Boekbespreking
1992-06-19
Lourens Ingelse- Jaargang 36
- nummer 13
Een episode uit het godsdienstig leven op Walcheren omstreeks 1780 door A. Janse
Weer liet de werkgroep 'Gereformeerd Schoolblad' een nieuwe brochure het licht zien. De werkgroep geeft voornamelijk artikelen en publicaties van de heer A. Janse, eens hoofd van de Christelijke school te Biggekerke, uit.
Artikelen en bijdragen, die of in de vergetelheid zijn geraakt,of misschien min of meer 'ondergestoven' zijn.
Helaas. Uit de grote belangstelling voor deze heruitgaven blijkt, hoezeer deze nog steeds gewaardeerd worden.
En dat is geen wonder, want Janse haakte met al zijn boeken en artikelen altijd in op de actualiteit. Het kerkelijke, nationale en wereldgebeuren was aan Biggekerke allerminst voorbijgegaan.
De actualiteit van de ontwikkelingen in de jaren '30 vinden we terug in de titels van zijn brochures.
Over de meeste pennevruchten heeft de schrijver eerst diepgaand van gedachten gewisseld met zijn vriend, professor Dr. D.H.Th. Vollenhoven, die van 1919 tot 1922 in Oostkapelle op Walcheren heeft gestaan als Gereformeerd predikant.
In 1927 verscheen Janses brochure 'Lau rens Ingelse'. Oorspronkelijk was deze geschreven als lezing voor de kring Walcheren van de Gereformeerde Meisjesverenigingen in september 1925.
Enigszins bijgewerkt verscheen deze daarna als teullteton in de 'Zeeuwse Kerkbode'. Nog levendig herinner ik me, hoe mijn vader - wij woonden toen nog op Walcheren - iedere week deze feuilleton met intense belangstelling las. Geen wonder, dat Janse in zijn 'Woord Vooraf' schrijft:."Van vele Broeders en Zusters, ook buiten Zeeland, mocht ik vernemen, dat het hun tot lering en vertroosting was geweest."
Zo ging zijn brochure dan ik breder kring uit. De eerste druk was voor die jaren betrekkelijk vlug uitverkocht.
In 1932 verschijnt bij Oosterbaan en Le Cointre te Goes de tweede druk. Dan verschijnen vrij snel na elkaar z6veel boeken van Janse, dat het vele jaren stil wordt rondom de brochure 'Lourens Ingelse'. En nu ligt dan de derde druk voor ons. De zaak, waarover deze gaat blijft actueel.
Janse neemt daarin namelijk stelling tegen mystiek en piëtisme, die hij even bedreigend vindt voor een gezond gereformeerd geloofsleven als rationalisme, Barthianisme en modernisme.
In de persoon van Lourens Ingelse vertelt Janse over het godsdienstig leven van de Zeeuwse mensen; hoe ze putten uit tweeërlei bron, met als gevolg: tweeërlei stroming in het kerkelijk leven: een 'onderstroom' voortkomend uit de overlevering. Dat is de godsdienst, die we van geslacht op geslacht overnemen, die van grootouders op ouders en zo op de kinderen overgaat, en die voortleeft in bepaalde, meest onschriftuurlijke termen.
De andere richting wordt gevoed uit Gods Woord en uit de belijdenïsgeschriften van de Kerk, en vindt in het officiële kerkelijk leven met de ambtelijke bearbeiding een grote steun.
Toch gaat de onderstroom zo sterk door het volksleven, dat die b.v. op huisbezoek, en inzake het Heilig Avondmaal, en bij het huiselijk godsdienstig leven telkens weer voor de dag komt door de botsing met het eenvoudig Woord van God: dat iemand belijdenis doet, zijn kind laat dopen, het 'Onze Vader' bidt (bovenstroom) en toch zegt, dat er nog iets met hem gebeuren moet, voor hij aan het Avondmaal mag komen. Janse geeft daar nog veel meer symptomen van.
Die onderstroom dateert uit de eeuw van verval in onze geschiedenis (1700-1800). En daarom is het zo leerzaam, ook voor onze tijd, om eens terug te gaan naar die tijd, en het geestelijk leven van die dagen nader te bekijken.
Janse doet dat aan de hand van een drietal boekjes, door Walcherse boeren in die tijd geschreven, en hij verwerkt ze tot één brochure, getiteld: 'Lourens Ingelse, een episode uit het godsdienstig leven op Walcheren omstreeks 1780'.
En hij doet dat uitvoerig. Hij vertelt over Lourens Ingelse, die boer was in de Oranjepolder bij Arnemuiden en van zijn vrouw Neeltje Sanderse, beiden waarschijnlijk afkomstig uit Grijpskerke.
Hij vertelt, hoe deze Walcherse boer zijn geestelijk leven, zijn 'innerlijk leven' blootlegt, en hoe hij daarmee een belangrijk stuk leven van onze voorouders te zien geeft. Hoe stonden die oude Walcherse boeren ten opzichte van de Bijbel, hoe was hun geetelijk leven getint, in welke richting bewoog zich hun denkwereld omtrent de hogere dingen, hoe hebben ze de Bijbel gelezen? Allemaal vragen met een diepe en brede strekking.
Ook voor ons - het nageslacht - zijn die vragen zo belangrijk, omdat hun geestelijke richting en vaak ook hun naam, nog voortleeft in ons volksleven', ook in de kerken van de Gereformeerde gezindte. Via Lourens Ingelse laat de heer Janse ons een kijkje nemen in het innerlijk leven van deze mensen, en openen zij het hart voor ons. Dat kan voor ons zeer leerzaam zijn. Hij schrijft aan het slot: "We hebben niet anders te doen dan de overgeleverde godsdienst en zijn termen te toetsen aan Gods Woord en de Belijdenis.
En in zoverre alle Gereformeerden daar weer mee werkzaam worden, in zover is er ook echte gezonde toenadering om als kerken elkander te zoeken."
De oude kerk gaf ons niet een psychologische uiteenzetting van wat er in een mens omgaat bij het geloven, geen kenmerken des geloofs, maar zij gaf ons de 'Twaalf artikelen des getoots'.
En die ihhoud des geloofs heeft alle eeuwen dèor Gods volk vertroost en verblijd.
Bestellen door overmaking van' 4,75 (zonder porto) of' 6,65 (met porto) op NMB-bank te Schiedam, nr. 6836.59.553 t.n.v. A. Scheeie, Over de Vesten 62, 3116 AG Schiedam, of op het gironummer van A. Scheele 78718.