herzien. Als dat bericht juist is, zou ik me daarover verheugen.
Ook in dat geval echter is er reden om zijn (wellicht door hemzelf inmiddels verlaten) standpunten, zoals ze in druk aanwezig zijn, kritisch te blijven volgen.
3 red. Jurjen Beumer. Nieuwe wegen binnen een oude traditie. Ten Have. Baarn. 1991. pp. 52,53.
4 Mark Albrecht. Reincarnation. A Christian Critique of a New Age Doctrine. IVP. Downers Grove. 111.USA. 1982. p. 56.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief