Boekbespreking
1992-05-08
Tot alle rijkdom van een volledig inzicht- Jaargang 36
- nummer 10
Dr. A.N. Hendriks; 'Tot alle rijkdom van een volledig inzicht' - Meditatieve Schriftstudies over gedeelten uit het Nieuwe Testament - Uitgeverij van den Berg te Kampen -157 pag. f 26,50.
Deze Schriftstudies vinden hun oorsprong in de wekelijkse voorbereiding op de bediening van het Woord in de samenkomst van de gemeente, aldus de auteur in zijn 'Woord Vooraf'. De titel van het boek is ontleend aan Col.
2:2. De bekende predikant uit Amersfoort gaat op een verantwoorde wijze met de H. Schrift om en besteedt in zijn exegese aandacht aan het detail in de tekst en brengt zo de boodschap van het evangelie heel dicht bij zijn lezers. Over verschillende Bijbelgedeelten worden treffende opmerkingen gemaakt. Als het gaat over de eerste Kerstpreek (Lukas 2:8-12) wordt de positie van de herders goed verwoord en het volle aksent gelegd op de bevrijdende komst van de Redder Christus.
Om een ander voorbeeld te noemen: Wanneer Dr. Hendriks handelt over de opgestane Heer en Maria Magdalena (Joh. 20:14-17) wordt terecht aangegeven, dat aanvankelijk helemaal geen stem in Jeruzalem klonk. H.J. Schilder begon eens een Paaspreek met de zin: "Daar juicht geen toon, daar klinkt geen stem, het is stil in gans Jeruzalem". Bij de opklimmende lijn in de heilsfeiten moet ik altijd denken aan het woord van B. Holwerda: "Kerst, Pasen en Pinksteren, deze drie, maar de meeste van deze is Pinksteren". Het ingrijpende gebeuren van de kruisiging van Jezus wordt uitstekend getekend (p. 52 e.v.).
Ook werd ik bijzonder aangesproken door de kanttekening, die Hendriks plaatst bij 2 Kor. 5:20, 21 en door het citaat, dat hij in dat kader aanreikt: "De vergeving van de zonden wordt nooit een star, objectief bezit van de gemeente. Zij wordt steeds opnieuw geschonken in het levende Verbondsverkeer met God en door bemiddeling van het ambtelijke werk" (p. 111/112).
Wat de kritiek betreft dit: In de schets n.a.v. Joh. 1:29-34 wordt te weinig ingegaan op de draagwijdte van de term: de zonde der wereld. N.a.v. Joh.
3:3-8 had moeten vermeld worden, dat Nicodemus discipel van de Heiland geworden is (zie Joh. 7:50-52 en Joh. 19:39). Bij de uitleg van Matth. 22:1-14 wordt een sterke nadruk gelegd op het verkiezend welbehagen van God, maar niet verwezen naar de definitieve selektie op de jongste dag. Bij de uiteindelijke schifting straks zullen er weinig uitverkorenen blijken te zijn in verhouding tot de velen, die werden geroepen. We zijn overigens blij met de verschijning van dit geschrift, dat aanspreekt. Daarom bevelen we het van harte aan!