Boekbespreking

1992-05-22
  • Jaargang 36
  • nummer 11
Volwassenheid in leer en leven
P. NIEMEIJER: 'VOLWASSENHEID IN LEER EN LEVEN' - Uitgeverij: Woord en Wereld - cahier no. 14- Ermelo-
1991- 79 pag. - , 13,95.

Ds. P. Niemeijer, (vrijgemaakt) geref. predikant te Dordrecht, biedt in dit geschrift een bewerking van artikelen, die eerder werden gepubliceerd in het: 'Gereformeerd Kerkblad voor Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg'. De auteur handelt eerst over de mondigheid.
Hij schermt terecht de christelijke mondigheid scherp af tegen de moderne mondigheid. De christelijke mondigheid staat nl. haaks op het hedendaagse autonomie-denken. Voor de nadere bepaling van de christelijke mondigheid ontleent Niemeijer zijn gegevens aan het N.T. getuigenis. Een citaat: "Paulus leert ons in Fil. 1 niet, dat er een heel groot deel van ons leven is, waar wij maar zèlf moeten bepalen waar we onze grenzen leggen.
Wij moeten zelf geen grenzen leggen. We moeten onderscheiden waar ze liggen. Waar ze door God gelegd zijn!" (p. 35) Daarvoor hebben we fijngevoeligheid nodig om te "onderkennen wat de wil van God is" (Rom. 12:2).
De christelijke tolerantie - heel wat anders dan indifferentisme - wordt getypeerd als genormeerde verdraagzaamheid.
Hier raken wij aan de funktionering van de gemeenschap der heiligen. In dit kader worden veel goede opmerkingen door de schrijver gemaakt. De leiding in de gemeente, zo stelt onze Zuid-Hollandse kollega, is toevertrouwd aan de ambtsdragers.
"De pers heeft daarbij vergeleken een bescheiden plaats" (p. 41). Volledig akkoord! Was dat maar meer bedacht in de zestiger jaren!
Wanneer Ds. Niemeijer het heeft over die zestiger jaren gaan onze denkwegen hélaas uiteen. Hij schrijft in dit verband: "Alle verhalen over mogelijke foute procedures en (al of niet vermeend) liefdeloos optreden, kunnen niet verdoezelen, dat het toen uiteindelijk ging om het bewaren van de ware en volkomen leer van de verlossing en om het afwijzen van onschriftuurlijke tolerantie tegenover dwaalleer" (p. 43). Nog steeds dus het principe: het doel heiligt de middelen.
Niemeijer peilt in de verste verte niet wat het voor dienaren van het Woord in die dagen betekend heeft, dat zij zich hun ambt zagen ontnomen terwijl tevens betuigd werd, dat zij trouw waren aan Schrift en belijdenis. Het heeft levens geruïneerd. Ik zou hier nog veel over kunnen schrijven mee in verband met de diskussie, die steeds weer nieuwe impulsen krijgt. Maar dat zou de perken van een boekbespreking ver te buiten gaan. De HERE geve, dat men van vrijgemaakte kant bereid blijkt heel de besluitvorming :opnieuw te bekijken en te toetsen.
.Alleen zó zal er, naar ik meen, over de hele nederlands gereformeerde linie sprake kunnen zijn van werkelijk eenheidsperspektief!
Dit wil niet zeggen, dat er niet veel in dit boekje te lezen valt waarmee wij onze hartelijke instemming kunnen betuigen. Het betoog van de Dordtse pastor is doorwrocht. Er wordt verhoudingsgewijs wel veel geciteerd uit geschriften uit eigen kring, maar dat houdt niet in, dat het geheel geen nadere overweging verdient. Blij ben ik in het bijzonder met deze zin: "Als het in heel de leer van de kerk om de belijdenis van de Christus gaat, zal ook alle prediking Christus-prediking moeten zijn." (p. 69) Volkomen mee eens! In zijn totaliteit kan ik dit boekje ter lezing aanbevelen!

O. Mooiweer, Enschede

Verstand van computers
Dit is de titel van een cahier, dat door zeven schrijvers vanuit natuurkundige, filosofische, wiskundige, fysische, economische en informatic;a invalshoek werd geschreven.
De schrijvers hebben 'ook'verstand van computers en gaan ieder op geheel eigen wijze na of de computer 'ook' verstand heeft. Het boekje probeert zo een antwoord te geven op de vraag in hoeverre de computer de mens naar de kroon steekt op het terrein waar hij zich uniek waant, namelijk zijn denkvermogen.
In het hoofdstuk over het denkvermogen van computers wordt de parallel getrokken tussen enerzijds de mens die door God geschapen is en uit dien hoofde niet gezien kan worden als een zelfstandig en autonoom wezen en anderzijds de computer als schepping van de mens waardoor zijn bestemming afhankelijk is van het gebruik door de mens.
Over de grenzen van de computer is ook een humoristisch getint taalkundig hoofdstuk gewijd, getiteld 'verstaat de computer wat hij leest?'. In het gedeelte over creativiteit wordt gesproken over verantwoordelijkheidsbesef en kritisch vermogen van de computer ten aanzien van kunstzinnige output, in vergelijking met Genesis 1 waar de Schepper zei: "Zie, het was zeer goed". Daarmee doelde God zowel op de praktische bruikbaarheid van Zijn Schepping als op de daarmee gepaard gaande schoonheid ervan.
Bij het lezen van het hoofdstuk 'kennissystemen in de praktijk' vroeg ik me af of een vertaalcomputer ooit in staat zal zijn de Bijbel te vertalen of dat het nooit verder zal kunnen komen .dan een geautomatiseerd woordenboek.
Het gedeelte 'mens en computer' trekt een aantal bijbelse gegevens door naar de tijd van vandaag. Van de eerste technische ontwikkelingen in Genesis (alle uitvinders komen uit het geslacht van Kaïn) tot de gevolgen van automatisering in verband met privacy en werkloosheid .
Het aardige van dit boekje is, dat de benadering van het door velen van ons dagelijks gebruikte stuk gereedschap, het fenomeen computer, geheel anders is dan wat we in handleidingen, advertenties en lektuur tegen plegen te komen.
Het 56 pagina's tellend boekje is innemend, helder en bondig geschreven en mede daardoor het lezen de moeite waard.

N.a.v. Cahier nummer 15, Christelijk Studiecentrum JCS: "Verstand van computers"
Uitgave: Buijten & Schipperheijn, Amsterdam
Auteurs: dr. A.J.J. Bos, drs. ing. J. Keegstra, dr. ir. M. Kok, drs. R. Mudde, prof. dr. G. Nienhuis, drs. P. van Oostrum, drs. H. Weigand.

E.R. de Haan, Den Helder

Verhalen uit de tweede hand
Oorlogsromans zijn er in vele gedaanten.
Uit de Nederlandse literatuur zijn de boeken over de Tweede Wereldoorlog niet meer weg te denken. Iedere zichzelf respecterende auteur heeft wel een boek over de oorlog geschreven. Een bijzondere plaats nemen de boeken in waarin de auteurs hun eigen belevenissen uit de oorlog beschreven. Marga Minco en Floris Bakels bijvoorbeeld zijn auteurs die je niet onberoerd kunt lezen.
Onlangs verscheen er een korte roman van Carl Friedman, Tralievader.
Carl Friedman is geboren in 1952 en dit boek is haar debuut. Het hele boek draait om haar vader, die tijdens de oorlog in Duitse kampen verbleef. Zijn kampervaringen drukten een zeer zwaar stempel op het gezin Friedman.
"Meestal laat hij voor het gemak het verleden deelwoord weg. Dan zegt hij "Ik heb kamp", alsof de toestand voortduurt. En eigenlijk is dat ook zo.
Hij heeft nog steeds kamp, vooral in zijn gezicht. Niet zozeer in zijn neus of in zijn oren, hoewel die er groot genoeg voor zijn, maar in zijn ogen."
Het boek bestaat uit een groot aantal kleine hoofdstukjes. In elk van die hoofdstukjes is vader aanwezig, vaak niet lijfelijk, maar wel in de belevingswereld van zijn dochter en zoons. Bij alles wat ze doen, of ze nu op straat spelen of op school zitten, overal duikt het kampverleden van vader op. De kinderen willen zelf ook ervaren wat 'kamp' is: "Max drinkt uit een plas. Hij ligt voorover in de modder en zuigt door een rietje bruin water op. "Waar smaakt het naar?" vragen wij ongeduldig.
Maar hij sluit hooghartig zijn ogen en gaat door met zuigen. (...) Wij moeten naar binnen toe, ook Simon en ik, die nog helemaal niet aan de beurt zijn gekomen om te proeven. 's Avonds klaagt Max over misselijkheid.
Hij houdt zijn buik vast en kreunt: "Ik heb regenwormen ingeslikt, ik voel ze kruipen!" Kamp krijg je niet door uit plassen te drinken. Je krijgt geen kamp wanneer je buiten speelt zonder jas aan of wanneer je nooit je handen wast."
Doordat vader anders is, is ook moeder anders. En doordat zij allebei anders zijn, zijn de kinderen ook anders.
Thuis merken ze dat niet, maar op school en bij vriendjes en vriendinnetjes wel. Het hoofdstukje Eichmann begint als volgt: "Wat een rare vader heb jij", giechelt Nellie. Zij kijkt mij vragend aan, maar ik ontwijk haar blik.
Wat kan ik zeggen? Zij weet niets van honger of van de SS. Woorden als barak, latrine of crematorium hebben voor haar geen betekenis. Zij spreekt een andere taal. De vader van Nellie heeft geen kamp, hij heeft een fiets waarop hij naar de fabriek rijdt, met een doos boterhammen onder de snelbinder."
De kinderen raken een groot deel van hun jeugdige onbevangenheid kwijt, ze zijn, hoe jong ook, vertrouwd met gruwelijkheden die ze maar amper begrijpen. Zorgeloos genieten van lekker eten - "Jullie hebben het te goed" - of een wandeling in het bos is er niet bij. Op een dag gaan de kinderen met vader in zijn nieuwe auto (geen Opel: "vader koopt geen Duitse spullen") een eindje rijden. Wanneer ze bij een bos komen mindert vader vaart. Hij merkt op dat het een mooi bos is. Wij knikken. Hij klakt met zijn tong. "Mooi bos om in te vluchten. Zo dicht en diep. Hier vinden ze je nooit, geen schijn van kans." Hij stapt uit.
Wij blijven zitten en kijken hoe hij over de greppel springt. Dan slokt het bos hem op. "Wat gaat hij doen?" vraagt Simon zich zenuwachtig af. "Gewoon", zeg ik, "even een beetje vluchten."
Het boek behandelt een loodzwaar thema, maar de stijl lijdt daar geen moment onder. De onbevangenheid van de jeugd mag de kinderen dan ontnomen zijn, de verteltrant is zeer luchtig en vaak naïef. Dat maakt het boek zeer leesbaar. Hoewel het leed van iedere pagina oprijst, wordt Friedman nergens larmoyant; de valkuil van de sentimentaliteit waar menige schrijver van dit soort boeken in rondplast, weet zij steeds te vermijden. Dit op zichzelf is al een compliment waard.
Het boek lijkt te onderstrepen dat oorlogsleed niet beperkt blijft tot de slachtoffers zelf. Ook de verwanten krijgen te maken met het leed hun vader aangedaan. Wat ook opvalt is de manier waarop vader kritische vragen van zijn kinderen beantwoordt. Eén van de kinderen stelt vader de 'Auswitsch-vraag': Als God bestaat, waarom heeft hij dan niets gedaan?
Mijn vader, die klaar is met eten, steekt een sigaret op. "Hoe bedoel je?" vraagt hij, terwijl hij rook door zijn neusgaten blaast. "Hij had de treinen toch kunnen tegenhouden? Hij had het kamp toch met één vinger omver kunnen duwen? Waarom heeft hij jullie niet geholpen?"
"God is geen klusjesman", glimlacht mijn vader. "Stel je voor dat Hij ons allemaal op onze wenken zou bedienen, een mooie boel zou dat zijn!"
"Ben je niet kwaad op hem?"
"Af en toe."
"Maar je blijft in hem geloven?"
"Zo zou je het kunnen noemen."
De vader heeft als eerstelijnslachtoffer minder moeite met zijn geloof in God dan zijn kinderen, die hem nog dagelijks zien lijden en ook zelf gebukt gaan onder wat hun vader werd aangedaan.
De spanning tussen de liefde voor haar vader en de onmogelijkheid voor haar om zijn verleden te doorgronden, loopt als een rode draad door de jeugd van de hoofdpersoon heen. Deze spanning is het ook die het boek zo de moeite waard maakt. Als ik U een goede raad mag geven: U moet dit boek lezen.

Carl Friedman, Tralievader, uitgeverij G.A. van Oorschot, 119 blz., prijs: f 24,50. .

Anne Bergsma, Groningen

Johaon Arndt
door drs. K. Exalto.
Eerst iets over de 'uitgever', de Willem de Zwijgerstichting, adres postbus 10049, 7301 CA te Apeldoorn (tel. 055/ 212900). Deze stichting, die in 1989 haar 25-jarig bestaan herdacht, heeft haar doelstelling als volgt verwoord: " ... verdieping en versterking van het historisch besef en verdediging van het protestants-nationaal karakter van ons volk gelijk dat onder invloed van de Hervorming en onder leiding van oranje zijn stempel ontving." Zij tracht dit o.m. te bereiken door het regelmatig doen verschijnen van brochures.
Donateurs van de Stichting (minimum bijdrage f 12,50 per jaar) ontvangen per jaar minstens 2 geschriften. Van de tot heden verschenen werkjes is een aantal nog verkrijgbaar. Op aanvraag wordt een lijst van te leveren exemplaren gaarne toegezonden. De prijs is ongeveer f 5 tot f 7,-, exclusief porto. De behandelde onderwerpen liggen voor een groot deel op historisch terrein, maar men schroomt niet ook hedendaagse problemen te doen bespreken (maatschappelijke/politieke/culturele zaken)

De hierboven genoemde brochure (44 blz., prijs f 8,60) lijkt in de eerste plaats geschikt voor hen, die op (kerk)-historisch gebied thuis zijn. Drs Exalto (emeritus predikant van de N.H. kerk, beschrllft daarin levensloop en werk van een voorganger in de duische Lutherse kerk tegen de achtergrond van de tijd waarin Arndt leefde (1555-1621) en werkte. Na een wetenschappelijke studie kreeg hij een eenvoudige dorpsgemeente toegewezen. Hij had daarmede voldoende tijd vrij voor studie en om publicaties voor te bereiden.
Blijkbaar nam hij met interesse deel aan de (toen meest schriftelijke) wetenschappelijke discussies. Toch kwam de gemeente er niet aan tekort.
Scherp tekent hij de situatie, waarin veel gemeenten verkeren. "Hij heeft geconstateerd dat er van het Evangelie veel misbruik is gemaakt, dat velen een onchristelijk en onboetvaardig leven leiden, ook al roemen ze met de mond in Jezus Christus en zijn Woord.
Wie op hun leven let zou eerder aan heidendom dan aan christendom denken (19). Daartegenover geeft Arndt aan, hoe hij 'het ware christendom' ziet. Hij heeft dat neergelegd in een 6-delig werk. Opmerkelijk is dat daarvan enkele jaren geleden nog een herdruk plaats vond. Het sprak de mensen dus wel aan.

Als je de inhoud opslaat krijg je al direct een beeld van 'de ligging' van de auteur. Hoofdstukken als 'boete', 'mystiek' en 'Astrologie' zeggen je veel, zeker als daarbij komt dat Arndt zich anti-calvinistisch opstelde. Wat wonder als je je verwant gevoelt aan de mystiek (de Deutsche theologie, het piëtisme en andere dwalingen. Er is momenteel aandacht voor bepaalde religieuze stromingen, zelfs veel aandacht, maar in de 16e en 17e eeuw waren die er niet minder en hun uitstraling van 'beginselen' was enorm.

Dat alles tekent ons de auteur heel nauwgezet; we bemerken al lezende, dat de gemeente van Christus er nog steeds is, dank zij Zijn bescherming.

M. de Jonge, Voorburg

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief