Daar praten we maar niet over
1992-06-19
"Daar hadden we het nooit over in de kerk en ook niet op schooi", zei Heleen.- Jaargang 36
- nummer 13
"Je bedoelt dat je er niet over nadacht?" vroeg ik haar. "Ja, natuurlijk wel! Als je bezig bent met je geloof, denk je daar ook over na. Want de manier waarop de kerk denkt is toch wel heel anders dan wat je tegenwoordig allemaal hoort. En op het werk heeft iedereen ook heel andere ideeën. Ik durf niet tegen kollega's te vertellen hoe de kerk erover denkt."
"Maar waarom praatte je er dan niet over?" vroeg ik weer. "Nou ja, niet over praten? We hebben het er wel over gehad, natuurlijk, maar de antwoorden stonden al vast. Je moest er op een bepaalde manier tegenaan kijken. En als je een vraag stelde, kreeg je eigenlijk het gevoel dat je die vraag niet m6cht stellen." "Was je dan de enige?" "Nee, dat niet. Ik denk zelfs dat de meeste leerlingen uit mijn klas er net zo over dachten als ikzelf.
Onder elkaar hadden we het er dus wel eens over. Maar op school, bij de godSdienstles, of op catechisatie, of met huisbezoek, nee dan hou je dat maar voor je." "Mocht je er dan écht niet over praten, was dat dan bijna verboden?" vroeg ik weer. "Nee, het was niet verboden. Maar als je er over begon, hadden ze meteen hun antwoord klaar. Daar had ik geen zin in.
En ik wil ook niet voor feministe worden versleten, want dat ben ik echt niet. Bovendien zijn er wel andere onderwerpen, die minstens even belangrijk zijn."
Zij in plaats van wij
Heleen is lid van een kerk waar de vrouw in het ambt nauwelijks bespreekbaar is; de zusters in de gemeente hebben zelfs geen stemrecht.
Tot voor kort ging ze naar een reformatorische school. Dit gesprek had over allerlei onderwerpen kunnen gaan, bv. over ongehuwd samenwonen, over discobezoek of over het twee keer naar de kerk gaan. In dit geval ging het dus over de positie van de vrouw (of van Heleen zelf) binnen de christelijke gemeente. In dit artikel gaat het niet om het onderwerp als zodanig, maar wél over de manier waarop Heleen is gaan denken. Wat is er aan de hand? Waardoor lijkt voor haar het onderwerp niet bespreekbaar?
Het kan te maken hebben met haar eigen gevoeligheid; ze wil liever geen mensen voor het hoofd stoten; ze wil door anderen geaccepteerd worden.
Wat zeker ook meespeelt is, dat ze niet goed uit de voeten kan met antwoorden die door haar als rationeel, verstandelijk, als logisch worden ervaren.
Ze is meer een 'gevoelsmens'. De antwoorden die gegeven werden, sloten kennelijk niet op haar belevingswereld aan. Om het wat moeilijk te zeggen: er vond geen identificatie plaats. Niet voor niets heeft Heleen het over 'ze' en niet over 'wij' ("hadden ze meteen hun antwoord klaar"). Ze hoort er dus eigenlijk (bij dit onderwerp althans) niet bij. "Ze doen maar", in plaats van: "we denken er zo over".
Het kan best zo zijn dat de godsdienstleraar op school, de predikant van de gemeente waar ze lid was, de ouderlingen helemaal niet de indruk hebben dat het onderwerp niet bespreekbaar is. Toch heeft Heleen het gevoel dat je het er maar beter niet over kunt hebben.
Want als je erover begint, dan krijg je antwoorden te horen waar je niet mee uit de voeten kunt. Of misschien nog meer: de antwoorden liggen al klaar. Daardoor krijgt ze de indruk dat haar vragen ontkend worden; ze heeft het gevoel dat er niet meer samen gezocht wordt naar een antwoord.
Vervreemding
In het Nederlands Dagblad van zaterdag 16 mei 1992 wordt verslag gedaan van een lezing door ir. J. Huijgen voor vrijgemaakt gereformeerde studenten in Groningen. Hij vertelt vol overgave te hebben geluisterd naar 'The Passion' van Adrian Snell. Als er vervolgens een diskussie ontstaat over dit muziekstuk zegt Huijgen (volgens het verslag): "Ik ervaar een diepe vervreemding naar hen die met zo'n logisch en fel oordeel het gesprek afmaken".
Hij konstateert verder dat er binnen de gereformeerde wereld sprake is van een 'eindeloze herhaling van eens geformuleerde waarheden'.
Dat is precies het gevoel dat Heleen (op haar manier) aangaf. Ze is bezig met de kerk en met het geloof. Misschien wel juist om de vrede te bewaren, deed ze er soms het zwijgen toe.
Bovendien waren andere onderwerpen minstens even belangrijk. Ze plaatste zichzelf dus allerminst op de voorgrond, ze was zelfs heel bescheiden.
Het is absoluut niet zo dat ze niets meer van de kerk wil weten en nu een stok heeft gevonden om die kerk te slaan. Ze zegt ook niet: "er wordt toch niet naar me geluisterd, dus ik blijf maar weg". Voorzover haar werk het toelaat zit ze iedere zondag trouw in de kerk.
En toch: die dubbele wereld doet haar geen goed. Het belemmert haar zelfs buiten de kerk, in het gesprek met kollega's. Hier blijkt ook weer uit datwillen jongeren weerbaar kunnen zijn in de wereld - hun vragen in de kerk· serieus genomen moeten worden.
Eenheid
Er zijn antwoorden die zo wezenlijk zijn voor het christelijk geloof, dat er niet aan getornd kan worden. Toch ontkomen we er niet aan, dat er naar de vragen die de leden van de gemeente stellen, goed geluisterd moet worden. Het mag toch niet zo zijn dat jongeren zeggen dat er in de kerk niet geluisterd wordt naar vragen die ze stellen en dat ze antwoord krijgen op de vragen die ze niet stellen? Er moet op zijn minst geprobeerd worden om jongeren het idee te geven dat hun vragen serieus worden genomen.
Doen we dat niet, dan ontstaat er een dubbele leefwereld. Ds. W. Smouter heeft in dit verband al eens gesproken over 'fragmentarisering'. Privé denk ik zus, in de kerk denk ik zo. Dat zal dan niet alleen gebeuren bij dit onderwerp.
Op den duur kan er een hele kultuur ontstaan waarbij je 's zondags anders denkt dan door de week.
SneUe veranderingen
Er is nog een gevaar in de situatie waarin (o.a.) Heleen verkeert. Stel je voor dat het inderdaad waar is dat de meeste jongeren hun mening voor zich houden. Onder een laagje 'officiële mening' ligt dan een heel andere leefwereld. Die wereld verandert, zonder dat men er een goed zicht op heeft. Ongetwijfeld zal dat bij Heleen en bij haar vroegere klasgenoten gebeurd zijn. Zonder dat de leraren op school, de predikant of de ouderlingen het 'mee hebben gemaakt', heeft ze haar eigen mening over het onderwerp gevormd. Je kunt dus lang voor het oog vrede bewaren en juist daardoor de grip op het geheel verliezen.
Het is een wereldse vergelijking, maar de geschiedenis van het oostblok heeft laten zien wat er in zo'n situatie kan gebeuren. Dan grijpen veranderingen opeens razendsnel om zich heen. Als er dan 'een andere wind gaat waaien' gaat alles veel sneller dan iedereen had voorzien. Wat naar buiten kwam dekte immers al lang niet meer de lading van wat er binnen leefde? Dan kunnen er ook wel eens 'geloofswaarheden sneuvelen' die absoluut niet verloren mogen gaan.
Het is voor de kerk nodig dat de vragen van gemeenteleden serieus worden genomen. Het is ook voor Heleen nodig, dat ze het gevoel krijgt dat er sámen naar antwoorden wordt gezocht.
Niet omdat ze altijd gelijk moet hebben. Dat past trouwens niet bij haar, dat wil ze niet eens. Wel om haar het gevoel te geven dat ze erbij hoort.
Wij in plaats van zij.