Mijn geboden bewaren

1991-04-12
  • Jaargang 35
  • nummer 8
Zoals een koe aankijkt tegen het prikkeldraad rond de wei, zo kijken wij vaak aan tegen de geboden. We houden ons dan binnen de perken van de gestelde regels, om maar geen schrammen op te lopen. Desgevraagd zullen we onmiddellijk toegeven, dat het in het leven zonder geboden niet gaat. Maar we houden ze wel zo veel mogelijk in de marge van ons bestaan.
Net als de politie: goed dat die er is, mits je er maar zo min mogelijk mee te maken krijgt.

Om in mijn liefde te blijven
Wie Jezus wil volgen, komt tot de ontdekking, dat diens geboden worden ingeplant in het hart van zijn bestaan.
De Here zelf maakt dit duidelijk door de zinsnede, die we vinden in Johannes 15:10: ..Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven ..;"
Blijven in zijn liefde, dat is een kernachtige omschrijving van wat voor iedere gelovige het doel van zijn leven is. Blijven bij Hem, wiens eigendom wij zijn geworden. Hoe kan het leven in het nieuwe verbond met groter trefzekerheid getypeerd worden dan als een blijven-in-de-liefde van Christus?
Dat het houden van de geboden door de Here zelf omschreven wordt in termen van 'blijven in zijn liefde', heeft nog meer te zeggen. Zijn het vaak negatieve prikkels die ons er toe bewegen om ons aan regels te houden, hier staat het positieve voordp": De drijfveer om de geboden te bewaren haalt de Here weg uit de sfeer van de angst, om hem vervolgens in te planten in het verlangen om te blijven in zijn liefde. En het is dat verlangen, dat Hij bij ons aanwakkert. De begeerte om te blijven binnen het areaal van zijn liefde, die moet ons aanzetten om de geboden te bewaren.
Dit positieve staat op de voorgrond. AI is er ook een keerzijde. De oproep om te blijven in zijn liefde bevat een waarschuwende ondertoon. Wie Jezus' geboden naar de marge van zijn leven verwijst, zet daarmee het blijven in diens liefde op het spel. Het onderhouden van de geboden van de Here behoort niet tot de rand van ons bestaan, maar raakt het centrum van het leven door het geloof.

Gebod en geloof
Hoewel ik ervan overtuigd ben dat de Here in dit woord zó naar ons toekomt, ervaar ik onder het schrijven over deze dingen toch een zekere schroom.
Rukken de geboden op deze wijze niet zover op naar het centrum, dat het 'door het geloof alleen' van de Reformatie onder vuur komt te liggen?
Er gaat hier inderdaad iets voor de bijl. Een gedachte die we dan wel niet in onze kerkelijke papieren, maar vaak toch metterdaad belijden. De gedachte, als zou vanuit de belijdenis dat de Here goddelozen rechtvaardigt de gevolgtrekking gemaakt kunnen worden, dat het op het houden van Gods geboden niet echt meen aankomt. In de praktijk van het leven misbruiken we zo de genade om onder" de klem van de geboden uit te komen.
Ik denk dat wij daar als-predikanten ook wel eens het onze toe bijdragen.
Als wij, bijvoorbeeld bij een begrafenis, iemands leven in één haal gladstrijken met de woorden: maar hij geloofde toch in de vergeving der zonden! Wekken we dar niet - hoezeer onbedoeld - de indruk (jat het houden van Gods geboden in het leven van een christen ultelndelljk toch maar een zaak is van weinig belanq?

Gerechtigheid uit de werken?
..Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven". Dat we met dit woord terecht zouden komen in het spoor van de werk-gerechtigheid, verhindert de Here zelf door wat Hij aan deze zinsnede vooraf doet gaan en door wat Hij erop doet volgen ... Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in mijn liefde!"
(Joh. 15:9). Dat staat voorop. Aan de basis van ons behoud ligt enkel de gehoorzaamheid van Jezus zelf. Hij heeft de geboden van zijn Vader bewaard, door zijn leven prijs te geven in de dood (zie Joh. 10:18)! De Here wakkert bij ons het verlangen om zijn geboden te bewaren dan ook nietaan om binnen het bereik van zijn liefde te k6men, maar om binnen het krachtenveld van zijn liefde te blijven! Zo, en niet anders plant Hij zijn geboden in het hart van ons bestaan.
Een mens wordt gerechtvaardigd uit genade, door het geloof in Christus.
Vrijspraak van schuld is via een andere weg niet te verkrijgen. Maar in dat vrijgesproken leven komt het er, getuige de woorden van de Here zelf, op aan wat een mens voor het aangezicht van God en van zijn naaste doet of laat. Zelfs zo, dat wij door de wijze waarop wij omgaan met Gods geboden, die vrijspraak in de waagschaal kunnen stellen!

De geboden als snoeimes
Het woord over het bewaren van de geboden geeft zijn eigen klank pas volledig prijs, wanneer we het horen tegen de achtergrond van het lied van de Wijnstok dat eraan vooraf gaat. ..Ik ben de ware Wijnstok, en mijn Vader is de Landman ..... Als gelovigen zijn wij ranken aan Christus, zonder wiens kracht wij geen vrucht kunnen voortbrengen.
Wij hebben als ranken de Wijnstok niet opgezocht of uitgekozen.
Integendeel. ..Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen .;." (vs. 16).
Wie ingeplant is in de Wijnstok dient ook in de Wijnstok te blijven: .....blijft in Mij. gelijk Ik in u!" Dat is de claim die het lied van de Wijnstok in allerlei toonaarden op ons als gelovigen legt.
En dáár, in dat verband. stelt de Here.
die zelf de Wijnstok is. het bewaren van de geboden aan de orde.
Deze achtergrond bewaart ons trouwens voor een al te overmoedige kijk op het houden van de geboden ... Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt.
snijdt Mij (de Landman) weg; en elke die wel vrucht draagt. snoeit Hij. opdat hij meer vrucht zal dragen" (Joh. 15:2).
Het is juist in de geboden. dat wij kennismaken met het snoeimes van de Landman. Door middel van de geboden snoeit de Landman ons terug naar de Wijnstok. Opdat we uit Christus. uit zijn Geest. alle kracht zouden putten en in Hem alle vreugde zouden vinden.

Mijn geboden bewaren
Hoewel we tot nu toe steeds gesproken hebben over 'de' geboden. mag het ons niet ontgaan. dat de Here in Joh. 15. 10 uitdrukkelijk spreekt van 'mijn' geboden. Welke geboden zijn dat? Jezus bedoelt hier eenvoudigweg de geboden dieHij aan zijn leerlingen heeft meegegeven en die we vinden in de evangeliën.
Daarbij vergeten we niet dat er in het evangelie van Johannes een geweldige concentratie plaatsvindt op het gebod om de naaste lief te hebben. om elkaar de voeten te wassen ... Dit is mijn gebod. dat gij elkaar liefhebt.
zoals Ik u heb liefgehad" (Joh. 15:12).
Heel het spectrum van Jezus' geboden vloeit zo samen in dit ene gebod. Des te opmerkelijker is het, dat de Here in Joh. 15:10 het meervoud gebruikt: ..Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven". We mogen het liefdesgebod dus niet gebruiken als een hefboom waarmee we de overige geboden van de Here uit hun voegen lichten. We mogen het grote gebod niet in geweer brengen tegen de 'kleine', concrete geboden uit het evangelie.
Eén voor één vormen zij de proef op de som, of wij in ons het verlangen laten aanwakkeren om de geboden van Christus te bewaren om in zijn liefde te blijven. Daarom zullen we een volgende keer bij het licht van Joh.
15:10 één van de afzonderlijke geboden onder de loep nemen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief