Even serieus

1991-01-18
  • Jaargang 35
  • nummer 2
Deze psalm is pure lofzegging. Een heel alfabet (in het oorspronkelijke Hebreeuws) lang. Een uitbundig prijzen van de HEERE vanwege Zijn goedheid.
Geen klacht, geen zuchten vanwege moeiten ...
Is dit geen psalm voor hen die met pijn, verdriet, gemis of schuld worden geconfronteerd?
Het psalmenboek sluit af met enkel lofprijzing. Er wordt aan het slot een conclusie getrokken: alle geklaag, alle gejammer, alle gezucht dat door het psalmboek heen hoorbaar is (en dat vaak zo treffend 6nze nood onder woorden brengt) loopt uit op een loflied op Gods goedheid. Hoe kan dat?

Toen Luther over deze psalm preekte, begon hij op te merken: het thema van deze psalm is het koningschap van Christus, dat schittert en ons bemoedigt en bewaart! En in één adem voegt hij er aan toe: het is natuurlijk dwaasheid om over het koningschap van Christus te zingen, want het slaat nergens op; kijk maar om je heen, dan zie je dat er niets van klopt. Christus koning?
Waarom worden Zijn volgelingen dan vervolgd en gemarteld?
Dan zegt hij: omdat we er niets van zien moeten we het telkens weer horen; dus moet dit evangelie verkondigd worden: Christus IS koning. Daar trekken we ons aan op: dat is de vaste rots waarop wij bouwen.
Nu lezen we in deze psalm: genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
Verstaan we die woorden nog?
Betekenen ze niet alle ongeveer hetzelfde?
De meeste gewone woordenboeken geven die indruk. Toch is het zinnig om ze te onderscheiden.

Goedertierenheid is niet zo maar goedheid of genade, maar trouw, verbondstrouw.
Dat je als verbondspartner de afspraken nakomt. Het wijst dus op het verbond dat de HEERE met ieder van ons gesloten heeft. Waarin Hij Zijn hulp en nabijheid aan ons persoonlijk heeft toegezegd. We kunnen (vanwege die afspraken) op Hem rekenen. Wanneer we in de moeite verkeren, dan mogen we bij Hem aankloppen; dan mogen we Hem er aan houden dat Hij van Zijn kant ons zal helpen. We behoeven dat niet 'angstig' te vragen, we behoeven ook niet te vrezen dat de HEERE het zal weigeren, nee wanneer we op Zijn goedertierenheid pleiten, dan hoort Hij ons.
Misschien beseffen wij dat wel te weinig, hoe de HEERE erop gesteld is wanneer wij Hem herinneren aan de beloften die Hij gegeven heeft. Wie dat nooit doet, wie alleen maar vol vrees en beven naar de HEERE toevlucht, die doet net alsof er nog nooit iets door de HEERE beloofd is! Zijn beloften serieus nemen, dat Is Hem eren, goedertierenheid is niet alleen een prachtig woord, 't is ook een praktisch woord.

Barmhartigheid
Er zit natuurlijk ook een andere kant aan: dat Hij van óns verwacht dat we trouw zijn. Dat we doen wat er van ons verwacht mag worden. Het verbond, het bondgenootschap heeft twee kanten: dat wij Hem in de strijd tegen de boze machten terzijde staan. Laten we eerlijk zijn: die trouw ontbreekt vaak; die strijd schuwen we nog al eens; of we staken de strijd. Gods trouw belonen wij met ontrouw. Zo verliezen wij langzaam maar zeker het recht op hulp. Wanneer wij telkens weer tekort schieten, dan kan er van Gods kant iets komen van: jullie ontrouw breekt Mijn trouw.
De Bijbel zegt ons: dat de HEERE dan tóch te hulp schiet... maar dan heet het niet meer puur goedertierenheid, maar barmhartigheid. In dat woord zit nog wel dat element van recht (op hulp vanwege het bondgenootschap) maar een ander element komt veel meer op de voorgrond: dat God in Zijn binnenste zó hevig over ons en onze nood ontroerd is dat Hij het niet kan laten om ons te redden. De hulp komt dan niet zo zeer vanwege óns-recht-erop maar vanwege Zijn-ontferming. Het recht hebben we verspeeld, 't is Zijn erbarmen over ons dat Hem te hulp doet schieten.

Lankmoedigheid heeft daar alles mee te maken: lett. is het 'uitstellen van de toorn'. Wanneer we door onze voortdurende ontrouw Gods oordeel hebben verdiend maar Hij doet ons er nog niet naar, dan noemt de Bijbel dat lankmoedig. Uitstel van de toorn; niet zo maar áfstel. .. de HE~RE is lankmoedig opdat wij Zijn onbegrijpelijke trouw aan het verbond zien en van onze kant dan ook weer trouw worden.

Genade, dat is het enige woord dat eigenlijk in dit rijtje niet thuis hoort.
Immers, de andere drie wijzen op het verbond, het bondgenootschap, op afspraken waar beiden zich aan moeten houden; waar de een bij de ander een récht kan laten geiden ... genade is heel anders, daar is géén sprake van recht. .. Kenmerkend is juist dat je er helemaal geen recht op hebt, er is niets waarop je kunt pleiten. Je bent puur op de gunst van de HEERE aangewezen.

Vawarring
Nu komt er een moeilijkheid. Eigenlijk twee.
Allereerst deze, dat in de vertaling van het Oude Testament niet altijd voldoende rekening gehouden is met de onderscheiden betekenissen van de genoemde vier woorden; in onze bijbeluitgaven zijn ze nogal eens door elkaar gebruikt. Het tweede is dit: in het Nieuwe Testament (Grieks) wordt bijna overal het woord genade gebruikt, waar het Oude Testament ook andere woorden zou gebruiken. En menigeen heeft bewust of onbewust het evangelie allereerst uit het Nieuwe Testament opgepikt, en heeft daardoor een voorkeur voor het woord genade.
Bezwaar is dit: door het gebruik van het woord genade kan de indruk ontstaan dat in het Nieuwe Testament het verbond, Gods afspraken eigenlijk niet meer gelden. Het tegendeel is echter waar. Het NT put zich uit in het duidelijk-maken dat de Here Jezus enerzijds in onze plaats is gaan staan, onze ontrouw t.o.v. God op Zich genomen heeft, en daarom Gods toorn heeft moeten ondergaan (van het uitstellen van de toorn kwam dus inderdaad geen afstel); anderzijds heeft de Here Jezus Zelf tegenover de HEERE goedertierenheid/trouw bewezen, tot in de dood. Hij was - in onze plaatsde trouwe verbondspartner!
Dat het NT toch het woord genade gebruikt, is niet om het verbond naar achter te schuiven, maar om te laten uitkomen dat de verlossing puur bij God vandaan komt en niet gebaseerd is op iets in of van de mens.
Men heeft daarom ook wel van genadeverbond gesproken: 't is puur uit God ... met vervolgens wederzijdse afspraken. Gods pure genade is tot goedertierenheid geworden: de onwrikbare trouw van God.

Conclusie
Psalm 145 trekt de conclusie uit het dikke gebedenboek (= Psalmenboek).
Alle klagen, over nood, over schuld, over ontrouw, het wordt overspoeld door Gods overvloedige genade, waar we vast op mogen rekenen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief