De eenheid bewaren

1991-03-01
  • Jaargang 35
  • nummer 5
Datering
Dezer dagen begint de Landelijke Vergadering van Nederlands Gereformeerde Kerken 1990te Ede. Deze meditatie over het bewaren van de eenheid moge dienen ter overweging van de afgevaardigden naar deze 'meeste' vergadering van onze kerken en als een aansporing voor de leden van alle gemeenten, die in deze vergadering vertegenwoordigd zijn: "En u te beijveren ... de eenheid ... te bewaren".

Goede gave van God
Wat is dat een kostelijk geschenk van God: dat broeders en zusters tezamen wonen als een eenheid. Als één bij elkaar behorend geheel. Dat is goed en liefelijk. Zo zingen we dat nog. Met de dichter David. Psalm 133.
In het Nieuwe Testament vinden we het ook. Op de Pinksterdag. En daarna.
Vóór deze dag bidden zo'n honderd en twintig discipelen, mannen en vrouwen, tien dagen lang om de door Jezus beloofde Heilige Geest. Dat doen ze totdat op die Pinksterdag de Geest over hen wordt uitgestort. Handelingen 1 : 14.
En als de Geest dan is uitgestort, dan, staat er, blijven ze volharden in de gemeenschap. Handelingen 2 : 42. Ja, dan zijn ze zelfs voortdurend ééndrachtig bij elkaar in de tempel. WAt een hechte eenheid heeft de Heilige Geest aan de gemeente van Jezus Christus gegeven!

Deze eenheid moet bewaard
De brief aan de Efeziërs, hoofdstuk 4, heeft het daar óók over. De gemeente van Christus is één lichaam en één Geest, met één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen (verzen 4 en !:i). Maar meteen staat er dan bij dat de gelovigen in die éne gemeente er alles aan moeten doen om die eenheid te bewaren (vers 3): het vers dat hierboven staat.

Maar gelukt dat wel ooit?
Vaak gaat het anders. Vaak is het intussen anders gegaan. De eeuwen door. Tot in onze tijd. Tot grote schade van de kerk en haar leden. Vaak, heel vaak, al te vaak werd en wordt de ijver ingezet voor hele andere dingen dan het bewaren van deze kostbare gave van de onderlinge eenheid.
Dat is niet goed. Dat is de Heer van zijn kerk niet aangenaam. Hij wil graag dat de Zijnen tezamen wonen in eenheid. Dat er vrede zij over Jeruzalem.
Eenheid onder haat inwoners. En rust. Volgens Psalm 122.

Waar komt toch die onenigheid telkens weer vandaan?
De apostelen stonden er al versteld over wanneer dat in een gemeente van Christus zich voordeed: Waar komt toch al dat twisten vandaan. Hoe is het mogelijk al die oneniqheid in Christus' gemeente? Hoe kan het voorkomen daar dat elkaar 'bijten en vereten' telkens weer? Dat is wel strijden.
Maar niet de goede strijd van het geloof.
Dat is wel ijver. Maar zonder verstand.
De góede strijd gaat nooit tégen elkaar, maar tegen de zonde, die er nog is in je eigen leven. Wij zijn van Godswege geroepen die weg te doen en het goede voor elkaar te zoeken. Efeze 4 : 2: met alle nederigheid. Wie zijn we zelf eigenlijk? En met z;achtmoedigheid, die het volhoudt met de ander terwijl je hem uitnemender acht dan jezelf. En met Iankrnoediqheid: hebben wij wel geduld met de ander en nemen wij hem of haar aan, zoals Christus ons heeft aangenomen?

