Boekbespreking

1991-04-12
  • Jaargang 35
  • nummer 8
M. de Jonge, Voorburg

Behouden troost (45 jaar Vrijmaking)!
Inleiding;
De auteur, ds. J.M. Goedhart, is gereformeerd predikant (vrijgemaakt) in Leek-Roden. Hij was 19 jaar toen de Vrijmaking plaats vond. Mede een goede reden - zegt hij - om nu ook nog de troost van Gods genadeverbond en het houvast daarvan door te geven aan hen, die thans tot deze leeftijdsgroep behoren en in een sterk geseculariseerde tijd leven.
Hij beschrijft inl dit boekje van 144 bladzijden wat rondom 11 augustus 1944, de daturn-van de Vrijmaking, plaats vond en acht dit gebeuren voor het heden van het grootste belang; vandaar dat het bekendgemaakt moet worden, telkens weer. Om het kostbare van de Vrijmaking niet verloren te laten gaan. En opdat door jongeren onderkend wordt dat deze troost sindsdien behouden bleef (bijzonder in de vrijgemaakte kerken).

Geschiedschrijving
Nu is over de vrijmaking en wat in de jaren 1940/1950 in de Gereformeerde kerken plaats vond, vrij veel geschreven, zowel in periodieken als in boek/ brochure-uitgaven. Van deze laatste noem ik o.a. die van ds. G. Janssen ('De feitelijke toedracht'): van ds. H. van Tongeren ('Bewaard bevel'); van dr. B. Jongeling ('Tussen twee reformaties'); van Joh. Lagendijk ('Jeruzac lem of Babylon') en van prof. C. Veenhof ('Om de unica Sancta'), terwijl de kleine en duidelijke brochure van de Commissie voor contact en samenspreking ('De Nederlands Gereformeerde kerken') niet over het hoofd gezien mag worden.

Een nieuw boek; gewenst!
noodzakelijk? : Vorig jaar is veel aandacht gegeven aan de 100e geboortedag van prof.dr. K. Schilder. Het'is te verstaan dat daarbij ook de geschiedenis van de vrijmaking naar voren kwam. Je constateert dan datdit voor velen in de vrijgemaakte kerken en eveneens in ons 'kerkverband' onbekende kost is, zeker als we vraçen stellen als 'op welke wijze heeft de HERE toen voor Zijn volk gezorgd?' of 'wat betekent dit nu voor ons in deze tijd?' of 'welke troost is in en door de vrijmaking behouden?'.
Ook moet je bedenken dat we ons momenteel op andere manier in de geschiedenis van 40-50 jaar verdiepen dan de ouderen onder ons dat toen beleefden. Er is dus veel voor te zeggen om nogmaals kennis te nemen van het vrijmakingsgebeuren.

Inhoud van het boek: waar gaat het over?
Ds. Goedhart beschrijft dat bondig en helder. Rond de eeuwwisseling - zo zegt hij - waren er in de verenigde Gereformeerde kerken verschillen van inzicht over de betekenis van de sacramenten.
In de kerken uit de Afscheiding golden deze als teken en zegel van Gods beloften. De dopeling was in Gods Verbond opgenomen, ontving als zodanig Zijn beloften en zorg; de HERE vroeg van hem in Zijn wegen te wandelen (In alle verbonden zijn twee delen begrepen: belofte en eis).
In de kerken uit de Doleantie daarentegen leefde de overtuiging dat de sacramenten aanwezig geloof verzekerden.
Weliswaar blijkt later dat niet alle gedoopten in Gods wegen wandelen, maar dat weet je niet van tevoren.
Beschouw daarom dat zij, die afdwalen, nooit 'echt' gedoopt zijn. Teken en zegel is voor hen schijn geweest. Deze 'leer' is afkomstig van dr. A. Kuyper.

Om die tegenstellingen, die zich hoe langer hoe meer toespitsten, te overbruggen, werd in 1905 ter synode een uitspraak gedaan, die de vrede in de kerken moest bestendigen, die namelijk van de 'veronderstelde wedergeboorte'.
Je bedient, ontvangt het sacrament, aannemende, veronderstellende, dat de dopeling wedergeboren is, dan wel zal worden. Daarmee verzwak je in feite wel de betekenis van Gods Verbond, van Zijn Openbaring in de Schriften.
Deze uitspraak gaf ruimte omdat ze niet bindend was, geen stuk van 'de leer'.

De twisten over deze zaak (want het liep dikwijls hoog op), zijn nimmer overwonnen. Ze kwamen in de 30-er jaren weer opnieuw in prediking en pers naar voren, waaruit bleek van hoe groot belang zij werden geacht te zijn. Het punt in kwestie is het echt-zijn van Gods Verbond, dat Zijn toezeggingen reëel zijn, maar dat dit Verbond door ongehoorzame bondelingen ook kan worden gebroken.
Je kunt ook zeggen: de ene groep (uit de Doleantie) construeerde het onderwerp zó dat verbond = verkiezing, terwijl de andere groep sprak van een echt-verbond, dat gave Gods is, maar dat de verantwoordelijkheid van de bondeling tot zijn recht doet komen.

Dat was het éne punt. Een tweede is: wat te doen als kerkelijke besluiten terzijde gelegd worden? De synode-
1942 begon nl. met de uitspraak van de veronderstelde wedergeboorte en in de lijn van die van 1905. Maar 'ze ging verder en eiste dat de ambtsdragers niets zouden leren dat .daarmee in strijd was. Kon je dat niet beloven, wel dan moet je de consequenties dragen: in het ambt geschorst en bij volharding afgezet. Door wie? Wel, over het hoofd van kerkeraden heen door de synode.
Die leek wel te moeten optreden als politieagent en opsporen of er een van de synode afwijkende leer werd verkondigd.
Twee strijdpunten dus: leer en kerkregering.

Het doen van de synode-1939 (die zich continueerde tot in 1942) was zuiver synodocratisch, over-heersing van de kerken.
Het riep krachten van verzet op, die uiteindelijk resulteerden in een daad van vrijmaking. Met als doel binnen de Gereformeerde kerken te blijven, zonder aan de ontsporingen mee te doen.
Maar nee, dat kon niet, zelfs in beroep te gaan hielp niet, en zo kwamen velen op 11 augustus 1944 in Den Haag bijeen voor overleg. Eigenlijk om te stellen: wij blijven vèr van die verkeerde besluiten wèg. Van die dag af waren er twee kerkformaties: de bestaande Gereformeerde kerk en de vrijgemaakte.

De auteur tekent scherp de betekenis van een en ander, ook voor het gewone gemeentelijke en persoonlijke leven. Hij laat zien hoe volgende synodes met de problematiek van de twee kerkformaties hebben geworsteld, maar niet tot een uitweg kwamen. De standpunten over en weer verhardden zich en geleidelijk aan vonden de vrijgemaakte kerken hun weg en plaats in de Nederlandse kerkelijke samenleving.
De troost van Gods verbond en de beloften, die Hij bij de doop geeft, zijn in die weg, zegt ds. Goedhart, behouden.

Voor zover ik kon nagaan is zijn beschrijving van de gebeurtenissen correct, niet partijdig. Om waardering voor uit te spreken. 't Is misschien wat flauw om er bij te zeggen: opmerkelijk dat hij die vrijmaking telkens met een hoofdletter aangeeft. Hij zet ze ooken niet helemaal onterecht - in de lijn van de reformatie van de 16e eeuw, van afscheiding en doleantie.

Maar er is toch méér te zeggen?
Bij het lezen van deze publikatie komt de gedachte op: hoe is te verklaren dat in de gereformeerde kerken, die ná de vereniging van 1892 zo rijk zijn gezegend, in de 20er en 30er jaren twisten ontstonden, branden uitbraken? Daar handelt de auteur nauwelijks over. En ook niet over de volgende vraag: gegeven de ernstige bezwaren van hen, die zich vrijmaakten van synodale besluiten tegen het over-heersen van kerkeraden, hoe komt het dan dat binnen de vrijgemaakte kerken in de jaren 1967 e.v. gelijksoortige praktijken allerwege toegepast werden in het zg. wegroepings-kerkrecht? Ambtsdragers, door de HERE aan zijn gemeenten gegeven, ze werden toen ook door synodale besturen zo maar aan de kant gezet. Een bestuursmacht-vanboven-af greep de touwtjes.

Dat nu, wat in de vrijmaking in 1944 gebeurde en zich 25 jaar daarna herhaalde, heeft de schrijver bewust laten liggen. Waarom toch? Omdat hij op deze punten geen antwoord kan geven?
Of wellicht omdat hij niet duidelijk kon of wil uitspreken dat de vrijgemaakte kerken 'boter op het hoofd hebben', kerkrechtelijk gezien. Ze zijn in '44 aan de strik ontkomen, maar hebben daarna zelf strikken gezet om hun broeders te vangen.

De gemeenten, synodaal gereformeerd, vrijgemaakt dan wel nederlands gereformeerd (en nog vele andere) zijn méér dan organisaties van gelijkdenkenden.,Ze zijn kerken, die hun Hoofd in de hemel hebben en hier op aarde in alles van Hem afhankelijk.
Ze behoren niet in eigen kracht verder te gaan, maar hun kracht te zoeken bij hun Hoofd. De troost blijft behouden, als ze in dié wegen gaan. Laten ze dit na, zoeken ze 'eigen kerkelijke posities' sterk te maken, dan komt er niets van terecht. Dat geluid, dié tekening, had m.i. in het boek van ds. Goedhart niet mogen ontbreken.

Toch een aanbeveling?
De jongere generatie in de kerk moet haar geschiedenis kennen om in geloof haar plaats in de gemeente van Christus te kunnen innemen. Uit dien hoofde zou ik willen zeggen: lees dit boek, het kan je van dienst zijn. Maar ook: lees méér, verdiep je in wat er in de vorige eeuw gebeurde (afscheiding en doleantie), in het nieuwe leven, dat als een zegen van de HERE in de gereformeerde kerken opbloeide. En nog verder: hoe ná 1905 tot ver in de 20er jaren geleidelijk aan verstarring optrad, de wetenschap (bijzonder de theologische) macht over de gemeenten van de Heer ging uitoefenen, geloof verdrongen werd door dogma's, maar de HERE toch bleef omzien naar Zijn volk om het telkens weer uit te redden uit wat het èchte leven belemmerde.
De leergeschillen van '42 zijn een voorbeeld van die verstarring; de twisten op de synodevergaderingen zijn een middel in Gods hand geweest om Zijn volk in het leven te houden. Van Hem blijve onze verwachting. Wordt dle niet erkend, dan kan kerkelijk en persoonlijk geloofsleven (naar de mens gesproken) vastlopen en wie kan dan nog redden? Blijft er dan nog sprake van een behouden troost? Als je goed luistert hoor je dan dat de schreeuw van velen, die onterecht zijn geschorst en afgezet, die troost overstemd.
Ook in de vrijgemaakte kerken.
Je bent huiverig om te zeggen: vergoten bloed roept nog steeds. Het gaat er ook niet in de eerste plaats om of wij die troost behouden (hoe zouden we?), maar dat Hij, onze Vader, die troost blijft geven aan een arm en ellendig volk, dat nederig Hem dient, al is dat dan - voor ons - in een klein en zwak kerkverband. We blijven elkaar inscherpen uit te zien naar de troost, dle .
behouden blijft in het leven van de toekomende eeuw.

Uitgever Van den Berg te Kampen verzorgde het besproken boek op keurige manier. De prijs ervan is f 18,90.


O. Mooiweer, Enschede

Klank en weerklank
Dr. C. Trimp; KLANK EN WEERKLANK - Door prediking tot geloofservaringUitgave van de Vuurbaak te Barneveld ., 192 pag. - f 24,75.

In konfrontatie met de christelijke gereformeerde kerken via allerlei samensprekingen en voorts in verband met de opmars van evangelische groepen is het een uitstekend ding aandacht te besteden aan de betekenis van het Verbond en de inzet van de prediking. In de Afgescheiden kerken stond men een onderwerpelijke prediking voor waarin werd geappelleerd op gevoelens en ondervindingen. In dat opzicht wist men zich als Afgescheidenen erfgenamen van de Nadere Reformatie. In de dertiger jaren werd het wedergeboorte-begrip van Abraham Kuyper niet alleen gepropageerd, maar ook steeds meer voorwerp van kritiek binnen de gereformeerde kerken in Nederland.
Dr. Trimp merkt op, dat er in de veertiger [aren (de tijd van de vrijmaking) in feite een konfrontatie met de Nadere Reformatie plaatsvond.
Overigens is door een sterke nadruk op het Verbond ten onrechte het gevoel en de geloofservaring weggeschoven.
Die dienden eigenlijk in de verkondiging niet aan de orde te komen terwijl als het goed is, naar het woord van Trimp, "de hele preek in de toonsoort van de aanspraak staat".
"Het gaat niet om de subjektieve inspraak in het hart of de objektieve uitspraak van de leer, maar om de aanspraak van de sprekende God in het Verbond" (a.w. p.23).
Het gaat 'mede om de reaktie op de alomvattende prediking van Gods Verbond .: Daarin trillen allerlei emoties mee. Wij mogen en moeten God terugvinden in onszèlf, in wat we doen en laten, in wat we· bedenken en overleggen, in onze smart en onze blijdschap. Wij moeten niet bang zijn deze dingen in de prediking royaal aan de orde te stellen. De gereformeerde belijdenis gaat ons daarin vrijmoedig voor. Echte Verbondsprediking zal het menselijke gevoel, dat in dit leven onvolkomen blijven zal, vrijmaken voor de dienst aan de levende God. Daarmee verzinken we niet in diepte van het mysticisme, maar ervaren wij. dat het 'godsgeloof' een dochter is van het ware geloof en ten deel valt aan een luisterend leven. In eigen kring bemerkt Dr. Trimp de vrees voor de inbreng van de geloofservaring in de prediking.
Het lijkt wel alsof jonge predikanten in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken voor dergelijke dingen allergisch zijn.
Ook heeft hij ontdekt, dat men in de verkondiging van het evangelie als Verbondsgebeuren zich overgeeft aan een nevenschikking van belofte en eis met op beide even sterke nadruk.
Maar zo worden de hoorders moe en moedeloos gemaakt. En dat kan toch niet de bedoeling zijn?! De eis ontspringt aan de belofte. De auteur legt in dat kader sterke nadruk op de belofte in de zin van verkondiging van het evangelie van Christus. Aan de hand van de H. Cat. illustreert hij dan één en ander. Met alle begrip voor de bedoeling van de schrijver om de winst van de Vrijmaking veilig te stellen missen wij toereikend Schriftbewijs.
Het gaat toch óók in de verkondiging om de belofte, die om vervulling roept. Daardoor komt dan de betrokkenheid op de laatste dingen duidelijk binnen het blikveld en krijgt zo een eigen inbreng en aksent.
Wij mogen voorts Wet en evangelie niet van elkaar scheiden. "Wie het evangelie vergeet, wordt een wetticist en pessimist. Wie de Wet verwaarloost, predikt een goedkope genade"
(a.w. p.66). We hebben in de Wet te maken met onze God, die zijn liefde proklameert. Daarom en zó deprimeert de ontdekkende prediking van de Wet de NT-gemeente niet. De Wet is de leefregel van het geloof en van de bekering. Er is overigens niet alleen sprake van de stem van het evangelie, maar ook van de storende tegenstem van de aanvechting. Die stem kan uit allerlei hoeken komen. Tóch onderstreept Dr. Trimp de onmisbaarheid en het nut van de aanvechtingen in het leven van een kind van God, Juist in de aanvechting bewijst het evangelie zijn unieke kracht. Het gaat daarbij om beproeving van Gods kant en verzoeking van satans kant. Maar in Christus zien wij als in een spiegel hoezeer God ons bemint. Dat mogen en moeten wij ook vasthouden als ons leven door de diepte gaat. Zondag 10 van de H. Cat. spreekt duidelijke taal hoewel velen vandaag menen met die belijdenis niet meer uit de voeten te kunnen.
Is er dan sprake van een lijdende God in plaats van een leidende God?
Trimp geeft als antwoord op de moderne kritiek terecht aan, dat men de toorn van God over alle ongerechtigheid via een bepaald ontworpen Godsbeeld elimineert. Wie verder over God spreekt en Jezus erbuiten laat heeft het niet echt over God! Hij heeft zijn Zoon niet gespaard. Daarin heeft Hij zijn ongekunstelde liefde voor ons bewezen, metterdaad! We zien Gods VADERHAND alleen in ons leven als we Gods VADERHART kennen. Over Gods liefde gaat het ook in de Dordtse Leerregels. Trimp benadrukt terecht, dat de doelstelling naar DL 1,12van het voorgestelde onderzoek naar de vruchten van de verkiezing niet is het bereiken van de geloofszekerheid, maar het peilen van de diepte van Gods liefde. Graag had ik gezien, dat hieraan de opmerking was toegevoegd, dat God uitverkiest, OPDAT wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht (Ef. 1:4). Dat is nl. hèt medicijn tegen een verkeerde verkiezingsidee. Aan het slot van zijn boek wijdt Trimp een hoofdstuk aan de evangelische beweging. Er dreigt tussen de kerk en genoemde beweging een polariserend proces te ontstaan.
Hoe lossen wij dat op? Door te tonen, dat de reformatie van het leven hier beneden nooit eindigt,-omdat het alles te maken heeft met onze dagelijkse bekering. Wij moeten door de praktijk van ons gereformeerde leven ge evangelische reaktie overbodig maken. Ik hoop van harte, dat de vrijgemaakte kerken zich door dit getuigenis van één van hun hoogleraren aangesproken voelen en dat de Christelijke gereformeerden niet kritisch op een zinnetje afvliegen om·eigen standpunt te bevestigen.
Laten wij al/en (ook de nederlands gereformeerden dus) 'de inhoud van dit rijke boek, dat een schriftuurlijke gedrevenheid verraadt, tot ons laten doordringen! AI zullen' de nederlands gereformeerden wel veel moeite hebben met de bewering van Dr. Trimp, dat de strijd van hem en zijn medestanders in de zestiger jaren gekenmerkt werd door verzet 'tegen anticonfessionele en independentistische strevingen'. Volgens ons was er toen veel meer aan de hand, om niet te zeggen aan de knikker.
Een synodalistische instelling heeft in die tijd independentisme gekweekt.
Maar hiermee willen wij deze boekbespreking niet eindigen. Wij hebben grote waardering voordlt werk van Trimp. Het.reikt ons materiaal aan waarmee wij verder kunnen in het gesprek over de inhoud en de opzet van de prediking en de plaats die daarin moet worden ingeruimd voor de geloofservaring. Daarom heel hartelijk aanbevolen!!


P.J. van Kampen, Eck en Wiel

Sekten en stromingen in de Islam
recensie: 'Sekten en Stromingen in de Islam', uitgave Stichting Evangelie en Moslims>28 pp.

Stichting 'Evangelie en Moslims', gevestigd in Amersfoort, heeft zich in brede lagen van de Reformatorische gezindte een uitstekende reputatie verworven. Dat komt niet het minst door de vele trainings- en toerustingsavonden en -conferenties die door de Stichting zijn belegd. Zelf ben ik daar geregeld bij aanwezig geweest en altijd tot mijn winst! : Sinds enige tijd verschijnen er deeltjes in een brochurereeks, die de Stichting uitgeeft. Het meest recente deeltje, al weer nr. zes, gaat over de diverse stromingen die binnen de Islam bestaan.
Het is, net als de voorgaande publikaties, een nuttig boekje, waar een schat aan informatie in te vinden is, zeker als men let op de betrekkelijk geringe omvang van de brochure.
Wat komt aan de orde? In vogelvlucht vermeld, zijn dat:
- de eenheid die Moslims steeds pretenderen te hebben en de kanttekeningen die je bij die claim kunt maken
- de geschiedenis van de Islam als godsdienst
- de Soennieten, die bijna 90% van alle moslims uitmaken
- de Shi'ieten, de grootste minderheid, met diverse onderstromingen
- kleinere groepen als de Isma'ilieten, Alawieten, Soefi's, Ahmadiyya's en Bahai's
- een literatuurlijst je

Als ik kritiek moet oefenen, zou het zijn dat elk van de groeperingen die de revue passeren meer en diepgaander aandacht verdienen dan hier in beperkt bestek gebeuren kan. Vooral bij 'ketterse' bewegingen als de Soefi's, Ahmadiyya's en Bahai's zou m.i. meer informatie op zijn plaats zijn. Dat neemt echter niet weg dat ik in ons taalgebied geen enkele andere publicatie ken, die zo overzichtelijk, zo beknopt en voor zo weinig geld ons informeert. En waarin je steeds zo duidelijk een principieel-christelijke belijndheid aantreft. Dat geldt voor dit en voor de voorgaande deeltjes, die ik, dat hebt u al wel begrepen, ook van harte bij u aanbeveel. De andere deeltjes hebben als titel:
1. Kennismaking met de Islam.
2. Cultuur van Moslimmigranten.
3. Getuigen onder Moslims.
4. De Koran en
5. Moslimvrouwen in Nederland.
Ze zijn te bestellen via het kantoor van de Stichting:
Johan van Oldenbarneveltlaan 10,
3818 HB Amersfoort.
Tel. 033-611949.
(U hoort dan vermoedelijk iemand die zegt "Inwendige Zending en Echo", maar u bent echt op het goede adres.) Vraagt u eventueel ook een brochure aan met ander materiaal dat men voor u beschikbaar heeft. Het loont de moeite!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief