Patorale notitie

1991-03-15
  • Jaargang 35
  • nummer 6
Verborgene die bij ons zijL ..
Zondag zongen we uit het Liedboek gezang 75. Ineens drongen die telkens terugkerende woorden tot mij door die ook boven dit stukje staan: Verborgene die bij ons zijt ...
Omdat de kol/ekte mijn geestelijke aanwezigheid niet beslist noodzakelijk maakt (dat is nu juist mijn bezwaar) kon ik er even over zitten nadenken.
Ik dacht aan wat ds. Jan Bouma in de Kamper Kerkbode van die week schreef. Ja, ik zeg Jan, want dat mag van hem en in dit rubriekje misstaat het niet.
In een schriftoverdenking over het slot van Romeinen 8 vertelde hij terloops een ervaring tijdens een pas gemaakte reis naar Roemenië.
In het hooggebergte raakten zij tot twee keer toe in een slip en dreigde er beide keren een vreselijk ongeluk.
Gelukkig was eiter plekke een vangrail, die deed waarvoor hij daar was neergezet. Het llep dus al/emaal goed af. .
Ze maakten de reis met z'n-vieren en nadien merkte één van de reisgenoten op: Je kunt welmerken dat we met meer dan vier tiien waren.
Bouma had de moea, over deze woorden na te denken en er wat in te prikken.
Natuurlijk, er was een vijfde Reisgenoot, meer.viel dat op te maken uit de bewaring voor een ongeluk? En wanneer een ven beide keren de auto nu eens door éèli vàngrail was geschoten was Hij er dan niet bij geweest?

We hadden zondag twee koltektes, dus ik had de tijd. En van Jan Bouma kwam ik terecht bij Godfried Bomans.
Er was in de vijftiger jaren weer eens een aanslag gepleegd op de franse president De Gaulle. De aanslag mislukte en een engelse krant, ik meen de Sunday Times, konstateerde dat de Voorzienigheid had ingegrepen en gezorgd had dat de kogel hem niet trof. -,' Daarop reageerde Godfried Bomans in De Tijd. Hij vroeg of de politieke inzichten van de Voorzienigheid soms overeen kwamen met die van de redaktievan de Sunday Times. Maar als de kogel eens niet had gemist, had de Voorzienigheid dan verstek laten gaan?
Het was niet de bedoeling van Bomans, Gods leiding te ontkennen, zomin als het de bedoeling van Jan Bouma was, Gods aanwezigheid te ontkennen op zijn reis naar Roemenië, maar is die aanwijsbaar, konstateerbaar uit. wat je overkomt?

De Bijbel bemoedigt ons met de belofte dat de Here God met ons is en altijd met ons is, ook als we door de vangrail gaan of als de kogels of de scherven ons niet missen en ook als we door het ijs gaan.
Dat van dat ijs is ook weer niet toevallig, want daarbij denk ik weer aan een andere goede vriend en kollega.

De schrijver van het boek Prediker zegt een paar keer dat een mens het werk Gods niet kan ontdekken. Hij bedoelt hetzelfde. Het werk Gods is er wel, maar het is zo dikwijls niet aanwijsbaar.
Je ervaart het ook wel dat Hij er is, maar je kunt niet tot anderen zeggen: kijk, daar zie je Hem bezig.
Daarom vond ik dat zondag ineens zo 'n mooie en eerlijke uitdrukking: Verborgene die bij ons zijt... .:

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief