Omgaan met verlies
1992-06-05
leder mens maakt in zijn of haar leven verliezen mee. Je zou kunnen zeggen dat dat al begint wanneer je de veilige beslotenheid van de moederschoot verliest. Het hele leven bestaat uit het loslaten van het oude en het verder gaan met het nieuwe. En soms is het verlies buitengewoon pijnlijk. Verlies van gezondheid, verlies van een partner, van kinderen, verlies van vrienden of van werk.- Jaargang 36
- nummer 12
Wat betekent verlies eigenlijk, en hoe kunnen mensen daar mee omgaan?
Het lijkt een open deur intrappen om te vragen waarom mensen moeite hebben met verlies. Toch is de vraag niet zo raar. Het blijkt namelijk dat dat niet voor iedereen gelijk is. Voor de ene mens weegt dat veel zwaarder dan voor de andere. Er zijn mensen die alles lijken te kunnen dragen en anderen zijn bij het minste of geringste uit het lood geslagen.
Waar komt dat door? Een eenvoudig antwoord zegt: dat is je karakter.
Een sterk karakter kan gewoon meer hebben. Maar dan blijven er wel een paar vragen liggen. Wat is precies een karakter? Hoe ontstaat het? En is het inderdaad zo dat het ene karakter beter is en beter werkt dan het andere? Vandaar dat het misschien beter is het woord karakter een beetje te vermijden en gewoon eens te kijken wat er gebeurt als een mens geconfronteerd wordt met een ernstig verlies.
Situaties zijn verschillend
Daar is eigenlijk al bijna veel mee gezegd.
Want wie bepaalt wat een ernstig verlies is? Eigenlijk kan alleen degene die het verlies moet lijden dat uitmaken.
lets kan voor de één een heel groot verlies zijn terwijl het dat voor anderen niet is. Maar het is natuurlijk waar dat in het algemeen bepaalde gebeurtenissen een groter verlies betekenen dan andere.
Gemiddeld is het verlies van de partner door overlijden het zwaarst. Niet voor iedereen, er zijn mensen die het ervaren als een bevrijding om allerlei redenen.
Maar in het algemeen kun je dat toch wel zeggen. Echtscheiding is gemiddeld drie kwart zo zwaar, en daarna volgen bijvoorbeeld gevangenschap, ernstige ziekte, ontslag enzovoorts. Het eerste was dus gezegd kan worden is dat de gebeurtenis van invloed is op de ervaring van het verlies. Gebeurtenissen die plotseling optreden, veel gevolgen hebben en niet te beheersen zijn hebben de meeste kans om tot een crisis te leiden. Vooral die beheersbaarheid is van belang. Zolang je het allemaal in de hand hebt is het makkelijker te dragen. Dat wil niet zeggen dat er dan geen verlies of verdriet is, maar wel dat je nog niet helemaal instort.
Daarnaast is de situatie waarin je je bevindt van groot belang. Want ook al is het verlies van een partner voor twee mensen misschien even zwaar, iemand die helemaal geïsoleerd leeft, en geen kinderen of vrienden heeft, die zal het verlies veel sterker ervaren dan iemand die midden in het leven staat. Ook de financiële gevolgen, de eigen gezondheid en dergelijke maken veel uit. In de ene situatie kun je meer hebben dan in de andere.
Verhalen zijn verschillend
En vervolgens maakt het heel veel uit wie je zelf bent, hoe je in elkaar zit en hoe je alles beleeft en ervaart. Dat noemen we ook wel karakter, maar ik noem het liever het verhaal van het leven. Je zou het zo kunnen zeggen dat ieder mens zijn eigen verhaal heeft dat niet alleen de feiten vertelt, maar ook vertelt wat die feiten voor hem of haar betekenen.
Dat is het mooie van verhalen. Of het nu verhalen zijn over de geschiedenis, of verhalen die bedacht zijn, elk verhaal heeft een moraal. Het vertelt meer dan alleen maar feiten, het vertelt ook iets over wat je met het leven aan moet. En dat verhaal bouw [eop in de loop van je leven. Elke ervaring is als het ware een nieuw hoofdstuk, een stukje aan het verhaal.
Door de loop van het verhaal heen ontstaat er een soort rode draad, een kern die je in alles ziet terug komen. En die kern kun je vaak in een paar woorden samen vatten. Een soort titel die je boven je verhaal kunt zetten. De een zet er als titel boven: "ik ben een zwerfhond".
De ander: "ik ben een Koningskind". De beelden die je aan een levensverhaal plakt bepalen mede hoe je de dingen beleeft. Dat geldt ook als het gaat om het omgaan met verlies. Er zijn mensen die in hun leven alles al zijn kwijt geraakt, en er zijn mensen die alleen maar hebben gekregen. De een heeft niet alleen beter geleerd om verlies te verwerken, maar ook een andere titel van het verhaal. De klap komt veel harder aan wanneer je niet gewend bent iets te verliezen.
Verlies betekent eigenlijk dat je je verhaal moet veranderen. Als we dat bijvoorbeeld toespitsen op rouw, het verwerken van het verlies van iemand die een belangrijke plaats in ons leven innam, dan kunnen we dat zo weergeven dat we een nieuwe manier van kijken moeten vinden, een nieuwe plaats voor die persoon in ons verhaal. Opeens gaat het verhaal niet meer over ons samen, maar alleen over mij. En dat is wennen.
Dat vraagt een enorme aanpassing, omdat mijn leven verbonden was aan het leven van die ander. In mijn verhaal speelde de ander een hoofdrol. En als de hoofdrolspeler wegvalt doet dat pijn.
De vragen die dan opkomen moeten eigenlijk een nieuw antwoord krijgen.
Wie ben ik nog zonder de ander? Hoe kan ik verder? Kan mijn verhaal wel doorgaan als die andere daar geen rol meer in kan spelen? Vragen die snel bij je opkomen maar niet zo snel beantwoord zijn. Het vraagt om een hele tijd van nadenken, van mee bezig zijn, van doordenken om te zoeken naar een nieuw verhaal, naar nieuwe beelden, naar een verhaal en een persoonlijkheid die kan bestaan in een nieuwe situatie.
Wat verwacht je?
Wat je daar verder van kunt zeggen is dat de verwachtingen in de war raken.
Verwachtingen zijn datgene waar je van uitgaat dat het in de toekomst zo zal zijn.
Meestal hebben we dat niet zo heel erg concreet voor ogen. We'houden ons zelf ook wel voor de gek. Want ook al weten we dat er in ziekte en ouderdom veel moeite ons deel zal zijn, we gaan er vreemd genoeg ergens van uit dat dat alleen bij anderen het geval is en niet bij ons. Daarom hebben we er zo veel moeite mee. Natuurlijk weten we dat ieder mens een ernstige ziekte kan krijgen, gehandicapt kan raken, een kind of partner kan verliezen, enzovoorts, maar als het echt gebeurt blijkt dat we dat niet verwacht hadden.
Gelukkig maar, want als je levensverwachting zou bestaan uit alle ellende die op je weg kan komen, dan zou je geen leven hebben. We gaan er volgens amerikaanse psychologen met elkaar van uit dat het leven de moeite waard is, dat wat er gebeurt zinvol is, en dat de wereld goed willend is. Nu zou je kunnen zeggen dat we welbeter weten. De wereld om ons heen wil niet altijd het goede voor ons en er gebeurt heel veel in het leven waar je in alle redelijkheid geen betekenis in kunt ontdekken. Maar dat betere weten is nog iets anders dan dat we het ook verwachten. We gaan er voor ons zelf altijd van uit dat dat ons niet overkomt. Zo beschermen we ons zelf tegen wanhoop, maar tegelijk zijn we dan extra kwetsbaar als deze verwachtingen niet uitkomen.
Ouder worden
Als we dat toespitsen op het ouder worden zien we eigenlijk hetzelfde. Iedereen weet dat bij het toenemen van de jaren verschillende mogelijkheden afnemen.
Dat geldt lichamelijk, het geldt voor het opnemen van kennis, en het geldt door de lichamelijke beperkingen op een bepaald moment ook voor de contacten met anderen. Maar dat is iets dat we alleen met ons verstand weten.
De normale levenslijn zoals we die verstandelijk kunnen tekenen begint bij de geboorte, stijgt dan in ontwikkeling tijdens de jeugd, en begint dan vroeg of later weer te dalen. Het vermogen om te leren bijvoorbeeld neemt al af vanaf ongeveer het zestiende levensjaar. Daar komen natuurlijk ook andere zaken voor in de plaats. Wijsheid en levenservaring maken het ruimschoots goed. Maar het tekent de lijn van het leven. Eerst toename, en daarna weer afname.
Maar dat verwachten we niet. Niet voor onszelf. Voor ons zelf verwachten we alleen de toename en gaan we er van uit dat het daarna ongeveer gelijk zal blijven. En daarom is het zo pijnlijk om te ontdekken dat je steeds weer iets kwijt raakt. Naast alle waardevolle kanten van het ouder worden is dit de moeite er van. Het is meer dan welke andere leeftijd een tijd van verliezen. De dagelijkse bezigheden van werk en de verzorqinq van kinderen vallen weg, leeftijdsgenoten beginnen weg te vallen.
De gezondheid neemt af. En elke keer weer wordt je geconfronteerd met de werkelijkheid die minder positief is dan je verwachtingen. Ook al weet je dat het er bij hoort, als het je overkomt ontdek je pas hoezeer je er van uitging dat je op je gezondheid, vriendschappen en bezigheden kon bouwen. Als dat weg valt blijft er soms maar weinig over.
Vragen naar de zin
De vraag die dan uiteindelijk naar boven komt is die van de zingeving. Wat is mijn leven nog waard als ik dit verlies of dat?
Hoe kan ik dan nog verder? En dan blijkt het dat heel veel van onze zekerheden zo uiterlijk zijn. Wat is de zin van het leven wanneer je niet meer kunt werken?
Wat is het leven waard als je alleen komt te staan? Wat is leven eigenlijk als je gezondheid zwaar te wensen overlaat en je eigen lichaam je mogelijkheden beperkt.
We kunnen beginnen daar een geloofsantwoord op te geven. "Mijn enige troost in leven en sterven ..." We kunnen verklaringen geven in de lijn van zondag 10, "dat alle dingen niet bij geval, maar uit Gods trouwe Vaderhand ons toekomen."
Maar we moeten beginnen te beseffen dat het niet in de eerste plaats gaat om een geloofsantwoord, maar om een geloofsvraag! Het antwoord komt daarna pas. Het is een geloofsvraag, omdat we aanlopen tegen onze eindigheid, onze begrensdheid en onze kwetsbaarheid. En dat staat zo in schril contrast tot Gods beloften, zijn voorzienigheid en zijn geborgenheid. Op de een of andere wijze moeten we weer in het reine zien te komen met die tegenstelling.
En dat is een geloofsvraag.
Heel vaak wordt die vraag gesteld als de vraag van het lijden. Als de Here God goed is, en als Hij liefdevol en machtig is, hoe kan het dan - letterlijk in hemelsnaam - dat er van alles en nog wat gebeurt in ons leven dat daar niet mee te rijmen valt. En dat rijmen dan opnieuw letterlijk. Het zijn begrippen die niet kloppen met elkaar, niet passen bij elkaar. Het lijden in het menselijk leven is niet te verbinden met Gods liefde en macht. Maar het is er wel. En dan krijg je het effect dat we allerlei verklaringen bedenken en aan elkaar doorgeven om die spanning op te lossen. De één zet het allemaal in het licht van Gods macht, zodanig dat er van zijn liefde weinig meer te merken is. De ander ziet God alleen nog maar als liefdevol, en zet zijn macht tussen haakjes. God kan er niets aan doen. Maar allebei zijn het pogingen om het onverklaarbare te verklaren.
Allebei zijn ze naar hun aard onbijbels, omdat er een beeld van God wordf'9-eschetst naar de maat van ons verstand.
Job
De Bijbel geeft geen verklaring voor het lijden. De belofte van het goede leven voor Gods kinderen is een belofte van volheid, en niet een belofte van verlies.
En zolang we leven in een door de zondeval gebroken wereld, zolang kan er geen verklaring zijn voor het lijden. Ook in het boek Job, waar zo uitgebreid op deze vragen wordt ingegaan vinden we uiteindelijk geen verklaring. De vrienden van Job wel. Die hebben verklaringen te over. En Job gaat daar tegen in, omdat ze zijn leed niet diep genoeg gepeild -nebben en omdat ze het raadsel van het lijden afwentelen op de schuld van de persoon Job. De HEERE zegt daar aan het einde van dat Job met zijn vragen en twijfels, zijn opstandigheid en strijd recht heeft gesproken van God, omdat hij heeft gesproken tot God. En de vrienden die over God spraken hebben Hem met hun verklaringen geen recht gedaan, niet recht over Hem gesproken.
En het antwoord? Wel, het enige antwoord dat Job krijgt is de boodschap dat GcxYhet in de hand heeft, en dat de verbondenheid tussen God en mens niet is verbroken. Niets zal ons scheiden van de liefde van Christus, zo zal Paulus later schrijven. God is machting, en Hij is liefdevol. Dat is het antwoord. Maar dat is geen verklaring. De vragen worden niet opgeheven, maar bij de Here God neergelegd in de zekerheid dat aan het einde van de tijden het leven goed zal zijn. Dan zal er geen rouwen geen verlies meer zijn. Maar dat is een belofte, en geen verklaring. Toekomstmuziek, waar we nu al iets van proeven, maar waar we nog niet altijd in mee kunnen zingen.
Gebrokenheid
En zolang we hier in de gebrokenheid leven hebben we daarom te maken met verliezen. Verliezen als een teken van de gebrokenheid, als een teken dat we nog niet in het nieuwe Jeruzalem wonen. En elke keer weer doet die confrontatie pijn. Het kost steeds weer tijd en strijd om dat te verwerken. Zozeer, dat er in de verwerking, in het omgaan met verlies verschillende fasen te ontdekken zijn. De eerste fase is die van de ontkenning. Het kan niet waar zijn. Niet dit, niet nu, niet bij mij. Maar die ontkenning is in heel veel gevallen een gezonde reactie. Je hebt veel tijd nodig, en vaak moet er - vooral bij een zwaar verlies als door een overlijden – veel geregeld worden. Eerst ontkennen dus, om niet meteen helemaal in te storten. En na een paar uren, dagen of weken, dring langzamerhand de afschuwelijke werkelijkheid door, Dan komt de fase van het protest. Niet meer ‘het kan niet waar zijn’, maar ‘het mag niet waar zijn’. Dat is een fase die voor veel gelovigen een heel moei
Wanneer dan tenslotte die werkelijkheid is doorgedrongen dat het zo is, en dat we daar niets meer aan kunnen doen, dan krijg je het zoeken. Je probeert het evenwicht te herstellen door antwoorden en verklaringen te zoeken, door je gedrag aan te passen, door informatie te zoeken over oorzaken en mogelijkheden enzovoorts. Het gaat dan om het zoeken naar een nieuw verhaal, waarin je weer verder kunt. Als dat problematisch is kan het heel goed komen tot een diep dal, een depressieve tijd en toestand, waarin je werketijk geen uitkomst meer ziet. Soms ls dat pas maanden of jaren na de eerste klap. Als iedereen om je heen zegt: "het is al zo lang geleden".
Maat dat is het niet. Het is niet in tijd te meten. Het diepe dal kan zich veel later voordoen. Het kan ook worden opgeroepen door een heel kleine, onbelangrijke gebeurtenis. Een muziekstuk, een opmerking.
Zomaar iets. Maar het kan je hele evenwicht opnieuw verstoren.
En meestal is het pas na dat diepe dal dat het kan komen tot een nieuwe aanvaarding.
Dat je kunt zeggen: het is goed. Niet wat er gebeurt is, niet wat er allemaal bij gekomen is, maar tenslotte heb ik er vrede mee. Maar dat is een stadium dat niet iedereen bereikt. Of hoeft te bereiken. Verlieservaringen zijn geen examen waar je een voldoende voor moet halen. Het is voor ieder mens en elk moment-weer anders en weer nieuw, en niemand kan bepalen hoe ik daar mee om moet gaan. Ik zal zelf door de vragen, door het dal,'door de pijn heen moeten. Keer op keer. En hoe ik daar uiteindelijk uit kom is iets tussen God en mij. Hij zal mij wel bewaren, ook al is dat anders dan de omgeving verwacht".
Troost
Tot slot wil ik graag nog een paar opmerkingen maken over troost. Troost is de belangrijkste hulp die je iemand kunt geven die een zware verlies-ervaring te dragen heeft. Troost is geen antwoord, geen oplossing. De trooster (met een kleine letter) moet ook niet proberen verklaringen te geven, omdat die verklaringen geen werkelijk antwoord zijn.
Bovendien doen de verklaringen die een ander geeft geen recht aan de pijn van het verlies. Je moet er zelf door. Maar wat de trooster wel kan doen is het bijstaan.
Letterlijk: er bij blijven staan. Dat was het beste wat de vrienden van Job deden: zeven dagen zaten ze zwijgend bij hem. Hadden ze hun mond maar niet open gedaan daarna. Troost is bij iemand durven staan, en niet weglopen uit angst voor de pijn. Het is met iemand in de afgrond durven kijken.
Vaak zeggen we dat we niet weten wat we moeten zeggen. Maar dat is het punt ook niet. Er is niets te zeggen. Maar laat merken dat je iemand niet in de kou laat staan. Als is het maar met de woorden dat er niets te zeggen valt. Gewoon af en toe een hand op de schouder, een kopje koffie, een ansichtkaart je. Het zijn geen oplossingen, maar ze laten de ander merken dat hij of zij niet vergeten, niet genegeerd wordt.
En daarmee kan de menselijke troost ook een teken zijn van Gods troost. Als het verlies ons niet kan scheiden van de liefde van broeders en zusters, vrienden en andere mensen om ons heen, dan is dat een verwijzing, een kleine, menselijke, maar toch een verwijzing naar Gods liefde die door niets kan worden tegen gehouden. Daar mag troost naar verwijzen, en dan is het genoeg om naast iemand te staan.