De synode van die Gereformeerde Kerken in Suid Afrika
1991-01-18
Wanneer dit nummer van ons blad verschijnt vergadert in Potchefstroom D.V. de synode van die Geref. Kerken in Suid Afrika. (GKSA) De lezers herinneren zich dat op de synoden van deze kerken in 1985 en in '1988 afgevaardigden van onze kerken aanwezig waren.- Jaargang 35
- nummer 2
In 1985 besloot de synode met kleine meerderheid de correspondentie met onze kerken aan te gaan.
In 1988 werden bezwaren tegen deze band met onze kerken met bijna algemene stemmen afgewezen.
Indertijd heb ik in Opbouw uitvoerig verslag uitgebracht over al de verwikkelingen rond deze zaak.
Zowel in 1985als in 1988waren ter synode eveneens afgevaardigden van de vrijgemaakte kerken aanwezig.
In 1981waren deze kerken op hun synode zo ver gekomen, dat die GKSA als ware kerk werd erkend en werd besloten contact met deze kerken op te nemen.
Tevoren was die erkenning uitgebleven, vanwege de banden die de GKSA had met de Geref. Kerken (syn.) in ons land. Aan de GKSA werd verweten dat die kerken in 1944/45 toen zich de Vrijmaking voltrok in Nederland geen partij kozen in dit twistgeding.
Daarom kwam het ook in Z. Afrika tot vrijmaking en werd daartoe opgeroepen.
De op deze wijze geïnstitueerde kerken noemden zich Vrije Gereformeerde Kerken en het was voor de broeders en zusters in deze kleine gemeenschap moeilijk te verwerken dat door de 'moederkerk' in Nederland de GKSA als ware kerken erkend werden.
Waren zij niet langer de enige ware kerken?
Ook in GKSA vragen de broeders zich af, waarom in 1981hun kerken het praedicaat 'ware' kregen, terwijl er in leer en kerkregering niets veranderd was; het kan verkeren ...
Zo kon het gebeuren dat op de synode van Potchefstroom in 1985en in 1988 afgevaardigden van de Geref. Kerken (V) en van onze kerken bijeen waren, zij het niet broederlijk. Hoe vriendelijk de vrijgemaakte broeders ook werden ontvangen, het is hun niet gelukt de synode zó ver te krijgen dat de correspondentie met onze kerken werd verbroken; zij gingen bedroefd heen.
Bij onze afgevaardigden en in onze kerken was er blijdschap en zo werden de banden die we met de kerken in Zuid Afrika al ruim 25 jaar hadden in het zendingswerk, bevestigd en versterkt door de correspondentie.
In het Ned. Dagblad heb ik gelezen dat de Geref. Kerken (V) dit jaar geen afvaardiging naar Potchefstroom sturen, zodat de vergadering niet opnieuw geconfronteerd wordt met kerkelijke conflicten uit Nederland.
Dit betekent niet dat de vrijgemaakten hun 'strijd' hebben opgegeven, want hun deputaten hebben aan hun synode voorgesteld om in nauw overleg met de Vrije Geref. Kerken in Z. Afrika contact te blijven zoeken met de GKSA om deze kerk te blijven overtuigen van de noodzaak goed te kiezen in haar buitenlandse relaties, met name in Nederland, want er blijft binnen de GKSA verontrusting t.a.v. de zusterkerkrelatie met de Ned. Geref. Kerken.
Die verontrusting werd in 1988op de synode verwoord in een bezwaarschrift van één van de plaatselijke kerken, die bekend staat als de Kandelaar-gemeente in Pretoria.
In vroeger tijden behoorde deze kerk bij het verband van de Vrije Geref. Kerken, maar toen dr. C. van der Waal daar predikant was kwam het tot een breuk en na omzwervingen voegde men zich bij de GKSA.
Het bezwaarschrift werd ter synode toegelicht door ouderling dr. J.G. Meijer die in ongenuanceerde felheid de staf brak over onze kerken en beschuldigingen in bracht tegen predlkanten die al lang overleden waren.
De uitwerking was averechts, want met grote meerderheid werd dit geschrift verworpen en de correspondentie gehandhaafd. Uit deze gemeente is opnieuw een bezwaarschrift tegen de correspondentie met onze kerken ingediend, zodat deze zaak ook in 1991op de agenda van de synode staat. Ook komt de verhouding tot de Geref. Kerken (V) aan de orde. Het Ned. Dagblad wist te melden dat de broeders in Afrika niet begrijpen, waarom de deputaten van deze kerken volharden in het aanwijzen van vermeende dwalingen bij individuele theologen en predikanten, die lang geleden in de Ned. Ger. Kerken gefigureerd hebben.
Toch hebben onze deputaten voor samenspreking met kerken in het buitenland het gewenst geacht ook dit jaar een afvaardiging naar Potchefstroom te sturen en Prof.Dr.lr. E.
Schuurman bereid gevonden deze taak op zich te nemen.
Wat is namelijk het geval.
De GKSA zijn correspondentie met onze kerken aangegaan ondanks de hevige bestrijding van vrijgemaakte kant. Daarbij hebben deputaten van de GKSA een eigen studie gemaakt van ons akkoord voor kerkelijk samenleven en daar een aantal vragen bij gesteld.
Deze kerken houden zich aan de Dordtse K.O. en kennen niet uit ervaring de moeiten die zich op kerkrechtelijk gebied in ons land in de jaren 1944/45 en 67170 hebben voorgedaan.
Bij het zendingswerk van onze kerken geeft dit geen enkele moeite. Ds. H. Vonkeman heeft de D.K.O. in het Zoeloes vertaald.
AI in het jaar 1985werden er vragen gesteld over ons akkoord en onze afgevaardigden beloofden die door te geven aan de landelijke vergadering van Enschede en hebben dit ook gedaan.
Er is toen door onze kerken niet gereageerd op de bezwaren van de broeders in Afrika.
Op de synode van 1988 is daarbij de vinger gelegd en constateerde de commissie dat de kerkrechtelijke bezinning die in 1985 nodig werd geacht niet had plaats gevonden.
Nu is dit wel te verklaren, want in 1985 was de situatie ZÓ, dat de betr. commissie voorstelde de correspondentie met onze kerken nog niet aan te gaan, omdat er eerst duidelijkheid moest komen over de kerkrechtelijke aspecten van ons akkoord. Er is toen een stevige discussie op gang gekomen, waarin we alle zeilen moesten bijzetten.
Het was de scriba van de synode, ds. D. Postma, die in de bespreking een amendement indiende om de correspondentie wel aan te gaan. Dit amendement werd aangenomen, zodat het voorstel van de commissie verworpen werd. Vermoedelijk is dit de oorzaak van het feit dat er geen nader gesprek is gevoerd over ons kerkelijk akkoord.
In 1988 is deze zaak uitvoerig aan de orde geweest en door ons aangetoond dat er geen sprake van leervrijheid in onze kerken is, zoals werd gesuggereerd.
Wel is in de uitspraken van de synode gesteld dat er duidelijkheid op dit punt moet komen omdat ons akkoord in gebreke blijft om de handhaving van de leerzuiverheid in de kerken ten volle te beveiligen.
De synode besloot een afgevaardigde naar onze landelijke vergadering te sturen in de persoon van Prof. Dr. du Plooy, hoogleraar in het kerkrecht.
Op de landelijke vergadering in Dronten heeft Prof. du Plooy de vergadering toegesproken en kort daarop had hij een lang gesprek met onze deputaten.
Intussen heeft hij een rapport samengesteld dat op de thans zittende synode aan de orde komt. Ik heb dit rapport niet onder ogen gehad, maar weet dat de bezwaren tegen ons akkoord o.a. tegen de pré-ambule en art. 34 over het betrachten en nakomen van besluiten niet zijn weggenomen en er openingen zijn naar het independentisme.
Het was daarom gewenst dat bij de bespreking van ons akkoord een afvaardiging uit onze kerken de nodige toelichting kan geven en we wensen Prof. Schuurman wijsheid en sterkte toe. Eén en ander betekent nog niet dat de correspondentie in acuut gevaar is, maar wel dat er een duidelijk antwoord moet komen op de vragen die onze zusterkerken in Afrika ons stellen. Op de komende landelijke vergadering in Ede, waarop het rapport van ds. H. Vonkeman en mij uit 1988 nog in bespreking moet komen zal dan een beslissing moeten vallen.
Niet alleen terwille van het zendingswerk, maar niet minder voor de toekomst van onze kerken zullen de aan de orde gestelde zaken ernstig overwogen moeten worden.