Twee reebokken
als afschrikwekkend voorbeeld. Ik weet niet of u dat verhaal kent. Van die twee stel hertengeweien. Die hadden eens de koppen gesierd van twee geduchte reebokken. Maar nu hingen ze daar, ergens aan de muur in een klooster. (Maar het kap evengoed geweest zijn in de consistene van een gereformeerde kerk).
Het merkwaardige van die geweien was dat ze helemaal niet elkaar vergroeid waren. In elkaar gedraaid. Onwrikbaar aan elkaar verbonden.
Als teken van eenheid? Neen, dat nu juist niet!
Ze waren in die toestand eens gevonden door een jager. Jaren geleden al.
Blijkbaar hadden deze dieren verwoed met elkaar gevochten en raakten hun geweien zo met elkaar verstrengeld dat ze niet meer uit elkaar te halen waren. Het gevolg daarvan was dat deze herten zo, zwaar gehinderd in hun bewegingen, door gebrek aan voedsel tenslotte jammerlijk omkwamen.
Iemand had daar onder die hertengeweien op de muur geschreven: Ter waarschuwing.
Ik zou ze evengoed in onze kerken en op onze kerkelijke vergaderingen willen laten ophangen. Als een afschrikwekkend voorbeeld: dat komt er van terecht als je in Christus gemeente vecht en doorvecht. Om toch maar zelf je gelijk te krijgen. Je gram te halen. Of je medeleden 'eruit' te werken.

Willen we wel bij elkaar horen?
Als je bij elkaar wilt blijven moet je de minste willen zijn en waar nodig je schuld belijden voor wat je tégen de ander deed, voor je niet van harte naast hem staan. Ook daar is een voorbeeld van. Een Bijbels voorbeeld.
Niet afschrikwekkend. Maar liefelijk.
En positief.
In Nehemia 5 lezen we dat de Israëlieten elkaar heel egoïstisch totaal verkeerd beoordeeld hebben en behandeld.
Nehemia roept dan in de naam van de HERE de leiders bij elkaar. En hij stelt dan hun verkeerde handelwijze en daarmee hun op het spel zetten van de eenheid onder Gods volk aan de kaak.
En hij draagt hen op hun foute strijd op te geven en de eenheid te herstellen.
Heel nederig en met belijdenis van schuld antwoorden ze dan: wij zullen herstellen en doen wat u zegt.
Daarop zegt de hele gemeente, die daar bijeen was: Amen. En ze prijzen de HERE. Om ZIJN gave: dat zij (weer) één mochten zijn. Prachtig is dat. Het volk accepteerde Nehemia's verwijt en ze wilden weer bij elkaar behoren tóen in éénheid!
Willen\vij het nu nog net zo? Bewaren wij de gave Gods van de eenheid die HIJ aan ons ais gemeenten n6g (weer) geeft?

Eén in het verzoenend bloed
Heel de spits van mijn verhaal: laat een ieder van ons, die in de Here Jezus gelooft en Hem liefheeft en die zich door zijn Heilige Geest wil laten leiden, zich er heden ten dage voor in (blijven) zetten "de eenheid van de Geest te bewaren door de band des vredes".
De band des vredes: dat is de verzoening door.het bloed van Jezus Christus.
Dat is de band, het verbond, dat de HERE met ons, zondaren wil hebben en houden door ons de zonden te vergeven. Daarom: het is de band, die ons met elkaar verbindt doordat wij elkaar vergeven, het met elkaar goed maken en goed houden. Dan staan we vandaag

niet los van, niet tegenover, maar naast elkaar
Dàt is de enige weg om de vrede te bewaren en in liefde en eenheid met onze medegelovigen te leven: Niet door onze ideeën er door te krijgen, niet door ons gelijk te halen en te krijgen, laat staan te bevechten (dan gaan we als die reebokken strijdend ten onder!), maar door de minste te zijn.
Door te vergeven. Door nooit tegenover elkaar te (gaan) staan en te slaan. Maar door náást elkaar te blijven staan.
Dàt is de eenheid.
Dàt heeft de Geest ons gegeven.
Dáár wil Hij ons altijd bij helpen: stáán naast elkaar, gáán naast elkaar.
Mag het zo zijn bij ons. In onze gemeenten.
Op onze kerkelijke vergaderingen: vóórtgaan, dóórgaan náást elkaar. We zullen samen dóór (kunnen) gaan door de Geest van Jezus Christus.
Eén Herder. Eén kudde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief