Voor de kinderen
1992-04-24
Post uit Rwanda- Jaargang 36
- nummer 9
Oma is zoek Oma is de baas in huis. Natuurlijk! Zij is de oudste en opa is allang gestorven.
Nathan heeft opa nooit gekend, zo lang is dat al geleden. AI sinds hij zich kan herinneren is oma de baas in huis.
Wat zij zegt gebeurt. Moeder moppert er wel eens over dat vader meer naar oma luistert dan naar haar. En Nathan moppert er ook wel eens over want oma is streng en ze merkt alles, alles.
Misschien komt dat omdat ze al heel oud is en heel veel jaren heeft kunnen oefenen. Want ze ziet niks, geen koe, geen huis, geen boom, niks. Oma is helemaal blind. "Weet u helemaal niet hoe ik er uit zie?" vroeg Nathan op een keer. Oma zat buiten op een mat, haar rug tegen de muur van het lemen huis de benen recht voor zich uit.
"Nee, antwoordde ze. Ik weet niet hoe jij eruit ziet, maar ik weet wel hoe je vader eruit zag toen hij zo oud was als jij en zo ben jij vasfook. Net zo groot en sterk en net zo ondeugend." "En weet u dan wel hoe moeder er uit ziet?" "Natuurlijk - zei oma - zo lang ben ik nog niet blind hoor." "Is het erg om blind te zijn?" vroeg Nathan weer.
"Ja, zei oma, maar gelukkig ben ik een oude vrouwen nu heb ik een boel ogen die voor me kunnen kijken. Vooruit kleintje, ga jij mijn pijpje eens uit het huis halen, gauw." En Nathan ging het huis binnen om te zoeken. Die oma, ze had altijd wel een werkje voor hem en hij hoefde niet te proberen om stilletjes langs haar heen te glippen, ze merkt alles.
Maar nu is oma zoek. Het is toch zo gek en zo stil in huis. Moeder loopt maar heen en weer. Ze vergeet de bonen uit te zoeken, ze morst water op de grond, ze loopt elke keer van binnen naar buiten en van buiten naar binnen. Nathan voelt zich ook al zo raar. Dat hij oma zo missen zou! En er komen voortdurend mensen. "Is oma er al weer?" vragen ze. Oma is zoek en dat terwijl ze al jaren en jaren nooit verder dan 10 passen van het huis is geweest! Ze is vertrokken in een grote auto, en ze leek zo klein en zo zwak, helemaal niet oma die de baas is.
Het kwam zo.
Op een dag kwam vader thuis uit het ziekenhuis waar hij werkt. Hij was helemaal vrolijk. "Luister eens moeder"
zei hij onmiddellijk bij het binnenkomen.
"Sinds wanneer zeggen wij niet meer goedendag?" antwoordde oma onmiddellijk. Vader zei netjes goedendag en ging toen gauw verder "Er komt morgen een ogenteam."
"Een wat?" vroeg oma "Een ogenteam, mensen die ogen kunnen opereren. Sommige mensen die blind zijn kunnen weer zien na zo'n operatie.
Ik denk dat uw ogen beter gemaakt kunnen worden moeder. Stel u eens voor" "Echt, echt?" vroeg moeder verbaasd. Oma zweeg, ze dacht na.
"Is het niet te duur?" vroeg ze toen "Kost niks!" riep vader. "Het eerste oog is gratis. Als het goed lukt en je wilt het andere oog ook, dan betaal je een beetje." "Nou nou" zei oma alleen maar. En ja hoor, de volgende dag kwam het ogenteam. Ze hadden een mooie auto met allemaal letters erop en ze bekeken oma's ogen. "U kunt weer zien hoor" zei de dokter "We nemen u mee naar Kigali, naar ons ziekenhuis en we brengen u weer terug als u genezen bent. Goed?"
"Goed" zei oma en moeder en vader die erbij stonden knikten blij. Stel je voor zeg, eerst ben je blind dan kun je weer zien! En zo kwam het dat oma voor het eerst van haar leven in een auto reed en voor het eerst van haar leven verder van huis kwam dan de marktplaats. Maar het gekke is, ze kwam niet terug. Vader zat die avond voor het huis op de grond toen het allang helemaal donker was. "Kom nou, zei moeder zachtjes, ze kan toch niet in één dag genezen zijn. En de auto rijdt toch zeker niet in het donker?"
En toen ging vader naar binnen. Ze wachtten twee drie vier dagen en maar steeds kwam oma niet terug.
Een week is ze al weg. En iedereen is van de kaart. Vader gaat wel naar zijn werk maar hij heeft er zijn hoofd niet bij, en moeder kookt de gekste dingen, elke keer vergeet ze wat of doet ze verkeerde dingen in het eten. Dan zegt vader "Zo gaat het niet langer. Ik ga naar Kigali. Zo lang ik leef ben ik nog nooit een dag bij oma weg geweest.
We hadden haar nooit alleen moeten laten gaan. Een van ons had mee gemoeten."
Moeder knikt. "Wie zorgt er voor haar in dat ziekenhuis" zegt ze zachtjes "misschien hebben ze haar geen eten gegeven, misschien is ze wel.." "Ik ga morgen" zegt vader. Met driftige passen loopt hij het huis uit om van iemand geld te lenen voor de taxi naar de stad. Twee dagen later is hij terug. Maar hij heeft oma niet gevonden.
Hele dagen heeft hij de stad rondgelopen, overal heeft hij gevraagd naar het ogenziekenhuis en niemand wist waar het was. Oma is weg, helemaal verdwenen.
Nu zit Nathan op oma's plekje tegen de muur van het huis. Hij doet zijn ogen dicht en probeert te horen wat er om hem heen gebeurt. Moeilijk is dat.
Hij snapt niet hoe oma zoveel horen kan. Ach ach die oma, waar zou ze toch zijn. Nu is het al drie weken geleden dat ze vertrok. De hoofadokter in het ziekenhuis heeft zelfs al een brief geschreven naar de ogendokters. Wat hebben die toch met oma gedaan? Ze heeft niet eens haar pijpje bij zich en dat rookt ze zo graag. Er komt een auto de heuvel op. Nathan spitst zijn oren. Is het de auto van het ziekenhuis, nee hij klinkt een beetje anders.
Nathan gaat staan, hij tuurt naar de weg die van beneden de heuvel opkronkelt.
Een grote witte auto schittert in de zon. "Mammaaa" joelt Nathan.
Moeder komt naar buiten rennen, samen kijken ze vol spanning. De auto stopt verschillende keren om mensen uit te laten maar rijdt dan steeds verder omhoog. Ja hoor, hij komt naar hen toe, ja hoor daar is oma! Een man in een witte jas helpt oma de auto uit.
Moeder valt haar om de hals en oma valt bijna om. Ze is zo klein geworden en zo dun. "Oma kunt u zien?" roept Nathan. Kijk nou, oma draait haar hoofd naar hem toe, ze kijkt naar hem, ja echt. En dan glijdt er een traan over haar wang. "Je bent precies je vader"
zegt ze en schudt het hoofd. Daar komt vader al aanrennen. Hij begroet oma ook, maar dan keert hij zich naar de man met de witte jas. "Wat hebben jullie toch met haar gedaan?" De man kijkt verbaasd "Bent u niet blij?"
vraagt hij. "Jawel, maar we wisten helemaal niet waar ze was" zegt vader.
"We hebben toch een brief gestuurd, afgegeven zelfs" zegt de man "U wist toch dat het zo lang zou duren en u kon toch ook weten waar ze was?" Vader is verbaasd. Waar is die brief dan gebleven? Heeft iemand vergeten die door te geven? Hij kan het zich niet voorstellen. De auto moet weer terug. "Tot ziens, zegt de man met de jas, over een paar maanden komen we weer als u dan het andere oog wilt laten helpen, dat kan hoor."
Oma knikt en groet. Dan loopt ze met kleine stapjes naar het huis en gaat op de grond zitten op haar vertrouwde plekje. Ze ademt diep en kijkt in het rond. Vader en moeder en Nathan staan er stilletjes bij, ze weten niet wat ze zeggen moeten "Heel mooi, zegt oma dan, heel mooi, maar dat andere oog, dat hoeft niet hoor. Van nu af blijf ik hier, bij jullie. Nathan, kleintje, zoek jij mijn pijpje eens op." Nathan lacht en hij duikt het huis binnen. Gelukkig, oma is er weer.