Boekbespreking
1991-01-18
Inside Gospel- Jaargang 35
- nummer 2
Besproken: Inside Gospel door Maaike Ezinga en Jolanda Tieben; Kok Voorhoeve Kampen, 1990; ISBN 09685
Het eerste nederlandse boek geheel gewijd aan de gospelmuziek, geschreven van binnen uit en met oog op de situatie in Nederland.
Voor alle duidelijkheid: gospel(rock) is het genre dat ontstond eind jaren '60, toen christelijke jongeren zich met popmuziek bezig gingen houden ter evangelisatie en tot opbouw van geloofsgenoten.
Het boek is bedoeld voor gospelliefhebbers, maar ook voor hen die met vraagtekens tegen dit muzikale gebeuren aankijken. Een boek ook met praktische informatie voor de beginnende gospelartiest. De nadruk ligt op bezinning. De vragen aan het adres van de gospel en de discussiepunten binnen de gospelwereld worden bij de horens gevat, zij het in populaire schrijftrant, die helaas een zekere oppervlakkigheid in de hand werkt.
Als rode draad loopt door het boek de gedachte dat muziek erbij hoort in Gods gemeente, ook de moderne muziek.
De muziekartiesten zouden zich gedragen moeten weten door hun medechristenen, met name door hun eigen gemeentes en voor vol aangezien in hun dienst aan Gods Koninkrijk.
In dit kader passen ook de tips voor beginnend muziektalent. Laten de jongeren hun luistergraagheid maar omzetten in eigen creativiteit.
Een ander terugkerend thema betreft de subcultuur, waarin de gospel van meet af aan verzeild is geraakt vanwege het gebrek aan acceptatie van zowel christelijke als wereldlijke zijde.
De schrijfsters en met hen een groeiend aantal gospelartiesten zouden de gospel hier graag uit willen zien breken. Zo bereik je immers de wereld niet.
Hand in hand hiermee heeft zich geleidelijk de visie ontwikkeld dat een gospelartiest niet alleen maar over geestelijke zaken mag zingen, maar over alles wat hem of haar bezig houdt.
Minder nauw geestelijk dus. De afstand tussen de gospelartiest en de zgn. christelijke popmusicus wordt dan ook kleiner. De christelijke popmusicus werkt in het reguliere popcircuit en maakt wel vanuit zijn christen-zijn popmuziek, maar richt zich niet op evangelisatie, b.v. U2 en Bruce Cockburn.
Zo zien we dat in 'Inside Gospel' de christelijke popmuziek niet meer in het verdomhoekje geplaatst wordt en, zij het nog met enige schroom, ook als reële mogelijkheid voor de christelijke muzikant wordt geaccepteerd. Een positieve tendens.
Het betoog van dit boek kent echter een aantal zwakke plekken. Een en ander zal binnen de gospelwereld beslist nog verder doordacht moeten worden. Zo is het op zich een stap in de goede richting om alle muzikale stijlen en mogelijkheden op de schepping terug te voeren, wat betekent dat niets daarvan (popritmes b.v.) op zich uit de boze is, maar het schiet tekort om goed of kwaad gebruik van de muzikale mogelijkheden alleen maar te herleiden tot de intentie van de songwriter. Goed of kwaad zit hem in de muziek of de song zelf, namelijk in de betekenis die door de bepaalde uitwerking en samenvoeging van de muzikale middelen ontstaat (bij pop meestal in combinatie met de tekst).
Muziek is niet neutraal. Niets in deze wereld is neutraal, maar goed, omdat God zag dat het goed was, of kwaad en vaker nog een mengeling van die twee. En betekenis in muziek is niet subjektief.
Muziek spreekt zijn eigen taal - of liever - talen, want per tijd of cultuur kan dit verschillen. Muziek communiceert, draagt betekenis in zich mee, wat mogelijk is vanwege de zinvolle samenhang van heel de schepping. Er valt dus wel degelijk over te discussiëren of bepaalde muziek past of niet.
Net zoals de kleur rood niet past ter uitbeelding van vertedering (denk maar aan de rose en lichtblauwe babykleertjes), zo past heavy metal niet om de liefde van of tot God te bezingen.
En past pop van het oppervlakkige soort (disco b.v.) niet bij de doorgaans serieuze gospeltekst. Bij bezinning over gospel mag de muziek zelf niet buiten schot blijven. Misschien over vijf of tien jaar ...