Vrijgemaakt, ook in psalmenkeuze
2007-09-14
Al waren de meeste schrijvers (en lezers) van Opbouw in 1957 niet zo fel vrijgemaakt als hun tegenhangers van het blad De Reformatie, ze waren wel lid van de toen nog ongedeelde vrijgemaakte kerk. En dat kun je merken in de eerste jaargang. Er werd op gehamerd: vrijgemaakten accepteren geen ‘bovenschriftuurlijke binding’, maar vallen terug op het Woord van God.- Jaargang 51
- nummer 18
Op een merkwaardige manier gebruikt, kom je dat tegen in een artikelenreeks van D.W.L. Milo, een begaafd musicus, voorzitter van de gereformeerde Organistenvereniging.
Psalmenreformatie
Hij begint als volgt: Indien de Vrijmaking tevens Wederkeer inhoudt, wederkeer tot Gods Woord, dan moet zij zichtbare resultaten afwerpen ten aanzien van het gebruik van de psalmen. Want ook de psalmen zijn Gods Woord. We hebben wel eens gehoopt , dat we de oprechtheid der vrijmaking zouden kunnen aantonen aan de hand van het cijfermateriaal, dat de kerkelijke psalmzang oplevert.
En hij verklapt al vast: Werd voorheen, tot in de dertiger jaren, feitelijk tweederde tot driekwart van ons psalmboek als waardeloos terzijde geschoven; thans liggen de verhoudingen een stuk beter.
Met ‘beter’ bedoelt hij in de eerste plaats dat het psalmboek in zijn volle breedte gebruikt wordt en dat de keuze niet beperkt blijft tot een klein aantal geliefde psalmen. En ten tweede dat niet losse versjes gezongen worden, maar de hele psalmen.
Lijsten
Milo beschikt over lijsten uit 1933 en 1934 van psalmen die in de kerkdiensten gezongen werden in negen Gereformeerde kerken in Gelderland. Van na de Vrijmaking heeft hij die gegevens van 15 synodaal-gereformeerde kerken; van de vacante vrijgemaakte kerk van Nunspeet, waar in die tijd 40 verschillende predikanten voorgingen en van vrijgemaakt Breda, dat een vaste predikant had.
Goochelend met de cijfers weet hij de verschillende statistieken vergelijkbaar te maken en met trots publiceert hij het resultaat. In de vooroorlogse kerken kwamen 63 psalmen gedurende twee jaar minder dan 4 keer aan bod; in de synodale kerken 52; gelukkig, in Nunspeet slechts 37. In Breda zijn in de onderzochte twee jaren slechts 21 psalmen nooit of bijna nooit gezongen. Opmerkelijk, als we bedenken dat toevalligerwijze psalmen zijn weggelaten als ps. 1 – 78 – 139 e.a die men toch algemeen zingt.
84 keer hetzelfde lied
En – tegenovergesteld - blijkt dat er in de respectieve na-oorlogse groepen 7, 5 en 12 psalm(verz)en meer dan 50 keer gezongen zijn. Breda spant ook hier de kroon, waar twee verzen zelfs 84 keer gezongen zijn in de onderzochte twee jaar. Er is nog een pluspunt bij de vrijgemaakte kerken: vaker werd een psalm in zijn geheel gezongen. Wij telden in twee jaar Bredase kerkzang niet minder dan 57 gehele psalmen. In Nunspeet was dat minder: 15 stuks. Al te lang heeft het gebruik van losse psalmversjes schade aangericht in onze kerken; namelijk dat wij in die uit-het-verband-gezongen versjes nieuwe en vaak onschriftuurlijke inhouden gingen lezen. En merkwaardig is, dat de gemeente – wanneer zij vele coupletten van een psalm achtereen zingt – zelden moeheid, maar veeleer aandacht en opgewektheid doet blijken. Dikwijls is het slotcouplet een bekroning die de indruk geeft dat de gemeente de psalm thans pas goed begrijpt.
Milo concludeert: Het zou ons pijnlijk hebben teleurgesteld, indien het cijfermateriaal iets anders had opgeleverd. De ‘vrijmaking’ heeft ons weer de diepte en de breedte van de psalmen gewezen. Niet alleen wordt bij ons veel meer gezongen dan voorheen; maar vooral wordt thans uit een veel groter deel van de psalmbundel gezongen. De cijfers uit Nunspeet geven een o.i. redelijk beeld van de vrijgemaakte kerken in Nederland. En de cijfers uit Breda tonen wel duidelijk aan hoe groot de invloed van één enkele predikant kan zijn. Dit voorbeeld zij al onze dienaren des Woords ter navolging aanbevolen; zij zullen hun kudden in grazige weiden brengen!
Nieuwe berijming nodig
Overigens zullen we – en spoedig ook, willen we onze jeugd geen onnodige lasten opleggen – moeten komen tot een goede berijming die Gods Woord in onze moderne taal zingbaar maakt. En misschien komen we er nog eens aan toe hoe we de kerkelijke massazang ooit in die vorm kunnen bouwen, dat een buitenstaander daar niet meer van schrikt als van een verouderd a-cultureel bedrijf.
Jan Lakerveld is neerlandicus, lid van de NGK te Emmeloord en redacteur van Opbouw.